Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

GOES001 - Journaal van Symon Gerritsen van Amsterdam, hoe zy een tegenspoedige Reyse hebben gehadt.

Een lied (boek), 1711

_goe002goes01_01_tpg.gif

Hoofdtekst

Journaal van Symon Gerritsen van Amsterdam, hoe zy een tegenspoedige Reyse hebben gehadt.
Wijse: Wanneer men heeft geschreven, &c.

HOort toe gy Christen scharen,
Die na Oost-Indiën varen,
Hoe dat het Turks gebroet,
Een Christen Slaef tot proyen,
Sy voor een Leeuw gaen goyen,
Daer Godt hem van behoedt.
Sestien hondert verheven,
Vijf-en-sestig daer neven,
In April twintig hoort,
Ging Symon Gerritse klaren,
Voor Schieman rustig varen,
Na Oost-Indiën voort.
't Schip Grooten Broek verheven,
De Schippers naem daer neven,
Was Hendrik Janse Root,
't Schip was een Fluyt seer kleyne,
Met sestig Koppen reyne,
En veertien stukken groot.
Sy zeylden seer voorspoedig,
Maer siet twee Turken bloedig,
Van Tunis haer ontmoet,
d' Een voerde sestig stukken,
d' Aer veertig, die sy rukken
Buyten Boort met 'er spoet.
Dit was in Juny seven,
Dat Grooten Broek verheven,
Sloeg tegen deese twee,
Wel negen Glasen deftig,
Met schroot en kogels heftig,
Dat Turken vallen dee.
Twee hondert acht benepen,
Gequest op beyd' de Schepen,
Drie-en-negentig doodt,
't Schip Grooten Broek ten lesten,
Had ook dartig gequesten,
Dat bracht haer in de noodt.
Den Schipper liet het leven,
Noch sestien doodt gebleven,
Soo dat van sestig Man,
Dertien gesonde over,
Maer bleven al te pover,
Die 't Schip niet redden kan.
Dus wierden zy genomen,
Tot Tunis aengekomen
Tot Slaven daer verkoft,
Daer Symon Gerritse onder
Was, die een groot wonder
Voorviel aen 't Turkse Hof.
Simon Gerritse vroome,
Raekte by een Patroone,
Die hem eerst tamelijk,
Tracteerde voor en naren,
De eerste vijf ses Jaren,
Doch nam daer na de wijk.
Want sijn Patroon seer felle,
Begon Simon te knellen,
Om dat hy jaloers wiert,
En meende, dat sijn Vrouwe,
Het met sijn Slaef ging houwe,
Daer op hy vloekt en tiert.
't Jaer sestien hondert seven,
En tseventig daer neven,
Wiert nog vier Slaafs aenstonden,
Die in een Bos gesonden,
Om Hout te kappen voort.
Maer doen sy hakken sullen,
Quam daer een Leeuw aen brullen,
Dat dese vier vervaert,
Die op een Boom gaen vluchten,
Doch Simon met beduchten,
Verschrikt was en bezwaert.
Door sijn ellendig slaven,
Zijn kragten nu begaven,
En konde klimmen niet;
Maer badt O Heer getrouwe:
Wilt maer mijn Ziel behouwe,
Als mijn dit Beest verscheurt.
Dit Beest met open muule,
Stont droef voor hem te huylen,
En toonde hem de Poot,
Daer in hy pas te vooren,
Getreden had een Dooren,
Dat de Leeuw pijnde groot.
Met schrik en vrees benepen,
Heeft hy de Poot gegrepen,
Trocker den Dooren uyt,
Het geen de pijn versoeten,
Dat ook de Leeuw bevroeten,
Kuste hem met de snuyt.
Doen ging den Leeuw weer keeren,
Sonder Schieman te deeren,
Daer hy Godt voor bedankt:
De vier maats doen af-dalen,
Elk ging sijn Hout weg-halen,
En wagten daer niet lang.
Dan Bassa met behagen,
Ging in dit Bos uyt Jagen,
Omtrent twee Jaer daer na,
Dat hy dees Leeuw met Netten
Kreeg, dien hy dede setten,
In eenen Kuyl seer dra.
Hy ordineerde mede,
Als de slaven misdeden,
Die sou men in de Ruyl,
Voor den Leeuw gaen smijten,
Liet binnen 't Jaer verbijten,
Wel dartig met gehuyl.
Den Turk ging Simon wipsen,
't Wijf ging haer Man berispen,
Waerom hy sloeg den slaef,
Hy sprak O snoode Hoere,
Ik sal u Pol doen voeren,
By den Leeuw voor een gaef.
En liet hem voort doen vangen,
Beschuldigde hem strange,
Hy met sijn Wijf boeleert,
Waer op den Bassa desen
Slaef heeft ter Doodt verwesen,
Tot proy der Leeuwen seer wreet.
Men siet hem daer in smijten,
Maer in plaets hem te bijten,
Streelden den Leeuw hem soet,
Simon Gerritse daer tegen,
Omhelst den Leeuw genegen,
Dat den Bassa wonder doet.
Liet hem daer weer uyt trekken,
En moest hem gaen ontdekken,
De oorsaek hoe het was,
Dat hy niet wiert verslonden,
Den Schie-man ging verkonden,
Daer van de oorsaake ras.
Den Bassa schonk hem 't leven,
Zijn Vryheyt daer beneven,
Stelt hem in grooten staet,
Mits hy den Leeuw moest temmen,
Dat hy hem heeft doen wennen,
Te doen geen menschen quaet.
Leert Christen Ziele trouwe,
Altijdt op Godt te bouwen,
Want hy ons redden sal:
Siet hoe Godt door de Beesten,
Verwijten komt ons meesten,
Ondankbaerheyt voor al.
't Was nu drie Jaer geleden
Dat Simon de Leeuw dede,
De Dooren uyt de Voet,
't Geen nu het Beest noch heugden,
Bewees dankbaare deugden,
Is Godt dan niet soo goet?
Niet een Menuut gaet deure,
Of wy konnen bespeuren,
Godts groote goedigheyt,
Maer wie toont dankbaerheden,
Gelijk dit Beest hier dede,
Door 't Beest ons Godt verwijt.

Onderwerp

AT 0156A - The faith of the lion    AT 0156A - The faith of the lion   

ATU 0156A    ATU 0156A   

Beschrijving

Simon Gerritsen vaart met een schip naar Oost-Indië maar wordt op de Middellandse Zee overvallen door twee Turkse schepen. De overlevenden worden in Tunis als slaaf verkocht. Simon komt als slaaf bij een Turkse heer terecht. Op een dag moet er in het bos gewerkt worden als er een leeuw aan komt. Simon kan de boom niet in klimmen, en dan toont de leeuw zijn poot met een doorn erin. Simon haalt de doorn eruit en de leeuw toont zich dankbaar. Later verdenkt de Turkse heer Simon van overspel met zijn vrouw en wordt hij in de leeuwenkuil gegooid. De leeuw doet hem echter niets, want het is de leeuw die hij van de doorn heeft bevrijd. De Turkse heer verleent Simon hierop gratie.

Bron

Den dubbelden en vermeerderden Goese nachtegaal

Motief

B301.8 - Faithful lion follows man who saved him.    B301.8 - Faithful lion follows man who saved him.   

Commentaar

Tekst ontleend aan: http://www.dbnl.org/tekst/_goe002goes01_01/_goe002goes01_01_0018.php#_goe002goes01_0017
De datering luidt eigenlijk: na 1711.
Commentaar van Martine de Bruin per email ingezonden: "Commentaar: Hoewel er meerdere historische aanwijzingen voorkomen in dit lied (jaartal, naam van schip en bemanning, bestemming) is een en ander niet met elkaar te rijmen. Het schip de Grooten Broek was in 1665 al gezonken en de gevolgde route lijkt onwaarschijnlijk. Het deel over Simon als slaaf en zijn wonderbaarlijke ontmoetingen met een leeuw is een variant van het bekende verhaal van ‘Androcles en de leeuw’."

Naam Overig in Tekst

Hendrik Janse Root    Hendrik Janse Root   

Simon Gerritse    Simon Gerritse   

Symon Gerritsen    Symon Gerritsen   

't Schip Grooten Broek    't Schip Grooten Broek   

Schieman    Schieman   

God    God   

Naam Locatie in Tekst

Turks    Turks   

Turken    Turken   

Oost-Indiën    Oost-Indiën   

Tunis    Tunis   

Bassa    Bassa   

Turk    Turk