Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ROODKAPJE030 - Roodkapje

Een sprookje (boek), 1866

Hoofdtekst

ROODKAPJE
Er was eens een allerliefst klein meisje, de lieveling van hare moeder, maar vooral van hare grootmoeder, die haar een rood kapje liet maken dat haar zeer goed stond en waardoor zij den bijnaam kreeg van Roodkapje.
Eens toen hare moeder wafeltjes had gebakken, zeide zij tegen hare dochter: "men heeft mij gezegd dat uwe grootmoeder ziek is. Ga eens zien hoe het haar gaat en breng deze wafeltjes en dit potje boter, maar houd u niet op onder weg."
Roodkapje begaf zich dadelijk op weg, maar om bij hare grootmoeder te komen, die in een nabijgelegen dorp woonde, moest zij het bosch door. In dit bosch waren wolven, doch deze vertoonden zich nooit op den breeden weg, dien Roodkapje te volgen had. Ongelukkig vergat het meisje den raad harer moeder, en toen zij zoovele bonte kapellen zag vliegen en de bloemen en aardbeziën, haar schenen toe te roepen: "vermaak u met ons" ging zij om bloemetjes te plukken en vlinders na te jagen een heel eind het bosch in, doch ach! daar ontmoet zij eensklaps een wolf, die grooten lust had haar dadelijk op te eten, maar het niet durfde wagen, omdat er eenige houthakkers in de buurt waren. "Waar gaat gij naar toe?" vroeg de wolf.
De arme Roodkapje wist niet hoe gevaarlijk het is om met een wolf te praten en antwoordde: "Ik ga naar mijn grootmoeder, om haar dit potje boter te brengen en deze wafeltjes."
"Woont zij hier ver van daan?" vroeg de wolf. "Ja," zeide Roodkapje, "het is daar bij dien molen, dien ge daar in de verte ziet. Mijne grootmoeder woont in het eerste huis van het dorp."
"Wel zoo," hernam de wolf. "Nu, ik ga er ook heen. Laten wij eens zien wie er het eerst zal wezen, ik langs dezen weg, gij langs dien."
De wolf liep uit al zijn macht langs den kortsten weg, terwijl het kleine meisje nog de kapelletjes bleef naloopen en een ruiker plukte zonder zich te haasten, ofschoon zij een omweg maakte. De wolf was spoedig, waar hij zijn wilde en klopte aan de deur van de grootmoeder.
"Wie is daar?" riep deze.
"Ik ben het, Roodkapje, uw kleindochter," antwoordde de wolf, zijn stem zooveel mogelijk verzachtende.
De grootmoeder, die te bed lag, riep: "trek maar aan het touwtje, dan zal de deur wel opengaan."
De wolf trok aan het touwtje en ging naar binnen. Vervolgens wierp hij zich op de zieke grootmoeder, die hij spoedig geheel opgegeten had, want hij had in drie dagen niets gegeten en was dus zeer hongerig.
Toen sloot de wolf de deur zorgvuldig dicht en ging te bed liggen in afwachting van Roodkapje, die eenige oogenblikken later aanklopte.
Klop, klop, hoorde de wolf.
"Wie is daar?" vroeg hij.
Roodkapje verschrikte een weinig toen zij zoo'n grove stem hoorde, maar denkende dat grootmoeder misschien zwaar verkouden zou zijn, antwoordde zij: "ik ben het, Roodkapje, die u wafeltjes komt brengen en een potje boter."
"Trek maar aan het touwtje, dan zal de deur wel opengaan," riep de wolf zoveel mogelijk op dezelfde wijze als hij het de grootmoeder had hooren zeggen.
De kleine Roodkapje trok aan het touwtje en de deur ging open. Toen de wolf haar zag, verstopte hij zich onder de dekens en zeide: "zet de wafeltjes maar op tafel en kom een beetje bij mij op bed, want gij zult wel vermoeid zijn."
Roodkapje ontkleedde zich dadelijk om aan het verlangen harer grootmoeder te voldoen en stapte in het bed zonder eenig kwaad vermoeden. Zij verwonderde er zich toch zeer over dat hare grootmoeder er zoo vreemd uitzag, en zeide:
"Grootmoeder, grootmoeder, wat hebt gij lange armen."
"Om er u beter mede te kunnen omarmen, mijn kind", zeide de wolf.
"Grootmoeder, grootmoeder, wat hebt gij groote beenen," zeide weer het meisje.
"Dat is om zooveel harder te kunnen loopen," antwoordde de wolf weder.
"Maar wat hebt gij groote ooren," merkte Roodkapje aan.
"Dat is om beter te kunnen hooren, mijn kind."
"Grootmoeder, grootmoeder, wat hebt gij groote oogen," zei Roodkapje.
"Zoveel te beter kan ik zien, mijn kind."
"Maar wat hebt gij groote tanden," zeide zij weder.
"Dat is om u zoo veel beter te kunne opeten," zeide de wolf en sperde zijn bek wagenwijd open om de arme Roodkapje te verslinden even als hij harer grootmoeder gedaan had, maar nog voor hij toegehapt had kwamen de houthakkers, die zijn spoor gevolgd hadden, binnen en sloegen hem met hunne bijlen dood, terwijl Roodkapje zich vol angst in de kleerkast verstopte.
"Kom maar te voorschijn, hij is dood," riepen de houthakkers na eenige oogenblikken, maar Roodkapje was zoo verschrikt dat zij bijna niet kon loopen. Daarom tilde een van de houthakkers haar op zijn schouder en bracht haar naar huis, waar zij spoedig bekwam van den schrik.
Dit voorval had haar echter goed leeren begrijpen, hoe gevaarlijk het is om zich met wolven in te laten en nooit zag men haar na dezen tijd weder met een wolf in gesprek.
Dat men met wolven niet moet spreken,
Is ons hier duidelijk gebleken.
Maar grooter les en dieper zin
Houdt zeer gewis dit sprookje in.
Want zie! hare ongehoorzaamheid
En het verbeuz'len van haar tijd
Bracht ons Roodkapje in 't verdriet;
Men volge dus haar voorbeeld niet.

Onderwerp

ATU 0333    ATU 0333   

AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)    AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   

Beschrijving

Onderweg door het bos naar haar zieke grootmoeder houdt Roodkapje zich niet aan de waarschuwing van haar moeder om op de brede weg te blijven, maar gaat dieper het bos in. Daar komt ze de wolf tegen, die haar eigenlijk wil opeten, maar niet durft omdat er houthakkers in de buurt zijn. Hij weet te ontfutselen dat ze naar grootmoeder gaat en waar die woont, en stelt voor ieder een andere weg te nemen. Hij neemt de kortste weg, Roodkapje moet een omweg maken, en treuzelt ook nog eens. De wolf doet de stem van Roodkapje na, zodat hij naar binnen mag, en eet grootmoeder op. In bed wacht hij op Roodkapje, doet de stem van grootmoeder na om haar binnen te laten. Ze gaat bij hem liggen, en merkt op dat grootmoeder zulke lange armen, grote benen, oren, ogen en tanden heeft. Bij die laatste opmerking wil de wolf haar opeten, maar dat wordt verhinderd door houthakkers die hem met hun bijlen doodslaan. Roodkapje, die zich heeft verstopt, is zo geschrokken dat ze naar huis moet worden gebracht. Door deze gebeurtenis is Roodkapje gaan begrijpen dat niet met wolven moet worden gesproken, en dat ongehoorzaamheid en verbeuzelen van tijd ongeluk brengt.

Bron

Agatha. De sprookjes van Moeder de Gans: opnieuw verhaald. Leiden: Van de Heuvell & Van Santen, [1866]
KB: KW Ki 3248
Collectie Roodkapje/Karsdorp

Motief

K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.    K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   

J21.5 - ”Do not leave the highway“:    J21.5 - ”Do not leave the highway“:   

Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.    Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   

B211.2.4 - Speaking wolf.    B211.2.4 - Speaking wolf.   

Commentaar

Agatha is het pseudoniem van Reinoudina de Goeje
Gekuiste bewerking van Charles Perrault, Contes de ma mère l'Oye, ou histoires ou contes du temps passé. 1697.
Bevat 1. Asschepoester. 2. De gelaarsde kat. 3. Roodkapje. 4. Riket met de kuif. 5. Klein Duimpje. 6. Blauwbaard. 7. De schoone slaapster in het bosch. 8. Ezelsvel

Naam Overig in Tekst

Roodkapje    Roodkapje   

Datum Invoer

2019-01-31