Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ESOPET39

Een sprookje (), 13e eeuw

Hoofdtekst

Het mende .i. man met .ij. mulinnen
int lamoen ghinc die .i. binnen
daer hi op sat ende reet
.i. vlieghe diese beet
doe seide die vlieghe dese wort
800 auant mulinne ganc bet vort
ic saldi soe sere stoten
du salt bet herder lopen
die mulinne antworde van die
ne achtic niet maer ic ontsie
805 den ghenen meer die sit op mie
die heuet scerper roeden drie
die mi gheiaghet bringhet
ende met sinen breidele dwinghet
ende met sinen gerden slaet
810 an hem es dat mijn leuen staet
du ne mogest mi doen no goet no quaet
al segestu dine overdaet
aldus sijn vele quader lieden
die .i. goeden man mesbieden
815 alsine te vernoye sien
al vernoy moet hem ghescien

Beschrijving

Een vlieg probeert een muilezelin op te jagen door haar te steken. De muilezelin weigert echter zich op te laten jagen door een vlieg. Een vlieg kan haar namelijk weinig doen, terwijl ze van haar baas slaag kan verwachten.

Bron

handschrift UB Leiden Ltk. 191 (95r-103v)

Commentaar

13e eeuw
Voor een teksteditie zie Esopet. Ed. G. Stuiveling. Amsterdam 1965. Deel 2.
Zie ook: J.A. Schippers, Middelnederlandse fabels: studie van het genre, beschrijving van collecties, catalogus van afzonderlijke fabels. Nijmegen 1995. nr. 257. Muildier en mug (vlieg).

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21