Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ESOPET13

Een sprookje (), 13e eeuw

Hoofdtekst

Een aren nam wilen ere vossinnen
280 haer ionc met bliden sinnen
droech hise te sinen kinden
die hi hongherech waende vinden
doe was die vosinne gram
ende liep tessi ten bome quam
285 daer die aren op sat met sinen broede
si bat hem doer omoede
dat hi haer kinder weder gaue
sine bat hem ander haue
hine wils niet doen hi hadt ommare
290 want hi sat hoghe bouen hare
doen wassi sere tonghemake
si ghinc halen .i. stake
al bornende ende stroes vele
daer speelde si van Reinaerts spele
295 doen ghinc si met behendicheden
den boem ontsteken van beneden
dat vier sloech op ten neste wart
dit sach die aren ende wert veruart
doe gaf hi weder ter seluer stont
300 hare kinder al ghesont
dit fauelkijn leert riken lieden
dat si den weken niet mesbieden
doen sijt oec ic weet .i. dier
datse bornen sal int vier

Beschrijving

Een arend steelt de jongen van een vossin en brengt ze naar zijn nest in een hoge boom. De vossin smeekt dat hij haar kinderen teruggeeft, maar de arend denkt dat de vossin hem toch niets kan maken. De vossin neemt een brandende stok en stro en steekt de stam van de boom in brand. Nu moet de arend haar jongen teruggeven.

Bron

handschrift UB Leiden Ltk. 191 (95r-103v)

Commentaar

13e eeuw
Voor een teksteditie zie Esopet. Ed. G. Stuiveling. Amsterdam 1965. Deel 2.
Zie ook: J.A. Schippers, Middelnederlandse fabels: studie van het genre, beschrijving van collecties, catalogus van afzonderlijke fabels. Nijmegen 1995. nr. 428. Vos en arend.
Brigitte Derendorf, `Anmerkungen zum mittelniederländischen Esopet'. In: R. Damme e.a. (red.), Franco-Saxonica. Münstersche Studien zur niederländischen und niederdeutschen Philologie. Jan Goossens zum 60. Geburtstag. Neumünster 1990. p. 285-308.

Naam Overig in Tekst

Reinaert    Reinaert   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21