Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ROODKAPJE321 - De bonte sprookjesschat

Een sprookje (boek), 1962

Hoofdtekst


De bonte sprookjesschat
1962
Jacob Ludwig Carl Grimm (1785-1863) ; Wilhelm Carl Grimm (1786-1859) ; Charles Perrault (1628-1703)
Johannes Hendrikus Willem Arnoldus (1919-2002) ; Benvenuti
Er was eens een klein meisje. Ze werd door iedereen Roodkapje genoemd. Dat kwam door het rode kapje, dat er op haar cape zat. En die cape met dat rode kapje droeg ze bijna altijd. Roodkapje was een lief aardig meisje. Ze was nooit boos en ze gehoorzaamde altijd direct. Elke dag hielp ze haar moeder ijverig in het huishouden.
Je kunt wel begrijpen, dat moeder veel van haar dochtertje hield. Op een dag, toen Roodkapje en haar moeder aan het ontbijt zaten, kwam er een groot wit konijn het bos uit huppelen. En dat grote witte konijn huppelde ook meteen het huisje van Roodkapje binnen. “Goeie morgen!" groette het konijn vriendelijk. “Dag konijn," antwoordden Roodkapje en haar moeder. “Waarom kom je hier zomaar naar binnen? Breng je soms nieuws van grootmoeder, die aan de andere kant van het bos woont?" Het konijn dacht diep na. Het stak zijn neusje een paar maal omhoog. “Grootmoeder? Ik heb die naam al eens eerder gehoord. Maar ik weet toch heus niet, wat dat voor een beest is.” "Ach," lachte Roodkapje, "grootmoeder is helemaal geen beest. Het is een lieve oude dame. Ze draagt een hoedje met lintjes en ze heeft een klein brilletje met dikke glazen op haar neus." "O, maar die ken ik," lachte het konijn. "Dat is het lieve vrouwtje' dat elke morgen een bord met verse slablaadjes voor me neerzet." "En hoe is het met grootmoeder?" vroeg Roodkapje. "Want je hebt zeker een boodschap van grootmoeder meegebracht, hè?” "Een boodschap?" herhaalde het konijn. "Ja, wacht eens even. Vanmorgen stond het bord met slablaadjes er niet. Ik dacht: Zou ze ziek zijn? Ik krabbelde aan de deur. Toen hoorde ik haar roepen, dat ik jullie moest waarschuwen. Grootmoeder is ziek." "Arme grootmoeder !" riep Roodkapje uit. "Ik moet er direct heen, moeder. Zal ik wat eten voor haar meenemen ? Dan zal grootmoeder gauw beter worden." "Zou je wel gaan, kind?" zei moeder. "Het is in het bos tegenwoordig zo gevaarlijk. Er loopt een boze wolf rond. Die loert op de mensen. O wee, als hij je te pakken krijgt." "Ik ben niet bang voor de boze wolf," antwoordde Roodkapje. "Maakt u zich nu maar niet ongerust. Ik kom wel heelhuids door het bos." "'k Zou toch maar voorzichtig zijn, vond moeder. "Zolang je weg bent, heb ik geen ogenblik rust." "Ik zal je de weg wijzen," sprak het konijn. "Dat is aardig van je," zei Roodkapje. "Als jij bij me bent, hoef ik helemaal niet bang te zijn."
Een poosje later ging Roodkapje op weg. Ze droeg een mandje. Daarin zat honing, vers brood en bessenwijn. Het duurde niet lang, of ze was al dicht bij het huisje van grootmoeder. Opeens ontdekte ze op een twijg boven haar hoofd twee kwetterende vogeltjes. "Hallo, Roodkapje !" groetten de vogeltjes haar. "Als ik jou was, zou ik maar oppassen. De grote boze wolf is juist hier langs gekomen!" "Ik ben niet bang voor de grote boze wolf," antwoordde Roodkapje kalm. "Hij zal mij niets doen hoor." Terwijl ze die woorden sprak, vlogen de vogeltjes verschrikt omhoog. Want wie kwam daar aan ? Daar kwam de boze wolf. Hij liep precies langs het pad, dat Roodkapje moest gaan. "Tot ziens!" riep het konijn, en het wipte het eerste beste holletje binnen, dat het kon vinden. "Ik ben niet bang voor de grote boze wolf," sprak Roodkapje nog eens, toen ze het grote dier op zich zag afkomen. Maar toch schrok ze vreselijk, toen ze de scherpe tanden van het wilde dier zag. "Je hoeft voor mij helemaal niet bang te zijn," grijnsde de wolf. "Meisjes-met rode kapjes op, doe ik niets. Vertel me eens, lief kind, wat zit er in dat mandje?" Roodkapje probeerde heel dapper te zijn. Maar haar tandjes klapperden van angst tegen elkaar. "Ik breng honing, vers brood en bessenwijn naar het huisje van grootmoeder," vertelde ze. "Grootmoeder is ziek, weet je. Van bessenwijn wordt ze gauw beter." "Ik , vind het heel lief van je," sprak de wolf. "Loop maar gauw naar je grootmoeder, hoor." De wolf verdween in de struiken en Roodkapje was opgelucht. Ze had toch wel erg in angst gezeten.
Maar... wat deed de boze wolf? Hij haastte zich door het bos. Hij rende over een weggetje, dat regelrecht naar het huis van grootmoeder liep. Dat weggetje was veel korter dan het pad, waarover Roodkapje ging. Binnen een paar minuten kwam de wolf bij het huisje van grootmoeder aan. Grootmoeder lag rustig te slapen. Ze merkte niet, dat de deur langzaam werd geopend. De boze wolf sloop zachtjes naar het bed. Toen nam hij een reusachtige sprong en met één hap had hij grootmoeder opgegeten. De wolf aaide tevreden over zijn buik. "Mmm, dat smaakte goed," bromde hij. Hij keek door het raampje naar buiten. Daar zag hij Roodkapje naderen, met haar mandje vol lekkernijen. De wolf trok haastig het gordijntje dicht. Daardoor werd het schemerig in het kamertje. Toen zette hij het mutsje van grootmoeder op zijn kop en hij zette het brilletje op zijn neus. Nadat hij dat gedaan had, sprong hij in bed.
Nauwelijks lag de wolf in bed, of daar verscheen Roodkapje in het deurgat. Ze dacht, dat haar grootmoeder in bed lag. "Mag ik binnenkomen, grootmoeder?" vroeg Roodkapje. "Kijk, hier is wat te eten en te drinken. Heerlijke bessenwijn. Als u die drinkt, wordt u gauw beter." "Ik ben erg blij, dat je gekomen bent," zei de wolf met een piepstem. Roodkapje kwam nu wat dichter bij het bed. Ze keek heel erg verwonderd. "Wat hebt u grote ogen, oma," zei ze. "Dat heb ik nooit eerder gezien." "Dat is, om je beter te kunnen zien, schatje," piepte de wolf. "En u hebt ook zulke grote oren, oma." "Dat is, om je beter te kunnen horen, lief meisje." "En u hebt ook zulke lange armen, oma. Hebt u die zomaar ineens gekregen." "Dat is, om je beter te kunnen omhelzen, Roodkapje." "Oma, wat hebt u toch een grote mond en grote tanden." "Dat is, om jou te kunnen opeten !" brulde de wolf nu. En met eén zwaai van zijn poot haalde hij Roodkapje naar zich toe. Hij at haar meteen op, net als haar grootmoeder. "Mmm, dat smaakte nog lekkerder," grijnsde de wolf, terwijl hij zijn lippen aflikte. "En nu ga ik eens een heerlijk dutje doen. Dat heb ik hard nodig. O, wat heb ik een slaap gekregen." De wolf lag al gauw zo hard te snurken, dat het huisje er van dreunde.
Toevallig had een jager al de hele dag de sporen van de wolf in het bos gevolgd. De jager zag de sporen naar het kleine huisje van oma lopen. "O wee," sprak de jager in zichzelf. "Als de wolf maar geen valse streek heeft uitgehaald." Hij sloop naar het huisje en hij ging zachtjes naar binnen. Hij schoof het gordijntje open. Hij keek naar het bed. Eerst dacht de jager, dat er een oud vrouwtje lag te slapen. Maar toen hij wat dichterbij kwam, zag hij, dat het de wolf was, met de kleren van grootmoeder aan. "Ik krijg je wel," grinnikte de jager. Hij liep naar buiten en hij ging wachten, tot de wolf wakker zou worden. Dat duurde niet lang. De wolf kwam het huisje uit. En wat deed de jager? Hij gooide een lasso naar de wolf. De lasso kwam precies om de wolf heen, tot om zijn poten. Vlug wierp de jager het andere eind over een boomtak en daarna trok hij het touw strak aan. Daar hing de wolf in de lucht, met zijn kop naar beneden en zijn muil wijd open. En wat de jager toen zag, zou hij zijn hele leven niet meer vergeten. Uit de wijde muil van de wolf kwamen Roodkapje en haar grootmoeder te voorschijn. Ze stonden even later ongedeerd op de grond. "Ben ik uit mijn bed gevallen?" vroeg grootmoeder verbaasd. Roodkapje legde haar uit, wat er precies gebeurd was. Toen moest grootmoeder toch lachen. "Ik ben er helemaal van opgeknapt," zei ze. "Ik voel me niet ziek meer. Maar die fles bessenwijn drink ik voor alle zekerheid toch maar leeg." Zo liep het voor grootmoeder en Roodkapje gelukkig allemaal goed af. Maar niet voor de boze wolf, dat snap je !

Onderwerp

ATU 0333    ATU 0333   

Motief

J21.5 - ”Do not leave the highway“:    J21.5 - ”Do not leave the highway“:   

K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.    K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.