Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

BOERDE16 - DIT ES DE FRENESIE

Een mop (), 14e eeuw

Hoofdtekst

DIT ES DE FRENESIE
Het dicht al dat lepel lect:
waendi dat ic bem vergect,
dat ic oec niet dichte ende make,
des nacht als ic niet en vake?
5 menichgen, als hi slaept,
sijn ers herde wide gaept
ende blaest als ene bosine.
Ay ute vercorne fine!
des es leden menichgen dach,
10 dat mi v minne int herte lach,
ende gine wilt mijns niet ontfarmen.
Dicken hebbedi doen verwarmen
mijn herte ende gemaect cout;
om v bem ic worden out
15 ende graeu als ene catte,
ende gine achtes dit no datte.
ocht v minne mi steruen daede,
wie soude mi betren die scaede?
Lachtijs, maecti v sceren,
20 so willics mi af keren,
want hine dult algader niet
die te haluen wege weder tiet;
anders waric in dole.
Nv liggic te parijs ter scole
25 ende bem daer een studant.
Selden coemt mi boec in die hant,
maer ic lere ontginnen pasteiden;
bem ic dan ter quader weiden,
es een quaet dorp dan parijs?
30 ic wedde sinc contre sijs,
nochtan eysch ic toe twee aes:
die seide dat ic ware .i. dwaes,
hine ware mi niet willecome.
Alsic dan weder thus come,
35 so bem ic meester vander arten
ende wille eten vleesch ende tarten
ende hebbe gewonden den croec.
Ic soude node stoeten een loec,
maer ic songe wel een montet.
40 Int leste hebbic an een net
ende bem een everardijn.
Ic dronke gerne goeden wijn,
maer ic en weet waermet copen,
dus moet ic achter lande lopen
45 te minen moyen, te minen maegen,
die mijn ongheual luttel claegen.
so hebbic die prouende met ghewelde
tusscen couden berge ende biestervelde;
so coemt een ander ende wilse mi nemen:
50 gaet ten biscop van bremen,
hi sal v te rechte houden,
Soe leecht ment in de vouden
dat ic en behoude niet.
Dus es den menichgen gesciet
55 die sonder recht tsine verloes,
want dat paepscap es al loes.
Ende constu spreken geen latijn?
Ay here, een florijn
es daer beter, geloeft mi des,
60 dan een sac vol latijns es;
dit coemt al bi symonien.
Nv willic scone vrouwen vrien
ende moet gelt costen mede
al [...]
65 mi bliv [...]
die duuel soude mi bet hebben
want ic bem al sonder goet
ende ligge onder voet
Ki bien fra bien ara.
70 Waendi dat ic niet en versta?
Hets walsch dat gi spreect.
Gi hebt mi vten slape gewect,
wel leede moete v gescien!
Ic hebbe in minen drome gesien
75 een calf singen messe
en kende lettren niet sesse,
ende het wert cardinael te rome
ende was den paeus willecome,
want het was sire suster kint -
80 dus es die werelt nv gescint -
het vercochte om gelt pardoen.
Ic sach een kint kerstin doen
van enen pape in kempin lande,
ende onder des papen hande
85 so wort dat kint een geet.
hine gaver niet omme enen dreet
dattie dinc bet vore.
Wat wijt mi dese hoere?
Si clapt mi mijn hoeft ontwee!
90 deus, mi es herde wee!
ende legt mi ouer dander side.
Mi dunct altenen dat ic ride
alse nv langes, alse nv dwers,
op eens graeus moencs ers.
95 [...]
[...]

(De Middelnederlandse boerden. Voor het eerst verzameld uitgegeven door C. Kruyskamp. 's Gravenhage 1957, p.96-99)

Beschrijving

De ik-persoon klaagt over zijn ongeluk. Hij heeft dan wel gestudeerd in Parijs, maar nu is hij niets meer dan een landloper. Volgens hem heb je meer aan geld dan aan Latijn. Ook is hij erg teleurgesteld, vanwege het onrecht dat hem is aangedaan.

Bron

De Middelnederlandse boerden. Ed. C. Kruyskamp. 's Gravenhage 1957, p.96-99

Commentaar

14e eeuw
Zie ook: F. Lodder, `Een genre der boerden', in: Queeste 2 (1995) p. 54-71.

Naam Overig in Tekst

Everardijn    Everardijn   

Naam Locatie in Tekst

Parijs    Parijs   

Bremen    Bremen   

Rome    Rome   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21