HomeDatabanken

Details Volksverhaal

uniek id OVER2174
type
omschrijving
titel
notulist Susanne Groenendijk
taal 17e-eeuws Nederlands
schriftbron Aernout van Overbeke, Anecdota sive historiae jocosae. Ed. R. Dekker, H. Roodenburg en H.J. van Rees. Amsterdam 1991
plaats van vertellen Den Haag (Zuid-Holland)
kloekenummer D005p
verteller Overbeke, Aernout van
datering Derde kwart zeventiende eeuw
literair nee
subgenre mop
motieven
samenvatting Iemand vraagt een ander waarom er zoveel gesproken wordt over de dichters uit de Oudheid. Hij heeft nog nooit absurdere metaforen gehoord dan bij Vergilius. Leeft Vergilius eigenlijk nog en verbruikt hij onze lucht? De ander antwoordt dat hij een botterik is en de tekst van Vergilius niet goed begrepen heeft. Vergilius vraagt zich juist af of Acanius nog leeft en of hij zo af en toe nog rookt.
volledig verhaal
trefwoorden klassieke oudheid, klassiek, poëzie, epos, metafoor, beeldspraak, stijlfiguur, vergelijking, lucht, gebruiken, verbruiken, botterik, dom, stom, onwetend, roken, tabak, pijp, lucht, leven, adem, ademen
namen Vergilius, Ascanius, Rome, Romeins, Latijn
opmerkingen Het citaat in het Latijn is afkomstig uit Vergillius' epos 'Aeneis'. (Boek 3, regel 339). Vrij vertaald betekent het citaat: Hoe is het met de jongen Ascanius? Leeft hij nog en gebruikt hij nog lucht?
corpus Overbeke.17e
aard bron B
alle verhalen van verteller: Overbeke, Aernout van