Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ESOPET51

Een sprookje (), 13e eeuw

Hoofdtekst

Het saten vogelkine vele
op .i. boem met groten spele
1065 ende met solace saten si daer
bedi si waren sonder vaer
doe quam daer .i. vogelare
ende wert der vogelkine gheware
gheen voghelare hadde doghen seer
1070 ende si dropen emmermeer
hi ginc spannen sinen boghe
ten bome wart keerdi sijn oghe
dit saghen ghene vogelkine
ende si seiden al stillekine
1075 gheent es die beste man
die noit lijf ghewan
hi ne mach van groter iammerhede
op ons sien hi ne wene mede
.i. vogel was dar was herde vroet
1080 die beide quaet wiste ende goet
lieue ghesellen seghet hie
die dlijf behouden wille hi vlie
ic kenne wel des mans raet
dat hi iaghet dat es quaet
1085 het es om v al dat hi spiet
hi sal v scieten ghi ne vliet
sijn oghen die ghi drupen siet
sijn hem seer si ne wenen niet
eens vroets mans raet mach vele man
1090 wel helpen willen siere hem houden an

Beschrijving

In een boom zit een aantal vogels. Ze zien een man aankomen met een boog, die constant moet huilen. De vogels denken dat de man zo'n medelijden heeft met de vogels. Een vogel is echter wijzer en waarschuwt de andere vogels. De man huilt niet van verdriet om de vogels, maar omdat hij een oogziekte heeft. Hij is echter wel een vogelaar waarvoor de vogels moeten uitkijken.

Bron

handschrift UB Leiden Ltk. 191 (95r-103v)

Commentaar

13e eeuw
Voor een teksteditie zie Esopet. Ed. G. Stuiveling. Amsterdam 1965. Deel 2.
Zie ook: J.A. Schippers, Middelnederlandse fabels: studie van het genre, beschrijving van collecties, catalogus van afzonderlijke fabels. Nijmegen 1995. nr. 424. Vogels en vogelaar.

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21