Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ROODKAPJE354 - ROODKAPJE, EN DE GANZENHOEDSTER

Een sprookje (boek), 1906

Hoofdtekst

Roodkapje.

“Kom, Roodkapje", zei haar moe,
“Breng dit vlug naar grootmoe toe,
Wafels zijn ’t, en eiers, kind,
‘k Hoop, dat zij ze heerlijk vindt.
Luister nu eens, liefje, zeg,
Pluk geen bloemen onderweg.
Dwaal niet af in 't donker woud,
Want dat 's waarlijk niet vertrouwd.”

In het bosch ziet z' onder 't gaan
Zulke mooie bloemen staan,
Dat ze toch aan 't plukken slaat,
En niet hoort naar moeders raad.
Eensklaps komt een wolf in draf
Achter haar de hoogte af.
Aardig meisje, zoo alleen?"
Vraagt de stouterd, “zeg, waarheen?”
“’k Ga naar grootmoe, zij is krank,
'k Breng haar wafels, eiers, drank,
Ginder woont ze, een kwartier
Is het zeker nog van hier."

Gauw gaat nu de leeperd heen,
Grootje vindt hij heel alleen •
Ziek te bed, en hij (hoe naar),
Eet haar op met huid en haar.
Vlug haar nachtmuts opgezet,
En nu gauw in grootjes bed.

•”Klop, klop, klop”, daar is Roodkapje,
“Dat is eerst een lekker hapje,
Kom maar binnen, kleine guit,
Grootmoe mag het bed niet uit."

’t Meisje doet de voordeur open,
En komt in de kamer loopen.
Maar hoe schrikt het arme kind,
Nu ze zóó haar grootmoe vindt.

Roodkapje: “Wel, wat hebt u groote ooren !"
Wolf: “Kind, daar kan ik best mee hooren."
Roodkapje” “En wat neus!"
(Wolf) “Om mee te ruiken,
•Kan ik dien heel best gebruiken.”
Roodkapje: “Maar uw mond!
Wel sapperloot, Neen, dien vond ik nooit zoo groot."
Wolf: ”’k Heb dien mond, om mee te eten,
Ben je dat misschien vergeten?"
Wip, daar komt hij en verslindt
In een oogwenk, 't arme kind.

Maar een jager hoort gedruisch
In het anders stille huis.
Daadlijk spoedt hij zich er heen
En vindt Izegrim alleen.
“Gulzigaard, wat deed je weer?"
Paf, daar knalt zijn jachtgeweer
En het ondier, zwaar gewond,
Valt al kermend op den grond.
Met een mes snijdt hij de huid
Van den wolf los, en daaruit,
springt Roodkapje voor den dag;
Of z’ ook blij en dankbaar zag!
En ook Grootje, bleek, ontdaan,
Ziet hij levend voor zich staan.

't Is in Grootmoe's huis nu feest,
Als nooit nog is geweest.

Onderwerp

ATU 0333    ATU 0333   

Beschrijving

Roodkapje bracht wafels en eieren naar haar zieke grootmoeder. In het bos kwam ze de wolf tegen en hij snelde vooruit om grootmoeder op te eten. Toen Roodkapje aankwam deed de wolf alsof hij grootmoeder was en hij verslond Roodkapje. De jager hoorde alles en schoot de wolf neer. Hij bevrijdde grootmoeder en Roodkapje uit de buik van de wolf.

Bron

Cornelia Broers-de Jonge. Roodkapje, en De ganzenhoedster. [S.l.] : [s.n.] [ca. 1906]

Motief

K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.    K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   

B211.2.4 - Speaking wolf.    B211.2.4 - Speaking wolf.   

Naam Overig in Tekst

Roodkapje    Roodkapje