Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ROODKAPJE053 - Roodkapje

Een sprookje (boek), 1968

Hoofdtekst

Roodkapje
In een groot bos waar veel dieren leefden, woonde een heel mooi meisje Roodkapje geheten vanwege de kleur van haar prachtige omslag. Ze woonde met haar moeder aan de rand van een groot bos.
Zodra het 's morgens licht werd wandelde Roodkapje al tussen de bloemen de planten op het veld. De vrolijke konijntjes en de ondeugende vogeltjes waren haar beste vrienden. Zodra de vogeltjes konden vliegen kenden ze Roodkapje al. En dan vlogen ze over haar heen of gingen op haar hand zitten. Een nieuwsgierig konijntje stond altijd naar haar te kijken. Zo bracht Roodkapje te midden van de vogels en de konijntjes de dag door. En het konijntje had veel plezier in de sprookjes die Roodkapje vertelde. En dan ging hij naar zijn mama, mevrouw konijn en vertelde ze dan verder. En mevrouw konijn moest lachen met de voorvallen van haar ondeugende konijntje.
Soms werd het al avond als Roodkapje nog steeds in het bos was. En als ze dan thuis kwam was haar moeder boos, omdat ze haar huiswerk niet had gemaakt. Roodkapje huilde tranen van spijt. En ze beloofde dan aan haar moeder dat ze vlug thuis zou zijn om haar te helpen.
Op zekere dag zag moeder haar met haar vriendjes de konijntjes.
En omdat het al laat was riep ze: - Roodkapje!
Het nieuwsgierige konijntje zei: - je moeder roept je. Waarom blijft Roodkapje niet voor goed bij ons?
- Hou je mond, zei Roodkapje - mijn moeder roept me.
En de konijntjes keken ze na terwijl ze naar huis liep.
Heb je me geroepen, mama? - vroeg Roodkapje.
- Ja, ik ben deze mand klaar aan het maken voor je oma -
- En wat doe je er allemaal in?
En mama zei tegen Roodkapje: - een taart, een cake en 'n kannetje honing.
- oma zal wel erg blij zijn - riep Roodkapje uit.
- Ik zou haar deze mand wel willen brengen.
- Nou als je het toch zo graag doet, breng hem dan maar weg - Maar pas op dat hij niet valt.
Roodkapje luisterde aandachtig naar haar moeder.
- en pas op in het bos - Blijf niet onderweg met je vriendjes de konijntjes.
- Nee mama ik zal heel goed oppassen - en ze gaf haar moeder een kusje.
Vrolijk zingend ging ze op weg via de bergweg. Ze hoorde een vogeltje zingen en Roodkapje bleef staan luisteren. Op de tak van een boom zat een uil met gele ogen te kijken.
- Wat wil je me zeggen - vroeg Roodkapje aan het vogeltje.
En het vogeltje zei: - pas op, Roodkapje, de boze wolf is in het bos.
De uil met de scherpe klauwen vloog naar het hol van de wolf. Mijnheer de wolf had al een week niets meer gegeten. En verkeerde in een slechte humeur.
Vanaf de hoge tak floot de uil naar hem en zei: - een prachtig meisje loopt alleen door het bos. En ze heeft een mandje bij zich met een taart, een cake en een kannetje honing.
- wat breng jij me goede berichten, mijnheer de uil!
- En je zegt dat ze alleen door het bos loopt. Ik begin er al van te watertanden.
En mijnheer de wolf zette het al op een lopen. Roodkapje liep rustig tussen de bomen en keek naar de bloemen en de opvliegende vlinders. De wolf zag haar en verborg zich achter een dikke boom.
- Goede middag Roodkapje - zei de wolf.
- Oh de boze wolf! Ik ben bang - Roodkapje was verrast.
En ze dacht dat dat gekke beest haar iets zou doen. Maar mijnheer de wolf sprak heel lief tegen haar en zei dat ze niet bang hoefde te zijn... Dat hij net zo goed was als de andere dieren uit het bos... En hij wilde haar vriend worden. Roodkapje keek hem verbaasd aan. Mijnheer de wolf had niet zo een erg vriendelijk gezicht. Maar Roodkapje dacht dat hij misschien niet zo kwaad was als ze wel zeiden. En toen vroeg de wolf zachtjes en met een onschuldig gezicht aan Roodkapje:
- Waar ga je zo alleen naar toe?
- Ik ga naar mijn oma toe.
- Ik ga ze deze mand met een taart, een cake en een kannetje honing brengen.
- En waar woont je oma? - vroeg de wolf.
- Woont ze in dat huis aan de andere kant van de rivier?
- Ja - antwoordde Roodkapje.
- Nou dan ga jij langs deze weg en ik langs die weg en we zullen eens zien wie er het eerste is.
De pijl wees de weg aan die Roodkapje moest volgen. Roodkapje, erg verbaasd door de vriendelijkheid van de wolf, nam de weddenschap aan. En ze dacht dat de wolf er de hele dag over zou doen, want zijn weg was langer. Ze liep opgewekt verder met haar mand. De wolf nam de binnenweg die over de rivier ging. Hij verloor Roodkapje nauwelijks uit het oog. De konijntjes van het bos zagen hem voorbijkomen. En ze vroegen zich af waar mijnheer de wolf wel zo hard naar toe liep.
- Zou hij naar het huis van oma gaan?
En het was inderdaad zo. Hij kwam hijgend en bezweet bij de deur aan. En hij wachtte even om op adem te komen.
Boem... boem... boem...! klopte bij met zijn poot.
- Alstjeblieft, doe de deur open, ik ben erg moe!
- Ik ben een jager. Ik ben verdwaalde in het bos.
- Een jager? Wat vreemd! - zei de oma terwijl ze uit bed stapte.
En oma ging de deur openmaken. Wat een onaangename verrassing was dat voor oma.
- Ik een jager? Ha Ha Ha... lachte de wolf.
Oma was helemaal de kluts kwijt. De boze wolf had haar beet genomen en ze viel bijna flauw toen de wolf... haar tussen zijn sterke poten pakte en hij haar in een kast in de kamer stopte.
- Wat gaat er nu gebeuren - treurde oma verdrietig.
De wolf begon in alle kasten te snuffelen. En hij trok een nachtjapon aan en zette een slaapmuts op. Toen zette hij een bril op zijn neus en keek in de spiegel. Hij schrok bijna van zichzelf zo mager was hij. Maar Roodkapje moest nu ook zo komen en mijnheer de wolf kroop vlug in bed.
Roodkapje, vrolijk met haar mand, kwam bij het huisje aan. Het begon al donker te worden.
Klop! Klop! - ze klopte aan.
En ze hoorde de valse stem van wolf - kom maar binnen Roodkapje.
Goede middag, oma - zei Roodkapje - ik ben erg moe.
En toen ze dichter bij het bed stond zei ze verbaasd:
- maar oma, wat heb je toch grote oren!
- die zijn om goed kunnen horen! - antwoordde de wolf het geschrokken Roodkapje.
- En wat heb je toch een lange neus! zeg, oma, jij moet wel heel erg ziek zijn.
En Roodkapje wilde haar moeder roepen, omdat haar oma er zo vreemd uitzag.
- Daarmee kan ik je beter ruiken - antwoordde de wolf.
- En wat heb je toch lange scherpe tanden - zei Roodkapje.
- Daarmee kan ik je beter opeten - schreeuwde de wolf en hij sprong overeind.
- Ik eet je op Roodkapje ik eet je op! - brulde het dier.
Maar Roodkapje schrok niet. Ze vond het grappig de wolf zo in die nachtjapon te zien en met die gekke muts die hem zo belachelijk stond.
Maar de wolf schreeuwde: O Ik eet je op! ik eet je op!
En hij wierp zich op Roodkapje. Maar Roodkapje met haar onschuldige glimlach ontwapende het wilde beest.
- Wat zie jij er lelijk uit met dat hemd! - zei Roodkapje.
De wolf keek in de spiegel en werd boos op zichzelf. Hij had inderdaad een belachelijke snuit. Een jager, een vriend van Roodkapje, was daar toevallig in de buurt en omdat de konijntjes bevriend waren met Roodkapje, waren het ook zijn vrienden, en soms praatte hij zelfs tegen hen.
- Hoe gaat het mijnheer konijn - vroeg de jager
en het konijntje antwoordde - ik ben ongerust, want ik heb Roodkapje met de wolf gezien.
Toen heeft hij het binnenweggetje genomen.
- Waar zou dat verdomde beest heen gegaan zijn?
- Ik geloof dat hij naar het huisje van oma ging.
- Hij was zo mager als een lat en had een slechte bui.
- Waarom gaan we niet even kijken - vroeg mijnheer konijn aan zijn vriend de jager.
- Goed dan, we zullen onderweg een goede patrijs schieten.
De jager was ongerust en dacht al maar aan Roodkapje, aan oma en aan de boze wolf. En plotseling hoorde hij gebrul en de stem van Roodkapje. Hij laadde zijn geweer. Hij opende de deur van het huisje. Hij stond aan de grond genageld toen hij tot zijn schrik en verbazing mijnheer de wolf zo aangekleed zag.
- Rot wolf! wat doe jij hier? - schreeuwde de jager.
Oma die de stem van de jager had gehoord gilde vanuit de kast: - doe alstjeblieft open!
En de jager bevrijdde oma die Roodkapje in haar armen nam en met de kolf van zijn geweer gaf hij de wolf een flink pak slaag. De konijntjes hadden Roodkapjes moeder gewaarschuwd, die geschrokken kwam kijken. Maar ze was weldra gerust toen ze Roodkapje gezond en wel voor haar zag. De wolf met stramme leden van de slagen beklaagde zich bitter op een steen gezeten. En de ondeugende mijnheer de uil floot hem in zijn oren - Pas op, daar komt de jager! En toen ging de wolf snel op de vlucht en is nooit meer teruggekomen in het bos.

Onderwerp

ATU 0333    ATU 0333   

AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)    AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   

Beschrijving

Roodkapje is niet altijd gehoorzaam, ook niet als ze een mand met eten naar grootmoeder brengt. Naar de waarschuwing van een vogeltje dat de boze wolf in het bos is, luistert ze niet. Nadat de uil aan de wolf heeft verteld dat er een meisje in het bos loopt, gaat de wolf naar Roodkapje. Ze vertelt hem waar ze heen gaat, waar grootmoeder woont, en treuzelt onderweg. De wolf maakt grootmoeder wijs dat hij een verdwaalde jager is, mag binnenkomen en sluit haar op in een kast. Hij trekt haar nachtjapon aan, zet haar bril en slapmuts op en gaat in bed liggen. Roodkapje verbaast zich over de oren, neus en scherpe tanden, waarop de wolf haar wil opeten. Roodkapje schrikt niet, maar zegt dat hij lelijk uitziet. Ondertussen spreekt een konijn een jager aan, die naar het huis van grootmoeder gaat. Daat bevrijdt hij grootmoeder en geeft de wolf een pak slaag. Konijnen waarschuwen de moeder van Roodkapje.

Bron

Roodkapje. Hilversum: Nooitgedacht, 1968
KB: KW XKR 1354
Collectie Roodkapje/Karsdorp

Motief

J21.5 - ”Do not leave the highway“:    J21.5 - ”Do not leave the highway“:   

B211.2.4 - Speaking wolf.    B211.2.4 - Speaking wolf.   

Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.    Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   

K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.    K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   

Naam Overig in Tekst

Roodkapje    Roodkapje   

Datum Invoer

2019-02-04