Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ROODKAPJE313 - De mooiste sprookjes van Grimm

Een sprookje (boek), 1989

Hoofdtekst

De mooiste sprookjes van Grimm
1989
Jacob Ludwig Carl Grimm (1785-1863) ; Wilhelm Carl Grimm (1786-1859)

Roodkapje
Er was eens een klein, lief meisje. Ieder, die haar aankeek, hield van haar. Maar zij hield het meest van haar grootmoeder. Op een dag gaf zij het kind een prachtig rood fluwelen kapje. Dat stond haar zo goed, dat het niets anders meer wilde dragen. Vanaf die tijd noemden alle mensen haar Roodkapje.
Op een dag zei de moeder: "Kom Roodkapje, ik heb een fles wijn en een stuk koek in je mandje gestopt. Breng alles naar grootmoeder. Ze is ziek en zwak en deze dingen zullen haar goed doen. Ga nu, voordat het te warm wordt. En voor alles, wijk niet van het pad af. Want als je valt, breekt de fles en heeft grootmoeder niets. En denk eraan, Roodkapje: Kijk grootmoeder aan, als je haar begroet." Roodkapje beloofde: "Ik zal precies doen wat je gezegd hebt," en ging vrolijk op weg.
Haar grootmoeder woonde ver weg in het bos, een half uur lopen van het dorp. Toen Roodkapje door het bos liep, ontmoette ze de wolf. "Goedemorgen, Roodkapje," zei hij heel vriendelijk. "Waar ga je zo vroeg naartoe?" Roodkapje wist niet, wat voor een slecht dier de wolf was en was helemaal niet bang voor hem. Onbekommerd antwoordde ze: "Ik ga naar mijn grootmoeder, koek en wijn brengen. Mijn grootmoeder is ziek, die dingen zijn goed voor haar." "Waar woont je grootmoeder?" vroeg de wolf. "Vanaf hier is het nog een kwartier," antwoordde Roodkapje argeloos. "Haar huis staat onder de drie grote eiken, midden in het bos." "Zo, zo," zei de wolf vriendelijk. Maar bij zichzelf dacht hij: Dat jonge ding zal een lekker hapje zijn. Het zal me beter smaken als de oude. Als ik slim ben, kan ik ze allebei te pakken nemen!"
Een poosje bleef hij naast Roodkapje lopen. Toen zei hij opeens: "Kijk toch eens naar de mooie bloemen, Roodkapje! Kijk eens om je heen! En luister hoe lieflijk de vogels zingen! Je loopt, alsof je naar school moet!" Roodkapje keek om zich heen. Ze zag de zonnestralen, die tussen de bomen dansten. En wat stonden hier een mooie bloemen! Grootmoeder zal vast blij zijn met een mooie bos. Het was toch nog erg vroeg. Roodkapje ging van de weg af en zocht bloemen. En daarbij liep ze steeds verder het bos in.
Ondertussen liep de wolf naar het huis van de grootmoeder. Hij klopte op de deur en riep met verdraaide stem: "Ik ben het, Roodkapje! Ik heb koek en wijn voor u bij me!" "Til de deurklink maar op!" antwoordde de grootmoeder. De wolf drukte de klink naar beneden, stormde de kamer binnen en verslond de grootmoeder. Vervolgens trok hij haar kleren aan, zette haar nachtmutsje op en ging in bed liggen.
Roodkapje had intussen een flinke bos bloemen geplukt. Plotseling dacht ze weer aan haar grootmoeder en rende zo snel als ze kon, naar het huisje toe. Roodkapje verbaasde zich, dat de deur wagenwijd open stond. En toen ze de kamer binnenkwam, was ze een beetje bang. Ze liep langzaam naar het bed en daar lag grootmoeder en zag er zo vreemd uit. Roodkapje vroeg "Maar grootmoeder, waarom hebt u zulke grote oren?" "Dat is om je beter te kunnen horen," antwoordde de wolf. "Maar grootmoeder, wat hebt u een grote ogen?" zei Roodkapje. "Dat is om je beter te kunnen zien. "Maar grootmoeder," vroeg ze dan, "wat hebt u grote handen?" "Dat is om je beter te kunnen pakken." "Maar grootmoeder, wat hebt u een vreselijk grote mond?" "Dat is om je beter te kunnen opeten!" En toen sprong de wolf uit bed en verslond Roodkapje. Daarna ging hij weer in bed liggen, sliep in en snurkte, zo, dat de muren trilden.
Toen de jager voorbij het huis van grootmoeder kwam, verbaasde het hem, dat de oude dame zo snurkte. Hij liep het huis in en ontdekte de wolf. Omdat hij dacht, dat grootmoeder misschien nog te redden was, schoot hij hem niet dood. Hij knipte met een schaar de buik van de booswicht open. Na een paar knippen sprong Roodkapje eruit. En toen kwam de oude grootmoeder te voorschijn en zij leefde ook nog. Gauw vulden ze het lichaam van de wolf met stenen en naaiden hem weer dicht. Toen de wolf wakker werd en weg wilde rennen, viel hij dood op de grond neer. Nu waren de grootmoeder, Roodkapje en de jager erg gelukkig. De grootmoeder at van de koek en dronk van de wijn en voelde zich al wat beter. Maar Roodkapje nam zich voor: Ik zal nooit meer van de weg af gaan, als mijn moeder het verboden heeft!

Onderwerp

ATU 0333    ATU 0333   

Motief

J21.5 - ”Do not leave the highway“:    J21.5 - ”Do not leave the highway“:   

B211.2.4 - Speaking wolf.    B211.2.4 - Speaking wolf.   

K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.    K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   

Naam Overig in Tekst

Roodkapje    Roodkapje