Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ROODKAPJE405 - De ballade van Roodkapje

Een sprookje (boek), 2003

Hoofdtekst

De ballade van Roodkapje

Dichtbij een groot stil bos met bomen en bramen,
in een klein huis met bloemen voor de ramen
en een vlaggetje dat wuift in de wind,
leefden een moeder en haar kleine kind.
Op een dag deed die een paar koeken
in een mand, liep langs het huis, oude hoek en
naar de slootkant toe, want daar in het water
hoorde ze Roodkapjes geklets en geklater.

'Kom je? Hier, een handdoek, wat ben je nat.
Droog je goed, je hebt pas nog kou gevat.
Breng nu, lekker gewassen en verschoond
de mand naar oma, je weet waar ze woont.
Je zal door een donker bos moeten gaan,
niet bang zijn hoor, en niet stil blijven staan.
Mijn kind, zit nergens aan en loop heel vlug,
dan ben je nog voor het donker terug.

En met haar mandje, goedgemutst en wijs,
begon Roodkapje aan haar spannende reis.
Wat was de zon warm en de schaduw koel en
zoveel vogels, bloemen en paddestoelen.
En al die frambozen, het was te gek,
Maar in de aardbeien had ze het meeste trek:
'Eén eet ik voor mijn eigen lieve mam,
en één voor mijn tante uit Amsterdam,

Mijn vader, de boswachter, krijgt er één,
en de vierde is helemaal voor mij alleen.'
Toen dacht ze aan wat moeder had gezegd
en vervolgde ze langzaamaan haar weg,
maar zie, een margriet en nog een margriet,
ze allemaal plukken, dat kon ze niet,
en daar, proef toch eens dit, plukt toch eens dat,
voor je mond of je mand, want er is zat.

De zwarte boswolf ruikt een lekker hapje,
stil sluipt hij naderbij, stapje voor stapje.
En hij snuffelt met zijn snuit en spitst zijn oren,
Roodkapje voelt zich nu toch wat verloren,
ze rilt en bibbert en kijkt om zich heen:
wat een boel paden, ze kent er geen één.
Daar komt de wolf aan, hij doet heel vertrouwd:
'Zo, waar ga je naar toe, alleen in het woud?'

‘Ik ga naar mijn oma die kousen breit.
Maar hoe? Ik ben de weg een beetje kwijt.’
De wolf ontbloot zijn tanden in een lachje
en lispelt zachtjes tegen haar: ‘Ik mág je,
kleine meid, wat heb je een mooie strik.
Hoe heet je?’ ‘Roodkapje’, zegt ze in haar schik.
Hij bekijkt zijn hapje, zo blond en rond,
jam, jam, het water loopt hem in de mond.

Maar één smaakt naar meer, hij lust er wel twee,
en de wolf zegt, temerig en gedwee:
'Wees niet bang, meisje zoet, alles komt goed,
je mag blij zijn dat je mij hebt ontmoet.
Ook je oma mag zich gelukkig prijzen
dat ik jou nu de goede weg kan wijzen.'
'Oh, wat aardig van u, waar is het pad?’
'Daar, bij die holle boomstronk, zie je dat?’

'Ik ga gauw, anders kom ik niet op tijd.’
‘Goede reis, God hoede je, kleine meid!’
Dan wandelt Roodkapje de helling af,
maar de wolf zet het direct op een draf,
neemt een aanloop en springt over een sloot,
en over stronken, rotsen, niets is te groot,
daar is oma's huisje: Oh wat moet hij smachten,
binnen staat Roodkapje iets lekkers te wachten.

Zachtjes klopt de wolf, hij moest haast gapen
als hij oma zo genoeglijk ziet slapen.
Ze hoort hem niet, hij bonst zich bijna een blaar,
oma wordt wakker, ze vraagt: ‘Wie hoor ik daar?'
'Roodkapje', zegt de wolf liefjes en slinks,
'Ah schatje, schuif de grendel maar naar links.’
Haastig opent hij de deur, springt omhoog
en komt op haar neer in een fraaie boog.

En oma is nog niet eens bij zinnen
of hij schrokt haar geheel en al naar binnen.
Hij neemt haar muts, die hij muffin vindt ruiken,
zet hem op zijn kop en gaat liggen bollebuiken.
Daar wordt geklopt en hij piept: ‘Wie hoor ik daar?’
‘Roodkapje lieve oma, ik ben het maar.
‘Ah schatje, schuif de grendel maar naar links.’
zegt de wolf met falsetstemmetje slinks.

Roodkapje opent de deur, heel voorzichtig,
ze komt naar binnen, blijft staan, kijkt wat schichtig:
'Lieve oma, wat zijn je ogen groot en koud!'
'Zo zie ik je veel beter, schattebout!
Mijn zoete hartlap, kom wat dichterbij,
hoe heerlijk dat je komt, wat ben ik blij!'
'Oma lief, wat zijn je oren lang en oud!'
'Toch kan ik je goed horen, schattebout!

Toe, kom maar, wat een begeerlijk cadeautje
mijn klein Roodkapje, voor je oude grootje!’
‘Oma, wat blinken je tanden als goud!’
Zo verscheur ik je beter, schattebout!’
Roodkapje schrikt en zet het op een lopen,
de wolf springt haar na met zijn muil wijd open,
net zoals bij oma schrokt de grote slokop
haar geheel en al in één grote slok op.

Roodkapje tuimelde in het stikkedonker,
fijn dat oma daar ook was maar het stonk er.
De wolf likte zijn poten en direct,
toen hij zich behaaglijk had uitgestrekt,
viel hij in slaap, zonder bed, deken of kruik,
luid snurkend met zijn volle bolle buik.

In het bos liep een bekwame jager,
hij jaagde al jaren en deed niets grager.
Nu had hij dorst en een knorrende maag en
ging naar het huisje om water te vragen.
Daar hoort hij een luid gesnurk en gegrom,
‘Dat is onze oma niet, wat ik je brom.’
€Hij keek door het raampje en wat hij zag,
was de wolf, die stevig te ronken lag.

Zijn buik rommelde, schudde heen en weer,
de dikke vacht ging zachtjes op en neer.
De jager die het maar eventjes aanzag,
ging naar binnen met zijn mes in de aanslag,
hij maakte in de dikke buik een mooie jaap
en, zonder hem te storen in zijn slaap,
trok hij Roodkapje en oma er heelhuids uit,
‘Hoera, je hebt ons gered!’, juichten ze luid.

Met z'n drieën liepen ze naar de rivier,
en elk nam een steen voor het zwarte dier:
drie keien in een buik, dat is best veel,
ook voor de wolf die ronkte uit zijn keel.
Toen greep oma gezwind haar naald en draad,
en naaide zijn wolvenpak weer op maat,
ze moesten er hard om lachen en gieren,
en gingen met z’n drieën een feestje vieren.

De wolf werd wakker en had grote dorst,
er drukte iets zwaars op zijn buik en zijn borst:
'Het komt door dat ene schonkige boutje,
eigenlijk lustte ik haar niet, dat oudje.'
Zwaar en langzaam ging hij naar het fonteintje,
om er te komen was nog een heel eindje.
‘Jeetje’, dacht hij, ‘Is me dat peentjes zweten,
voortaan moet ik alleen kindertjes eten.

Maar toen zijn tong in het water stak,
viel hij voorover in de waterbak,
door zijn volle buik ging hij kopje onder,
hij hijgde, proestte en verdronk, da’s geen wonder.
Zo eindigde de wolf, hij zonk steeds lager,
terwijl het kind, de oma en de jager
handenvol kersen plukten, rood en rond,
om en om voor hun mand en voor hun mond.

'Eén mooie rode kers is voor de zon,
en één voor oma om wie de tocht begon,
één voor de jager als hem dat belieft,
en één knalrode voor Roodkapje, alsjeblieft!'
Zo bleef er voor de mus, de kleine rover,
en voor jou en voor mij niet ééntje over.
Dus voor ons is er niets, niets aan te doen,
dan maar een duim in de mond en een zoen.

Onderwerp

ATU 0333    ATU 0333   

AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)    AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   

Beschrijving

Het verhaal van Roodkapje op rijm.
Ondanks de waarschuwing van moeder om onderweg naar grootmoeder niet te treuzelen plukt Roodkapje aardbeien en bloemen in het bos. Ze komt de wolf tegen, vertelt dat ze naar grootmoeder gaat en waar ze woont, en dat ze de weg kwijt is. De wolf wijst haar het pad, en gaat zeld snel naar grootmoeders huis, klopt aan, doet de stem van Roodkapje na, mag binnenkomen, eet grootmoeder op, verkleedt zich als grootmoeder en gaat in bed liggen. Als Roodkapje aanklopt doet de wolf de stem van grootmoeder na, ze komt binnen en verbaast zich over de ogen, oren en tanden van grootmoeder, waarna de wolf haar opeet. Een jager die naar grootmoeders huis komt, ziet de wolf met zijn dikke buik, gaat naar binnen en snijdt de buik open, waar Roodkapje en grootmoeder uit komen. Ze vullen de buik met stenen en naaien de buik dicht. Na ontwaken drinkt de wolf uit een waterbak, valt voorover en verdrinkt.

Bron

Roberto Piumini. Sprookjes voor oog en mond. Amsterdam: Zanzibar, 2003
KB: 4204161
Collectie Roodkapje/Karsdorp

Motief

B211.2.4 - Speaking wolf.    B211.2.4 - Speaking wolf.   

J21.5 - ”Do not leave the highway“:    J21.5 - ”Do not leave the highway“:   

K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.    K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   

Q426 - Wolf cut open and filled with stones as punishment.    Q426 - Wolf cut open and filled with stones as punishment.   

Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.    Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   

K1832 - Disguise by changing voice.    K1832 - Disguise by changing voice.   

Commentaar

Oorspr. titel en uitg. Fiabe per occhi e bocca. Trieste: EL, 2001
Ills. Emanuela Bussolati

Naam Overig in Tekst

Roodkapje    Roodkapje   

God    God   

Naam Locatie in Tekst

Amsterdam    Amsterdam   

Datum Invoer

2019-05-23