Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

KOOIJMAN2336

Een sage (mondeling), woensdag 27 november 1963

Hoofdtekst

Daar vlak bij de Kapittelstoep was een boerderij en daar gebeurden vreemde dingen en ze dachten dat dat ook wel iets te maken had met het Kapittelmannetje. Het was een heel grote boerderij. Eigenaar was de familie Van de Poel in Arkel. Sommigen van dat geslacht zijn burgemeester van Arkel geweest. Die boerderij hadden ze in eigen beheer, een soort herenboerderij dus. Een hele poos was het woonhuis niet bewoond, alleen maar een paar bouwknechts die daar in de winter bleven slapen in de poppenkast! om het vee te bewaken. Op een nacht is de balker omlaaggestort met veel geweld en geraas op de koeien en paarden. Misschien was die zolder te zwaar belast met ongedorst koren of oud. Maar u kan zich begrijpen dat het voor die mannen in de poppenkast iets vreselijks was; zonder licht of met misschien enkel een kaarslantaarn die misschien nog uitgegaan was en er waren veel koeien. Allebei die knechten waren ongedeerd. Maar de jongste was totaal overstuur. Het moet lang geduurd hebben, voor hij weer zowat normaal was. De praatjes over het Kapittelmannetje laaiden daarna weer op. Die zou er wel meer van weten! De oudste van die twee knechten was de vader van mijn grootmoeder van moederszijde. Mijn grootmoeder was geboren in 1841. Naar schatting moet dat allemaal wat ik heb verteld gebeurd zijn omtrent 1830. Lange tijd daarna had die boerderij de naam dat het daar spookte. Later werd die boerderij verkocht en dat waren heel bijzondere boeren. Koeien in de vreemdste kleuren hielden ze: blauw gespikkeld, rood gespikkeld, blaarkoppen, lakenbonte, ruggels en met de paarden was het net zo: blauwschimmels, bruinschimmels, lichtbruin op geel af en bontes. En het waren gastvrije mensen, kalme mensen en de paarden waren ook zo rustig als wat. Met het aanspannen van een jong paard voor het eerst hadden ze heel geen moeite. Die paarden waren nooit zenuwachtig. En de paarden hoefden zich nooit zorgen te maken, zolang ze staan konden mochten ze blijven. Tot zo ongeveer 1910 zat er op het huis een ooievaarsnest. Daar waren ze trots op. In die tijd viel het wel voor, dat jonge ooievaars tegen het vliegen werden gestolen om ze aan Engelse landheren duur te verkopen, om zodoende een ooievaarsnest op hun bezitting te krijgen. Maar die dieven hadden daar geen kans, want er werd 's nachts bij gewaakt. Omdat die boeren zo heel anders waren dan de andere boeren, bleef die ouwe romantiek van dat boerenhuis lang bewaard. De laatste van die boeren moest, ik denk zo in de dertiger jaren, om financiële moeilijkheden die boerderij verlaten. De poppenkast is weg, de hooibergen zijn weg, nou is er niks meer van die ouwe sfeer te vinden. Dat heb ik allemaal horen vertellen door mijn grootvader van moederskant, die was de buurman van die boeren Van Ieperen.

Beschrijving

Op een boerderij gebeuren vreemde dingen die in verband worden gebracht met het Kapittelmannetje. Zoals het instorten van de zolder op de dieren en vreemd gekleurde koeien.

Bron

Kooijman, Henk: Volksverhalen uit het grensgebied van Zuid-Holland, Utrecht, Gelderland en Noord-Brabant. Amsterdam 1988. p. 313-314.

Commentaar

De poppenkast was een ruw houten bouwsel, dat diende als bedstee.
De balker is de zolder boven de stallen.

Naam Overig in Tekst

Kapittelstoep    Kapittelstoep   

Kapittelmannetje    Kapittelmannetje   

Van de Poel    Van de Poel   

Van Ieperen    Van Ieperen   

Naam Locatie in Tekst

Arkel    Arkel