HomeDatabanken

Van der Kooi

Jurjen van der Kooi: Volksverhalen in Friesland
Lectuur en mondelinge overlevering. Een typencatalogus.

(Groningen 1984)
type AT 0300
versies Alle Nederlandse versies
omschrijving The Dragon Slayer
verhaalopbouw I (a) Een jonge schaapherder [P412.1] vindt in een verlaten kasteel [F771.4.3] in 3 kamers telkens een paard, een harnas en een zwaard, het volgende steeds weer groter, resp. mooier, resp. zwaarder dan het voorgaande. Bij het derde zwaard een potje met zalf: "wie uit dit potje smeert, kan de hele wereld en het zwaard regeren" (Ned.) [D1244]. II. (a) Een prinses moet aan 14 reuzen uitgeleverd worden, die haar op willen voeren aan een draak [B11.10]. (b) Een prinses is ontvoerd door een draak, (b1) door rovers die haar in hun kasteel laten bewaken door een oude vrouw en een draak [R12.1]; (b2) 3 prinsessen zijn geroofd door 3 draken [R11.1]. (c) Wie de prinses redt zal haar tot vrouw krijgen [T68.1] en later koning worden. III. (a) De draak is 7- [B11.2.3.1], (a1) 14-koppig [B11.2.3], (a2) de draken zijn 3- [B11.2.3.2], 6- [B11.2.3.3] en 9-koppig [B11.2.3.4], (b) en vuurspuwend [B11.2.11]. IV. (a) 303,1 de held vergezelt de prinses. Hij verslaat met zijn sabel [D1081] en met hulp van zijn beer [B435.4], wolf [B435.3] en leeuw [B431.2] 13 reuzen en slaat ze het hoofd a [G512.1.2]. De 14de belooft hem de sleutel van het hol van de draak [B11.3]. Deze hangt achter een vergiftige plant, die wie hem aanraakt doodt. De reus probeert tevergeefs de held tegen de plant te duwen. Deze laat hem de sleutel pakken en onthoofd ook hem daarna. (b) De held van 303, (b1) de herder, (b2) een afgedankte soldaat, doodt de draak (draken) (c) met zijn magische sabel (zwaard) (d) en met de hulp van zijn dieren (e) door hem de koppen af te slaan [B11.11, R111.1.3, R111.1.2]. V. (a) De held snijdt de draak (draken) de tongen uit [H105.1]. (b) De prinses geeft hem haar zakdoek als herkenningsteken [H113]. (c) De held verlaat de prinses(sen), (d) omdat hij nog te jong is om met haar te trouwen, (e) maar belooft na een jaar terug te zullen komen [R111.6]. VI. (a) De koning laat bekend maken dat als de drakendoder zich meldt hij met een van de 3 prinsessen trouwen mag. (b) De koetsier van de prinses dwingt haar te vretellen dat hij de reuzen en de draak gedood heeft [K1933]. (c) Een bedrieger, (c1) hoofdman, weet, (d) met krokodilletongen, (d1) een bloederig zwaard, de koning ervan te overtuigen dat hij de drakendoder is [K1932]; (d2) een bedrieger ontdoet zich van de held en neemt zijn plaats in (506B). (e) De prinses haalt haar vader over de bruiloft een jaar uit te stellen [T151]. VII. (a) Juist als de bruiloft gehouden zal worden arriveert de held in de koningsstad [N681]. (b) Hij neemt zijn intrek in een herberg en wedt met de kastelein dat hij voedsel van de tafel van de koning krijgen kan. Hij stuurt hiervoor eerst zijn beer, daarna zijn wolf, (b1) zijn honden [B421], naar het kasteel. (c) De prinses(sen) herkent (herkennen) de dieren [H151.2]. (d) De koning ontbiedt nu de held (e) en noodt hem aan de tafel waar de drakenkoppen staan [H105.1.1]. (e) De held haalt de zakdoek te voorschijn en (f) hij laat de draketongen zien, daarmee bewijzend dat hij de echte drakendoder is [H83]. (g) De bedrieger wordt in een spijkerton bij een berg neergerold [Q463], (g1) opgesloten [Q262], (g2) opgehangen [Q413.3]. (h) De held trouwt met de (een van de) prinses(sen) [L161].
motieven
literatuur Christiansen 1959; Delarue 1957 101-107; Liungman 1961 38-43, 356-357; Ranke 1955 15 57; L. Röhrich, in: EM III 787-802.
versies 1. [H. Sytstra], Iduna X (1854), 51-63; DYKSTRA 1895-96, II 35-42 (Ned.). IIa c IIIa1 b IVa b c d Va b c d e VIb e VIIa b c d e f g h. (303,1 ). (Sytstra tekent hierbij aan dat hij dit sprookje wel door heel Friesland heeft horen vertellen, maar alleen fragmentarisch, nooit zo kompleet als hij het hier weergeeft). [ Friso 21.6.1919; Poortinga, Hûndert 1982, 7-13].
2. Dam JAARSMA, LC 21-11-1963. Ia IIb c IIIa IVb1 c e Va b c d VIc d VIIa e f g1 h. [ Van der Kooi, Vv. Friesland num. 1].
3. Ms F.A.P. R.P. de Jong 23-5-1973, POORTINGA 1978, 131-142. IIb1 IIIa IVb2 e Va VId2 VIIIa f g1 h. ( 506B,4).
4. Ms F.A.P. S. de Bruin 14-6-1979. IIb2 IIIa2 IVb c Va c VIa c1 d1 VIIa b c d f g1 h. (303,3 ).