Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

SWATER02 - Van Wietse Veldhuis

Een sage (boek), maandag 02 oktober 1899

Hoofdtekst

VAN WIETSE VELDHUIS
In de vorige eeuw zal in de Zaanstreek wel geen persoon hebben geleefd waarvan men zo veel wist te vertellen als van Wietse Veldhuis uit Koog aan de Zaan. Gorse Gorter had de onhebbelijke gewoonte om zich geregeld, als hij van zijn werk naar huis ging, bij een boom aan de kant van de Dijksloot te posteren, juist op een plek dat men hem vanuit het huis van Veldhuis, aan de overkant van de sloot, kon zien. Moeder Veldhuis had daar al vaak over geklaagd en haar man zei op een avond, toen Gorter weer bij de boom stond, dat hij hem die kunsten wel zou afleren. Nauwelijks had Wietse dat gezegd of alles aan Gorter verstijfde. De stijve figuur bij die boom trok al spoedig de aandacht van de voorbijgangers en meermalen werden opmerkingen gehoord als: "Gorter, 't laikt wel of je met die boom getrouwd bent" of "Gorter, licht je been eens op." Een kwartier lang heeft Veldhuis hem zo laten staan en daarna duurde het nog wel een kwartier eer Gorter in staat was om die plek te verlaten. Nooit heeft men Gorter meer bij die boom aangetroffen.
Op een zaterdagmiddag kwam Wietse Veldhuis van zijn werk. Toen hij de brug over ging, kwam hij buurman Zwart tegen die vroeger van zijn werk was thuisgekomen en opgeknapt en verkleed op weg was naar de barbier om zich te laten scheren. "Dag buur", zei hij tegen Wietse, "ik zal zeggen dat je komt." "Nee", zei Wietse, "ik zal vertellen dat jij komt" en hij ging zijn huis binnen om zich op te knappen en zich te verkleden. Buurman Zwart stond als vastgenageld op de brug. Met zijn ene hand op de brugleuning bleef hij wachten, wachten... totdat Wietse Veldhuis hem voorbijliep en zich aansloot bij de kameraden die bij de barbier wachtten tot ze aan de beurt waren. Toen pas was de ban bij buurman Zwart geweken.
Toen hij eens met een kennis wandelde, zag Wietse Veldhuis het rijtuig van mijnheer Honig naderen, waarvoor twee flinke dravers waren gespannen. "Wat zijn dat vlugge paarden", merkte zijn makker op, maar Wietse antwoordde: "Wij zullen eerder bij die paarden zijn, dan die paarden bij ons." Inderdaad, de paarden waren blijven staan en konden eerst hun weg vervolgen, nadat Veldhuis hen voorbij was gegaan.
Men zegt ook dat Veldhuis een hond, die altijd blafte, toeschreeuwde: "Hou je bek! " Sindsdien kon die hond wel grommen, maar nooit meer blaffen.
Dominee Windgetter kwam altijd op huisbezoek als er werd gegeten. Moeder Veldhuis vond dat knap vervelend, te meer omdat je voor je fatsoen moest vragen of dominee mee bleef eten en hij daar altijd voor was te vinden. Op een middag, toen moeder Veldhuis juist had gedekt en een schaal met grauwe erwten op tafel had gezet, verscheen dominee weer. "Dominee, mee eten?" "Ja graag, heel graag." Het gezin zette zich aan tafel en na het gebruikelijke gebed zou dominee als gast het eerst een bord grauwe erwten opscheppen. Maar wat hij ook deed, het gelukte hem niet. Schepte hij een lepel op, dan dansten de erwten van de lepel af. Ten laatste zei hij: "Ik wens u een smakelijk middagmaal. Ik kom nog wel eens terug, maar dan niet onder etenstijd." Niet lang daarna nodigde dominee Veldhuis uit om bij hem te komen eten en dan tevens iets van zijn kunst te laten zien. Weer stonden er grauwe erwten op tafel. Toen de deksel echter van de schaal werd afgenomen, bleken de erwten in grote, zwart behaarde spinnen te zijn veranderd, die over de rand van de dekschaal klommen en verder kropen, over het tafelkleed, over de borden, over de stoelen... De dames vluchtten gillend de kamer uit en de heren trokken zich met bleke gezichten terug in de verste hoek van het vertrek, gereed om de vlucht te nemen als de spinnen hen zouden naderen. De enige die kalm en onverstoorbaar bleef was Wietse Veldhuis. "Heren", zei hij, "wat maakt u zich bang! U had een schaal met grauwe erwten en die heeft u nog." Inderdaad, toen ze keken, zagen ze een gewone dekschaal en gewone erwten, maar de dames waren niet te bewegen om weer binnen te komen zolang Wietse Veldhuis er was.

Onderwerp

SINSAG 0666 - Zauberer bannt an den Ort.    SINSAG 0666 - Zauberer bannt an den Ort.   

Beschrijving

Men vertelt over een man die allemaal vreemde kunsten kan doen. Een vervelende gluurder tovert hij om in een stokstijf figuur, hij zorgt ervoor dat zijn buurman zich niet meer kan bewegen zodat hij eerder bij de kapper kan zijn dan de buurman en een stel paarden kan zich niet meer verroeren omdat de man sneller wil zijn dan de paarden. Als de onbeleefde dominee komt eten , laat de tovenaar de erwten van zijn bord af dansen, en als de tovenaar bij de dominee gaat eten, verandert hij erwten in grote, zwarte spinnen

Bron

J.R.W. Sinninghe: Spokerijen in de Zaanstreek en Waterland. Zaltbommel 1975, p.8-9

Commentaar

[2 oktober 1899, 2 oktober 1901, 1922]
Zauberer bannt an den Ort & SINSAG 0664 Zauberer macht bissige Hunde zahm & SINSAG 0750 Andere Zauberei

Naam Overig in Tekst

Zaanstreek    Zaanstreek   

Wietse Veldhuis    Wietse Veldhuis   

moeder Veldhuis    moeder Veldhuis   

Gorse Gorter    Gorse Gorter   

Honig    Honig   

Naam Locatie in Tekst

Koog aan de Zaan    Koog aan de Zaan   

Dijksloot    Dijksloot   

Zwart    Zwart   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20