HomeDatabanken

Lexicon

type BRUN 07125
versies Alle Nederlandse versies
omschrijving McDonald's Rumors
titel McDonald's geruchten
auteur Olga Leonhard
lemma Grote snackbarketens zoals McDonald’s zijn niet te vertrouwen. Wist je bijvoorbeeld dat hun burgers gemaakt worden van vleesafval, vermalen hond of kat, en van regenwormen? Er zijn trouwens ook scheermesjes gevonden in de hamburgers, en ratten in het eten en in de cola. Bovendien zitten er zoveel chemische middelen in de hamburgers en frietjes, dat ze voor altijd houdbaar zijn - zelfs buiten de ijskast.

Het stukje hierboven beschrijft slechts enkele van de vele geruchten, of broodjeaap-verhalen, die de afgelopen jaren de ronde hebben gedaan over de massale snackbarketen McDonald’s. Onlangs startte het bedrijf een campagne op sociaal mediaplatform Twitter, met de zogenaamde ‘hashtag’ #McDStories. Het doel: tevreden klanten die na het genieten van een Euroknaller of een Happy Meal massaal naar hun smartphone grijpen om een McDonald’s lofzang van 140 tekens op Twitter te delen met de wereld, voorzien van de nieuwe (“#gratis-reclame”) hashtag van McDonald’s. De uitwerking: niet bepaald in de lijn der verwachting. De hashtag werd onmiddellijk in gebruik genomen als een “bashtag” (Forbes, 24-1-2012). Consumenten van de snackbarketen over de hele wereld grepen deze campagne aan om niet hun positieve, maar hun negatieve ervaringen met de fastfoodketen te delen op Twitter. Kwade tongen wisten ook de wildste broodjeaapverhalen over McDonald’s in 140 tekens te vatten: van broodje kat tot broodje rat. De media ‘smulden’ van de gefaalde campagne en zelfs grote nieuwsbronnen lieten het item niet liggen. De Volkskrant bijvoorbeeld kwam op 24-1-2012 voor de dag met het artikel “Twittercampagne McDonald’s als een boemerang terug in het gezicht”, voorzien van een aantal smeuïge voorbeeldtweets. De tweeter “Moobyghost” bijvoorbeeld liet zich de kans om kwaad te spreken over McDonald’s niet ontnemen en speculeerde over maar liefst twee interessante ingrediënten van het fastfood:

“#McDStories Did you know? McDonald uses fake eggs in breakfast as well as industrial chemicals in their nuggets and various other products.”

en even later de wat minder geloofwaardige:

“#McDStories Did you know... Every mcDonalds burger has cow shit in it. True Story.”

Twee uur na de start van de campagne besloot McDonald’s de zelfingevoerde hashtag niet meer te gebruiken, en bestempelde sociaalmediadirecteur van de keten, Rick Wion, het fiasco als “een ervaring waar we van leren” (Volkskrant, 24-1-2012).
Geruchten over McDonald’s zijn niets nieuws onder de zon en spelen al sinds eind jaren ’70, zo’n twintig jaar nadat milkshakemachineverkoper Ray Kroc het hamburgerbedrijf opkocht en begon uit te breiden tot een keten. De jaren ’70 markeren ook de komst van het eerste McDonald’s bedrijf in Europa, en wel in Zaandam, in 1971. McDonald’s is trots op zijn massale en globale karakter en speelt graag in op de zekerheid van kwaliteit waar mensen graag op rekenen, of ze nu in hun eigen stad een filiaal binnenstappen of op vakantie in Peru (22 filialen sinds 1996). De Nederlandse McDonald’s site laat dit ook goed zien; wie naar het kopje “Over McDonald’s” gaat op de site krijgt meteen de indrukwekkende feiten voorgeschoteld: 227 filialen in Nederland, met ruim 16.000 medewerkers. Dat is overigens nog niks vergeleken bij een land als Japan, dat (tevens sinds 1971) 3598 McDonald’s restaurants mag tellen. McDonald’s mag dan trots zijn op zijn grote populariteit, toch kunnen bij deze ‘populariteit’ wel wat vraagtekens worden gezet, zoals de recente Twittercampagne maar al te pijnlijk duidelijk maakt. Hoe valt dit vreemde contrast tussen frequente horrorverhalen over hamburgers en de massale consumptie ervan te verklaren?

McDonald’s horrorverhalen: 1970 t/m 2012
Rond 1977 begonnen de eerste McDonald’s geruchten de ronde te doen, toen nog uitsluitend in de Verenigde Staten waar het bedrijf werd opgericht. Verhalen die een groot product, bedrijf of merk als mikpunt hebben, staan ook wel bekend als mercantile legends (Fine, 1986), oftewel ‘productgeruchten’. Hoewel elk groot product slachtoffer kan worden van kwade geruchten (kleding, auto’s...), zijn voedselproducten en -bedrijven in de praktijk het vaakst de pineut – waarschijnlijk simpelweg omdat er de grootste behoefte aan is. Geruchten over voedselproducten kunnen grofweg worden ingedeeld in drie categorieën: geruchten over het bedrijf zelf en diens werknemers, geruchten over vreemde of schadelijke ingrediënten van het eten, en geruchten over voedselcontaminatie. Het allereerste gerucht over McDonald’s dat de kop opstak is een voorbeeld van de eerste categorie. Dit was een gerucht rondom de oprichter en president van het bedrijf, de inmiddels overleden Ray Kroc. Die zou lid zijn van de kerk van Satan. In een talkshow zou hij verder opgeschept hebben dat het succes van McDonald’s hierdoor verklaard kon worden. Volgens Fine (in: Brunvand 2001) was het onder andere de buitenlands klinkende naam van Kroc die dit gerucht in de hand werkte (vgl. Croc(odile) en Crook). Satanisme werd echter gekoppeld aan meer grote, succesvolle bedrijven in die tijd: ook Exxon, Liz Claiborne mode en Johnson & Johnson moesten er in de publieke opinie aan geloven en werden in verband gebracht met duivelse invloeden. Volgens Victor (1989) kwam deze ‘satansangst’ voort uit veranderingen in de morele ordening van de samenleving. Men was bang dat belangrijke hoekstenen van de samenleving, zoals de familie of het gezin, werden bedreigd door ‘mysterieuze kwaadaardige krachten’ van buitenaf, en dat de autoriteiten hier niet genoeg tegen optraden. Dat maaltijden ineens vaak buitenshuis werden bereid, zoals in een restaurant als McDonald’s, is hier een voorbeeld van.
Eind jaren ’70 begonnen in de Verenigde Staten ook geruchten omtrent de ingrediënten van het eten van de fastfoodketen te spelen. De burgers van McDonald’s zouden gemaakt worden van wormen. Alternatieve versies maakten hier kangoeroevlees, paardenvlees, spinneneieren, zaagsel en karton van (Brunvand 2001). Ook vlees van koeien die aan kanker leden werd genoemd als mogelijk ingrediënt van de burgers (Brunvand 1999). Het gerucht over kangoeroevlees dook onlangs ook weer op op een Nederlands internetforum. De verwarring ontstond door een recent filmpje van McDonald’s zelf, die de claim van kangoeroevlees juist probeert te weerleggen – iets dat blijkbaar niet door het gehele publiek wordt opgepikt. Door te benadrukken dat er géén kangoeroevlees in de burgers zit, ontstaat bij mensen die de eerdere geruchten niet kenden verwarring; zat er vroeger dan wél kangoeroevlees in de burgers? Of bevatten burgers van andere fastfoodketens misschien kangoeroevlees? (Viva Forum, 8-2009). Een gerucht ontkennen, zoals McDonald’s hier met ironie deed in een filmpje, kan bovendien ook wantrouwen bij de consument opwekken: waarom schiet McDonald’s in de verdediging, hebben ze soms iets te verbergen? Ook heeft psychologisch onderzoek aangetoond dat mensen die ergens vernemen dat een bepaald gerucht niet bestaat, de neiging hebben om wél het gerucht te onthouden, maar niet in hoeverre het nu eigenlijk wel of niet berust op de werkelijkheid (Dubois, Rucker & Tormala 2011).

Onsterfelijke hamburgers
De afgelopen jaren gaan de geruchten over McDonald’s steeds meer over de ‘mysterieuze’ kunstmatige ingrediënten van het eten. Voorbeeld hiervan is het gerucht dat McDonald’s eten zo vol zit met conserveringsmiddelen, dat het nooit rot of beschimmelt en voor eeuwig bewaard kan blijven. Dit gerucht wordt vaak voorzien van foto’s en filmpjes die het verouderingsproces van een burger of frietjes vastleggen. Het heeft zijn oorsprong in de Verenigde Staten, maar is via nieuwsberichten op het internet, forums en sociale media ook in Nederland terechtgekomen – hetgeen geldt voor vrijwel alle McDonald’s geruchten van de afgelopen tijd. Het begon allemaal met Matt Malmgren, een Amerikaanse man die op 1 januari 1989 twee hamburgers kocht bij de McDonald’s. Eentje ervan at hij op, de ander stopte hij in zijn jaszak om later op te eten. Hij vergat deze tweede burger echter en droeg de jas een tijdlang niet. Een jaar later vond hij tot zijn verbazing ineens een nauwelijks verouderde hamburger in zijn jaszak – geen schimmel, geen vieze geur. Omdat niemand hem geloofde begon hij meer oude hamburgers te verzamelen, hetgeen resulteerde in het ‘Bionic Burger Museum’ in zijn kelder, een enorme collectie van verouderde McDonald’s burgers. Het volgende bekende experiment dat de houdbaarheid van het McDonald’s eten onder de loep nam, was dat van voedseldeskundige Karen Hanrahan. Zij kocht in 1996 een hamburger en bewaarde die in een plastic trommeltje. Twaalf jaar later zag de burger er nog bijna hetzelfde uit. Volgens Hanrahan is de lange houdbaarheid het bewijs dat het chemisch voedsel is, zonder enige voedingswaarde. Ook Morgan Spurlock, maker van de documentaire Supersize Me (2004), voerde een houdbaarheidsexperiment uit met McDonald’s eten. Hij liet hiervoor twee glazen potten met fastfood oud worden. In de ene pot zaten snacks van een lokaal restaurant, in de andere pot eten van McDonald’s. Tien weken later waren de frieten van het lokale restaurant helemaal zwart geworden van de schimmel; de McDonald’s frieten zagen er nog hetzelfde uit als op de dag van aankoop. Gek genoeg werd het fenomeen van de lang houdbare hamburgers pas echt door de media opgepikt naar aanleiding van het experiment van de New Yorkse kunstenares Sally Davies. Haar 180 dagen tellende experiment/kunstproject had als titel ‘The Happy Meal Project’. Davies kocht op 10 april 2010 een Happy Meal in de McDonald’s bij haar om de hoek, met de intentie om het oud te laten worden. Elke dag nam zij een foto van de hamburger. Haar foto van 28 september 2010 – 171 dagen oud – laat een Happy Meal zien dat nauwelijks verschilt van een vers gekocht exemplaar.
Deze experimenten klinken overtuigend. Dat zijn ze ook: volgens experts is de extreem lange houdbaarheid van het McDonald’s eten namelijk gemakkelijk te verklaren. Het eten zou zo weinig vocht en zo’n hoog zoutgehalte bevatten, dat schimmels er niet op kunnen gedijen – bacteriën en schimmels hebben namelijk een vochtige voedingsbodem nodig. Het broodjeaap-aspect van dit verhaal zit hem dan misschien ook niet in de feiten van het verhaal, maar in het ontstaan en de verklaring van die feiten. Geen enkel ander droog, zoutrijk voedsel is ooit aan dezelfde experimenten onderworpen geweest die met het fastfood van McDonald’s werden uitgevoerd. De experimenten kwamen voort uit een al heersend wantrouwen jegens fastfood van massale bedrijven als McDonald’s, dat door de bevindingen gemakkelijk werd bevestigd. J. Kenji López-Alt van de website A Burger Today besloot het daarom wetenschappelijker aan te pakken. Om de oorzaak van het onbederfelijke McDonald’s voedsel te achterhalen, liet hij verschillende burgers (zowel van McDonald’s als zelfbereide) verouderen in verschillende condities. Ook testte hij een burger zonder zout, om de claim (door andere wetenschappers voorgesteld) dat de relatief grote hoeveelheid zout in de McDonald’s burgers zou functioneren als conserveringsmiddel. De resultaten zijn verrassend: zowel de meest gangbare hamburger van McDonald’s als het thuisbereide equivalent vertoonde geen tekenen van verval, evenals de hamburgers zonder zout. Wat echter wel uit bleek te maken, was de grootte: de grotere McQuarterpounder en het vergelijkbare thuisbereide equivalent hadden na de testperiode van 25 dagen allebei wél schimmelsporen op de burgers. De verklaring die López-Alt voor zijn resultaten geeft is dat een kleiner oppervlak sneller uitdroogt, en eenmaal uitgedroogd hebben schimmels geen kans om te gedijen. Burgers van een relatief klein formaat kunnen dus simpelweg niet beschimmelen, ongeacht hoeveel zout en conserveringsmiddelen er in worden gestopt.

Chemische roze pasta
Een ander ‘ingrediënten’-gerucht betreft de chemische roze ‘pasta’ waar de kipnuggets (gefrituurde kipstukjes) van McDonald’s van gemaakt zouden zijn. Ook dit gerucht wordt de afgelopen paar jaar, voorzien van foto of filmpje, regelmatig via media en sociale media verspreid. Het werd populair nadat Britse celebrity kok Jamie Oliver het op 12 april 2011 aankaartte in zijn kookprogramma Food Revolution op televisie. Daarna is het onder andere besproken in het Nederlandse tv-programma Tros Radar (20-2-2012). De roze pasta, zo gaat het gerucht, bestaat uit in fabrieken vermalen overblijfselen van kippen – niet alleen het vlees van de kippen, maar álle lichaamsdelen, dus ook het ‘slachtafval’: oogballen, ingewanden en pootjes. Omdat de gemalen pasta vol bacteriën zit, wordt het vervolgens gewassen met ammoniak. Dat geeft het echter een vieze smaak. Daarom worden er nog kunstmatige smaakversterkers aan toegevoegd, die ervoor zorgen dat de nuggets uiteindelijk enigszins naar kip smaken. De chemische roze kleur wordt vervolgens verbloemd door ook kunstmatige kleurstoffen aan het eindproduct toe te voegen. In sommige versies van het gerucht wordt de opmerking dat álle lichaamsdelen van de kip worden vermalen, weggelaten en vervangen door enkel “vleesresten” van de kip.
Het verhaal van de chemische roze pasta lijkt een beetje op die van de onsterfelijke burgers, in de zin dat een gedeelte van het verhaal waar is: het beeldmateriaal van de roze pasta is echt en het vormt inderdaad een ingrediënt van kipnuggets. De claim dat ook pootjes, ingewanden en oogballen worden gebruikt voor de pasta wordt echter veel tegengesproken door deskundigen, evenals de claim dat er ammoniak aan te pas komt. Zo’n risico zou McDonald’s nooit nemen, volgens voedseldeskundige Daniel Fletcher van de Universiteit van Connecticut, die geschokt op de geruchten reageerde: "You don't mix ammonia with food! That's illegal! And it's stupid. I've never seen anybody pull a stunt like that. These guys invest big money in that product, and would never do that” (Business Insider, October 2010). Ook hier lijkt maar een gedeelte van het verhaal dus waar.
Nog een gerucht van deze aard gaat over de ingrediënten van de zogenaamde ‘McRib’, een burger die af en toe in de Verenigde Staten bij de McDonald’s verkrijgbaar is, maar niet in Nederland. Recentelijk werden de ingrediënten van deze burger geanalyseerd en besproken in een online artikel van Time (27-10-2011), “Why Lovin’ the McRib Isn’t Heart Smart”. Drie van de maar liefst 70 ingrediënten in de burger zouden in kleine hoeveelheden onschuldig zijn, maar bij een hogere dosis mogelijk schadelijk. Het bleekmiddel azodicarbonamide bijvoorbeeld. In Europa is dit additief verboden omdat het mogelijkerwijs bijdraagt tot het ontwikkelen van astma. Dit ingrediënt wordt door mensen weer gekoppeld aan het verhaal over de eeuwige houdbaarheid van het McDonald’s eten, hoewel de functie van conserveermiddel in geen enkele wetenschappelijke bron over azodicarbonamide lijkt te worden genoemd. Waarschijnlijk is het gewoon een samenvoegen van twee vergelijkbare geruchten. Opvallend bij geruchten die te maken hebben met de grote en ingewikkelde lijst ingrediënten van McDonald’s eten, is het door elkaar halen van feit en fictie: feiten worden gebruikt, uitvergroot en op specifieke manieren geïnterpreteerd. Op deze manier reflecteren ze de heersende onrust onder mensen over het gebrek aan kennis en controle over wat er nu precies in hun eten zit, evenals een wantrouwen jegens grote anonieme bedrijven – op dit laatste wordt dieper ingegaan in de volgende paragrafen.

Grote bedrijven en productgeruchten: het Goliath effect
McDonald’s is natuurlijk niet de enige fastfoodketen. Zeker in de Verenigde Staten zijn de restaurantketens waar snel eten en snelle service geboden worden niet aan te slepen. In de jaren ’70 was het dan ook niet uitsluitend McDonald’s waar voedselgeruchten de ronde over deden. Eén van de bekendste geruchten destijds was die van gefrituurde ratten die opdoken in de kipsnacks van fastfoodketen ‘Kentucky Fried Chicken’, in de Verhalenbank bekend onder typenummer BRUN 02605: The Kentucky Fried Rat. Brunvand onderscheidt verder in de categorie voedselgeruchten nog BRUN 02715A: The Mouse in the Coke Bottle, BRUN 05515: Masturbating into Food, BRUN 02300: The Dog’s Dinner, BRUN 02700: Ethnic Restaurant Stories, BRUN 02610: Spider Eggs in Bubble Yum (geen typenummer) en Hold the Mayo! Hold the Mozzarella! (geen typenummer). De Volksverhalenbank voegt hier nog het typenummer TM 6001: Coca Cola-lore aan toe. Veel van deze verhalen gaan over wantrouwen jegens bekende, grote voedselproducten. Een aantal vinden echter plaats in een onbekend lokaal restaurant, of zijn gericht tegen etnische restaurants (The Dog’s Dinner, Ethnic Restaurant Stories). Recentelijk heeft bijvoorbeeld een gerucht in Nederland gespeeld over sperma in knoflooksaus. Dit zou plaatsvinden in ‘een’ shoarmatent (Turks/Marokkaans), waar de slachtoffers nietsvermoedend een broodje shoarma met knoflook-spermasaus naar binnen werkten. Het is zo dus een combinatie van een verhaal over verontreinigd eten in een etnisch restaurant en over masturberen in voedsel. De verhalen rond onbekende restaurants vonden voorheen meer plaats in Europa; die rond bekende producten en grote voedselketens meer in de Verenigde Staten. Inmiddels circuleren er ook veel geruchten over grote, bekende producten in Europa, waarschijnlijk omdat grotere globale ketens steeds meer vanuit de Verenigde Staten naar Europa zijn overgewaaid.
De laatste jaren is het steeds meer McDonald’s en niet een van de talrijke andere snackbarketens die de hoofdrol speelt in dubieuze geruchten. Hoe valt dit te verklaren? Volgens Fine (1985) hebben we hier te maken met een fenomeen dat hij het ‘Goliath effect’ noemt. Dit houdt in dat het grootste bedrijf in een bepaalde tak, met het grootste marktaandeel (zoals McDonald’s onder de fastfoodketens), in meer geruchten de hoofdrol speelt dan je zou verwachten op basis van de grootte van het marktaandeel alleen. Bovendien schakelen geruchten die in eerste instantie een kleiner bedrijf aanwijzen, na verloop van tijd vaak over naar het grootste bedrijf in die branche (Fine 1992). Deze “fear of bigness”, wat ook gezien kan worden als angst voor kapitalisme, heeft Fine aangetoond door middel van een onderzoek met een aantal bestaande productgeruchten – het Goliath effect bleek hier inderdaad te gelden. Het toen bekende productgerucht over wormen in hamburgers bijvoorbeeld werd door de meerderheid van de proefpersonen aangeduid als een productgerucht over McDonald’s, hoewel dit broodjeaapverhaal zich in eerste instantie afspeelde bij fastfoodrestaurant ‘Wendy’s’. Als mensen een gerucht horen over een fastfoodrestaurant, is de kans dus groot dat dit gerucht zich in de volksmond na verloop van tijd ineens gaat afspelen bij McDonald’s, ook als dat in de oorspronkelijke versie niet het geval was.

De moderne samenleving: een groeiend verlangen naar ‘authentiek eten’
Zoals eerder aangetoond, is McDonald’s niet het enige grote bedrijf dat te kampen heeft en heeft gehad met broodjeaapverhalen. Volgens Fine (1992) is het juist de grootte en (daardoor) anonimiteit van bedrijven die ze vatbaar maakt voor dit soort verhalen. Productgeruchten zijn ontstaan in de industriële revolutie, die onder andere gekenmerkt werd door het steeds onpersoonlijker worden van contacten tussen mens en samenleving. Locale scholen zijn geen autonome instituten meer, maar worden gerund door de regering. Je rekent je appels niet meer af bij de groenteboer om de hoek, maar bij een grote supermarktketen, waar de kassa bemand wordt door een jonge scholiere die weinig benul heeft van het product dat ze aanslaat. De psychologische afstand tussen consument en product wordt zo groter: waar komt het product vandaan, wie heeft het gemaakt? De ingrediënten van producten worden bovendien steeds ingewikkelder en zijn vaak onbegrijpelijk voor de gewone burger. Bart van Opzeeland (Foodwatch) merkt in de eerder genoemde uitzending van Tros Radar van 20-2-2012 bijvoorbeeld op dat sommige producten tegenwoordig maar liefst 20 E-nummers (additieven) bevatten. “Wat heeft dat nog met eten te maken?”, merkt hij kritisch op, “dat is meer een soort gekunsteld fabrieksproduct”.
Een ‘gekunsteld fabrieksproduct’ is niet bepaald een complimenteuze benaming voor voedsel. Maar waarom eigenlijk niet, kun je je afvragen. Voedsel is immers voedsel – als we er energie uit halen en het ons niet ziek maakt, maakt het dan zoveel uit of het door een mens of door een fabriek is gemaakt? Blijkbaar wel. Volgens Lindholm (2008) is er in de moderne samenleving een groeiend verlangen ontstaan naar authenticiteit. De verklaring ligt volgens hem in het uit elkaar vallen van het feodale systeem en de massale trek van mensen van het platteland naar ‘de grote stad’. Iedereen werd hier ineens anoniem voor elkaar en men had geen vaste, bepaalde plek in de gemeenschap meer, zoals in kleine overzichtelijke dorpjes wel het geval is. Dit creëerde enorm veel mogelijkheden en vrijheid, maar ook gevoelens van zinloosheid en vervreemding. Deze ontheemde gevoelens resulteerden uiteindelijk in de periode die we nu bestempelen als de Romantiek. In de kern betekende dit: terug naar de natuur; terug naar onze oorspronkelijke, primitieve aard. Dit romantische idee van het pure, echte, natuurlijke vinden we nu nog terug in het huidige concept van authenticiteit. Authentiek eten in deze zin is dan simpel, eerlijk, natuurlijk eten, dat direct uit de natuur komt en waar niet te veel aan geknoeid is. Dit gaat samen met een groeiend bewustzijn voor gezond en duurzaam eten; een voedseltrend van de afgelopen jaren (het door Petrini in 1986 opgerichte Slow Food, een beweging die alternatieven wil voor fastfood, is hier een voorbeeld van). Authentiek eten bindt zich ook vaak aan specifieke plekken en tradities: een Italiaans restaurant dat traditionele Italiaanse pastagerechten op de kaart zet wordt immers als ‘authentieker’ beschouwd dan een Italiaans restaurant dat Vlaamse frieten serveert. Vooral in het multiculturele Europa is deze vorm van authenticiteit belangrijk, en spreekt men wel in negatieve zin over de ‘mcdonaldisering’ van de samenleving. Deze term drukt een angst uit voor dominante, Amerikaanse grootmachten in Europa. De waarde die wordt gehecht aan authentiek eten is al met al dus geen goed nieuws voor McDonald’s: een restaurant dat overal ter wereld bestaat en dus niet gebonden is aan een specifieke plek, en dat bovendien de reputatie heeft enorm te knoeien met haar voedselproducten. Het weinig authentieke karakter van McDonald’s levert dan ook ongetwijfeld een bijdrage aan de verspreiding van negatieve verhalen. Vooral in de geruchten die betrekking hebben op de vermeend chemische, kunstmatige ingrediënten van McDonald’s eten zien we dit goed terug.
McDonald’s zelf lijkt zich overigens maar al te goed bewust van de kwade geruchten en de onauthentieke ‘reputatie’ van het bedrijf, blijkens meerdere acties en veranderingen in de bedrijfsvoering de afgelopen jaren. Rond dezelfde tijd dat de Twittercampagne ‘#McDStories’ werd gelanceerd, voerde McDonald’s ook de hashtag ‘#meetthefarmers’ in, een actie die ervoor moest zorgen dat Twittergebruikers online kennis konden maken met de ‘eerlijke boeren’ die McDonald’s haar producten leveren. Ook hanteert McDonald’s vanaf 2008 de ‘Good Food Fast’ strategie, die heeft gezorgd voor gezondere, natuurlijkere alternatieven op het menu, zoals de McSaladShaker en de keuze van bruin brood en worteltjes bij een Happy Meal. Sinds 2009 is McDonald’s bovendien in een aantal landen (onder andere Engeland, Duitsland en Frankrijk) overgestapt op een groen in plaats van een rood restaurantlogo: hiermee wil het bedrijf aangeven “verantwoordelijk om te gaan met natuurlijke bronnen”, aldus Hoger Beek, vicevoorzitter van McDonald’s in Duitsland. Of deze imagoveranderingen toekomstige kwade geruchten rondom het bedrijf echt kunnen verminderen of zelfs elimineren, valt nog maar te bezien.
literatuur Brunvand, J.H. (1999). Too Good To Be True: The Colossal Book of Urban Legends. New York: W.W. Norton & Company.
Brunvand, J.H. (2001). Encyclopedia of Urban Legends. New York: W.W. Norton & Company.
Dubois, D., Rucker, D.D., & Tormala, Z.L. (2011). From rumors to facts, and facts to rumors: The role of certainty decay in consumer communications. Journal of Marketing Research, 48, p. 1020-1032.
Fine, G.A. (1985). The Goliath Effect: Corporate Dominance and Mercantile Legends. Journal of American Folklore, 98 (387-390), p. 63-130.
Fine, G.A. (1992). Manufacturing Tales: Sex and Money in Contemporary Legends. Knoxville: The University of Tennessee Press.
Groves, A.M. (2001). Authentic British food products: a review of consumer perceptions. International Journal of Consumer Studies.
Lindholm, C. (2008). Culture and Authenticity. Malden, MA: Blackwell Publishing.

Internetbronnen:

Buchanan, M. (10-10-2010). Behind the Chicken Goop: The Truth and Science of Chicken Nuggets. Business Insider.
http://articles.businessinsider.com/2010-10-10/news/29994815_1_ground-chicken-white-meat-food-science#ixzz1mNAyQG8f
Hanrahan, K. (24-09-2008). 1996 McDonalds Hamburger.
http://bestofmotherearth.com/2008/09/24/1996-mcdonalds-hamburger.html
Hill, K. (01-24-12). #McDStories: When A Hashtag Becomes A Bashtag. Forbes.
http://www.forbes.com/sites/kashmirhill/2012/01/24/mcdstories-when-a-hashtag-becomes-a-bashtag/
López-Alt, K.J. (5-12-2010). The Burger Lab: Revisiting the Myth of The 12-Year Old McDonald's Burger That Just Won't Rot (Testing Results!).
http://aht.seriouseats.com/archives/2010/11/the-burger-lab-revisiting-the-myth-of-the-12-year-old-burger-testing-results.html
McDonald's. Officiële Website
Sabel, P. (24-01-2012). Twittercampagne McDonalds als een boemerang terug in het gezicht. De Volkskrant.
http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2694/Internet-Media/article/detail/3135581/2012/01/24/Twittercampagne-McDonalds-als-een-boemerang-terug-in-het-gezicht.dhtml
Twitter. Geraadpleegd van 5-2-2012 tot 25-3-2012, zoekterm: McDonalds, taal: Nederlands.
https://twitter.com/#!/search/%23mcdonalds%20lang%3Anl
Viva Forum. (01-08-2009). Topic: Reclame McDonald’s Bigmac.
http://forum.viva.nl/forum/Eten/Reclame_McDonalds_BigMac/list_messages/53169

Audiovisuele bronnen:

Spurlock, M. (2004). Supersize Me. Documentaire.