Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ESOPET44

Een sprookje (), 13e eeuw

Hoofdtekst

Een paert droech .i. vergult ghesmide
910 .i. esel sneef an sine side
tpaert verbalch hem ende seide
siestu niet mijn scoen ghereide
ende minen breidel claer van goude
hets wonder dat ic mi onthoude
915 in stake di met minen voete
twi quaemstu in minen ghemoete
twine hadstu stille ghestaen beden
tes ic verre ware leden
die esel seide ay here ghenade
920 in mochte ic quam soe gheladen
maer hi pensde sonder spreken
god moete dese overdaet wreken
daerna begonste tpart van pinen
breken cranken dwinen
925 als sine cracht dus was verdoruen
men dede hem draghen mes met koruen
dit sach die esel ende loech
waer es seidi dijn vorboech
van wat tornoye comestu
930 waer es dine sierheit nv
al warstu te ghemake .i. stic
wat bestu scoenre nv dan ic
al sidi here op .i. tijt
ic rade v dat ghi ghemate sijt
935 penst om die auenture
die na tsoete gheuet sure

Beschrijving

Een mooi opgetuigd paard bespot een vermoeide ezel. De ezel smeekt om wraak. Wat later is het paard ziek geworden en wordt hij een pakpaard.

Bron

handschrift UB Leiden Ltk. 191 (95r-103v)

Commentaar

13e eeuw
Voor een teksteditie zie Esopet. Ed. G. Stuiveling. Amsterdam 1965. Deel 2.
Zie ook: J.A. Schippers, Middelnederlandse fabels: studie van het genre, beschrijving van collecties, catalogus van afzonderlijke fabels. Nijmegen 1995. nr. 293. Muilezel en paard.

Naam Overig in Tekst

God    God   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21