Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

- Bokkenrijders

Een (),

Onderwerp

TM 3114 - De Bokkenrijders    TM 3114 - De Bokkenrijders   

Tekst

De sagen van de Bokkenrijders zijn fascinerend, omdat zij een historische kern bevatten. Er is een deel van waar. Er zal hier een lijn worden aangebracht tussen feit en fictie, om te zien of deze sagen ook als (cultuur-) historische bron gebruikt kunnen worden. Bezien we de drie kernelementen van de sage. Ten eerste vormden de Bokkenrijders een roversbende; zij stalen alles wat los en vast zat. Hiernaast reden zij op een bok, die wel of niet kon vliegen en als laatste hadden de Bokkenrijders een pact met de duivel gesloten. Al deze elementen komen voor in de volgende sage:

“De Bokkenrijders zijn eenige honderden mannen sterk en hebben een contract aangegaan met den duivel. Zij rijden op een grooten geitenbok en rijden op die wijze soms in êénen nacht honderden uren ver om in vreemde landen te gaan stelen. In dienzelfden nacht keeren zij met hun bok en met hun buit weer terug naar de plaats, waar zij zijn opgestegen. Zoo vertelt de oude sage. Deze roovers kunnen dus mede tot de toovenaars worden gerekend.” (Kemp, Pierre. Limburgs Sagenboek. Gebrs van Aelst. Maastricht, 1925.)

Als eerste zal er gekeken worden naar het element van de roversbende. De Bokkenrijders waren voornamelijk actief in het gebied dat bekend stond als Overmaas, een gebied begrensd door Maastricht, Aken, Gulik en Roermond. Tussen 1730 tot 1774 werden er tientallen kerken, pastorieën en boerenhoeven geplunderd en ontheiligd. De hoofdmoot van de processen vond plaats tussen 1741 en 1778. Het is dus vrij duidelijk dat er sprake is van een roversbende, maar de twee andere elementen zijn hier niet uit op te maken. Beide hebben deels te maken met de beeldvorming omtrent de Bokkenrijders, waar de naam zelf ook onderdeel van is. De naam is niet terug te vinden in de officiële historische documentatie; er wordt alleen gerefereerd aan ‘nachtdieven’ of ‘knevelaars’ en vergelijkbare termen. De term ‘Bokkenrijders’ werd voornamelijk gebruikt door de plaatselijke bevolking.
Het tweede element is het rijden op bokken. Er is hier geen directe link te leggen met de feitelijk activiteiten en historische informatie over de Bokkenrijders. Een andere connectie is echter wel te vinden. Bokkenrijders zouden namelijk ’s nachts naar geheime bijeenkomsten gaan. Dit deden zij met behulp van een magische vlucht. Heksen hebben dezelfde kenmerken; het enige verschil tussen beiden is dat heksen vrouwen zijn. Je kan dus zeggen dat Bokkenrijders de mannelijke equivalenten van de heksen zijn, terwijl de bokken te vergelijken zijn met de bezems. Maar waarom nu juist bokken als ‘vervoersmiddel’?
Waarschijnlijk heeft het te maken met de duivel en hoe deze werd voorgesteld, zijn verschijning. De duivel, in zijn ‘klassieke’ verschijning had namelijk veel karakteristieken gemeen met een bok. Hij heeft bokkenhoorns op zijn hoofd, een geiten sik en in plaats van twee benen bezat hij bokkenpoten. Er is echter niets te vinden dat deze kenmerken van de Bokkenrijder een rol hebben gespeeld bij de processen, omdat dit element op volksfantasie berust.
Het derde element is het pact met de duivel. Het duivelspact kreeg vorm in de eed van de Bokkenrijders. Deze eed werd echter voornamelijk gebruikt om mensen op te nemen in de bende, hun loyaliteit te waarborgen en om de overgang van een normaal leven naar een geheim genootschap te benadrukken. Dit werd bewerkstelligd met behulp van initiatieriten en symboliek, waarbij de vorm vaak belangrijker was dan de inhoud. De duivel werd dus gebruikt om het speciale karakter van de Bokkenrijders te benadrukken en te vergroten. Een aantal verdachten heeft zich tijdens de Bokkenrijdersprocessen uitgelaten over de eed. Deze informatie moet echter kritisch bekeken worden, want sommige van deze bekentenissen zijn verkregen onder tortuur. De Bokkenrijders zwoeren God en de Moeder Gods af en lieten de duivel toe. Hiernaast zouden al hun daden gepleegd worden in naam van de duivel.
De drie kernelementen van de Bokkenrijders-sage zijn hiermee behandeld, maar er zijn ook andere elementen die terug komen. De eerst genoemde sage laat al duidelijk een ander element zien: de Bokkenrijders zouden ook tovenaars zijn, wat de theorie van de Bokkenrijders als equivalent van heksen ondersteunt. Andere teksten ondersteunen dit, want deze spreken over activiteiten op Walpurgisnacht, een nacht gerelateerd aan hekserij. Andere teksten suggereren dat de Bokkenrijders kinderen ontvoeren, om zo hun bende aan te vullen.

“De bokkenrijders kwamen hier dikwijls sterke jonge mannen roven, die ze dan verplichtten met hun bende mee te trekken. Als ze merkten dat iemand van plan was hen te verraden, maakten ze hem gewoon van kant.” (de Blécourt, Willem. Volksverhalen uit Nederlands Limburg, Utr./Antw.1981, 99 N°4.55)

Ook zouden de Bokkenrijders mensen folteren, als zij iets te verbergen hadden, maar dit lijkt meer een algemeen roverskenmerk, niet iets wat specifiek bij de Bokkenrijders hoort. De kernelementen lijken echter niet te veranderen.
Dit komt zeer duidelijk naar voren als men de impact en het 'Nachleben' van de sagen bekijkt. De Bokkenrijders waren zo ongeveer 300 jaar geleden actief, maar ze zijn nog steeds bekend. Een goed voorbeeld is mijn eerste kennismaking met de sage van de Bokkenrijders. Deze kwam namelijk via Suske en Wiske in het gelijknamige album. De drie kernelementen zijn nog duidelijk zichtbaar in dit stripalbum: vliegende bokken, roversbende en de duivel. In andere media blijft de herinnering aan de Bokkenrijders ook levend; er is bijvoorbeeld een tv-serie over gemaakt, ‘De Legende [sic!] van de Bokkenrijders’. Zelfs een pretpark als de Efteling maakt gebruik van de sage: Villa Volta is een huis dat door de 'bokkenrijder' Hugo van den Loonsche Duynen bewoond zou zijn geweest. In het huis spookt het nog steeds en draait alles rond. Deze sage is echter puur bedacht door de Efteling.
Er zijn wandel- en fietsroutes genoemd naar de Bokkenrijders. Met name de Bokkerieje maakt hier gebruik van. Dit is een jaarlijks fietsevenement in het Maasland. In Valkenburg, aan de gevel van het Museum Land van Valkenburg, is in 1999 een plaquette aangebracht om de mensen te gedenken, die in 'heksenprocessen' onschuldig ter dood waren veroordeeld als met de duivel heulende bokkenrijders. Bij kasteel Schaloen, in dezelfde regio, staat een Bokkenrijdersbeeld in de Kruidentuin. In zowel Heerlen als Tungelroy zijn carnavalsverenigingen genaamd ‘De Bokkeriejesj’ en bij de voormalige Raadskuil in de plaats waar vroeger ter dood veroordeelden uit Geleen en omgeving werden terechtgesteld, zijn een plaquette en wegkruis geplaatst. De Bokkenrijders spelen dus lokaal, in de omgeving waar zij hebben huisgehouden, nog een grote rol.
Waarom zijn de Bokkenrijders nog steeds zo bekend? Waar heeft dit mee te maken? Deels komt gewoon vanwege het feit dat de Bokkenrijders onderdeel zijn van een vaderlandse historie, waarin roverbendes het land onveilig maakten. De bovennatuurlijke kernelementen spelen hier ook een rol. Zoals gezegd worden er wel elementen toegevoegd aan de verhalen, maar de kernelementen veranderen eigenlijk niet. De sagen van de Bokkenrijders kennen stabiliteit en herkenbaarheid - de (fictieve) bovennatuurlijke macht van de bende boezemde angst en ontzag in.
Ter conclusie: er is een lijn te vinden tussen feit en fictie met betrekking tot de sagen van de Bokkenrijders. Ten eerste is het vrij duidelijk dat de Bokkenrijders een roversbende was. Maar men reed of vloog natuurlijk niet op bokken of aanverwante demonische wezens - dat is fysiek onmogelijk. Er is echter wel een feitelijke basis voor het duivelspact, namelijk de eed. De eed heeft weinig met de duivel zelf van doen, maar diende voornamelijk om de leden te binden aan de bende.
Deze drie elementen hebben ook nog een andere functie. Zij zorgen er namelijk voor, in combinatie met de historische kern, dat de Bokkenrijders nog steeds bekend zijn. Dit komt omdat er weinig afwijking is tussen de verschillende Bokkenrijders sagen. De stabiliteit van de criminele en bovennatuurlijke kern zorgt voor herkenbaarheid, en die elementen vindt men ook terug in bijvoorbeeld stripboeken en tv-series.
De Bokkenrijders zijn dus meer dan alleen sage; de feiten en de fictie lopen in elkaar over. De feiten, de pure historie hebben een functie in de geschiedschrijving en kunnen als (kritisch te behandelen) bron dienen. Zoals gezegd bevatten niet alle elementen een historisch gefundeerde kern. Het voortbestaan van de Bokkenrijderssage lijkt goeddeels gelegen in een stabiele kern van het fascinerende en ontzagwekkende, een mix van feitelijke en fictieve verhaal-elementen.

Literatuur

Anton Blok, De Bokkerijders. Roversbenden en geheime genootschappen in de landen van Overmaas [1730-1774], Amsterdam 1991, p.17,19,31,32,102,104-107,129-131.
Pierre Kemp, Limburgs Sagenboek. Maastricht 1925
Willem de Blécourt, Volksverhalen uit Nederlands Limburg. Utrecht/Antwerpen 1981, 73 N°3.76, 99 N°4.55
Willy Vandersteen, Suske en Wiske: De bokkerijders, Antwerpen 1956 (Albumuitgave)
www.bokkenrijders.com/gebouwen en monumenten.