Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

VOLKS058 - Waarom de kwakkel geenen staert heeft

Een sprookje (tijdschriftartikel), 1889

Hoofdtekst

Waarom de kwakkel geenen staert heeft?
In den ouden tijd, —maar dat is al heel, heel lang geleden, en de keien hadden toen nog eene tong, — toen de vogels nog konden spreken, zagen zij er heel anders uit dan vandaag. De kwakkel had nog haren langen staert, de ekster was nog zoo wit als sneeuw, en de kraai nog geenszins zwart. De groenvink was herbergierster, en woonde, daar ievers boven Elshoutbosch, In het Rolleken af.
Op zekeren Asschen-Woensdag hadden de kraai, de ekster en de kwakkel, die geburen waren, naar de kerk een kruisken gehaald. Natuurlijk hadden ze er, na 't verlaten van de kerk, bij Janssens of Susse Greef een half scheutje op gezet, en nu kwamen ze met hun drietjes, met de muts op een oor en arm aan arm, bij de groenvink ook eens 'op staminee.'
Het jenevertje van 't vat had hen, scheen het, nog meer dorst doen krijgen; het ging er dus gelijk in het liedje:
"Van een kwamen twee, en van twee kwamen drij,
En een vierde, en een vijfde, en een zesde daarbij..."
Het Leuvensch en de faro smaakten toch zoo lekker! En ten allerlaatste hadden de drie gezellen zulk een lobbeken aan, dat ze geen pap meer konden zeggen. Daar stond nu madam Groenvink alleen nuchter te midden van al die zatte barmhertigheid, en vroeg maar zonder ophouden om het geld van het gelag.
Het scheen echter, dat de vriendjes aan dat oor een beetje doof waren. De kraai beweerde, dat de ekster moest betalen; de ekster hield staan, dat de kwakkel heur meegelokt had; de kwakkel zwoer bij hoog en laag, dat de kraai beiden had uitgenoodigd, en dus ook het duimkruid moest afdokken. Anfing, van betalen kwam er niemedalle!
Ten einde raad, greep de bazin den bezemstok, en sloeg er bovenarms of bovenpoots op los ! Dat was me daar een spektakel In het Rolleken af!
De kwakkel wou de plaat poetsen, en sukkelde schuins weg naar de deur. Maar de bazin was haar te rap: ze kreeg haar bij den staert, trok... en hield het meubel in haren poot... Jankend hinkte de kwakkel het veld in...
De ekster wou door het venster wegvliegen, maar hare vleugels schenen wel wat slap, en zoo kwam ze te recht in den koolbak, plodderde eenen heelen tijd in de natte houillie, en kwam er uit zoo zwart als een negerken.
De kraai, die ondertusschen niet weinig lange haver te eten kreeg, vloog langs de schouw naar buiten, en zag ook al zoo zwart als Lucifer.
Sedert dien tijd nu hebben de kwakkels geenen staert meer, zijn kraaien en eksters niet langer wit, en kent de groenvink geenen anderen zang dan:
"Ik wil 't geld van men bier
Ik wil 't geld van men bier..."
De kwakkel eehter roept, als zij dat hoort:
"Wat sjert me dit, wat sjert me dat?
Gij trokt menen stjaert wel uit men gat!"

Beschrijving

Lang geleden had de kwakkel nog een lange staart, en waren de ekster en de kraai wit. Op een dag gaan ze naar de herberg, waar de groenvink herbergierster is. Ze drinken zich ladderzat. De groenvink vraagt om geld maar ieder zegt dat de ander moet betalen. De kwakkel probeert er vandoor te gaan, maar verliest zijn staart als de groenvink hem vastgrijpt. De ekster wil door het raam ontsnappen maar maakt een noodlanding in de kolenbak. De kraai vliegt langs de schouw naar buiten. Sindsdien hebben kwakkels geen staart, en zijn eksters en kraaien niet meer wit.

Bron

Volkskunde. Tijdschrift voor Nederlandsche Folklore. 2 (1889) p. 66

Commentaar

1889

Naam Overig in Tekst

In het Rolleken af    In het Rolleken af   

Janssens    Janssens   

Susse Greef    Susse Greef   

Lucifer    Lucifer   

madam Groenvink    madam Groenvink   

Leuvensch    Leuvensch   

Naam Locatie in Tekst

Elshoutbosch    Elshoutbosch   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20