Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ROODKAPJE408

Een sprookje (boek), 1957

Hoofdtekst

Daar was eens een meisje, dat door alle mensen Roodkapje werd genoemd. Dat kwam, omdat ze altijd rode mutsjes droeg. En die kreeg ze van haar grootmoeder, die midden in een groot bos woonde. Roodkapje woonde met haar vader, een jagerman, en haar moeder aan de rand van 't bos.
Op een dag zei de moeder tegen haar dochtertje: “Roodkapje, ik heb vanmorgen een koek gebakken. Breng daar een stuk van naar grootmoeder, want die is ziek; ze ligt op bed. Breng haar ook een fles wijn en wat eieren. Ik doe alles in een mandje. Ga meteen op weg, Roodkapje. En loop vlug door. Heb je me verstaan?” “Ja, moeder,” zei Roodkapje. “En je mag onderweg geen bloemen plukken,” zei de moeder. “Nee, moeder,” zei Roodkapje. “Goed,” zei de moeder. “Dan ben je een flink dochtertje van me. Doe grootmoeder de groeten van ons. Morgen ga ik zelf naar haar toe. Zeg haar dat maar. Dag, Roodkapje." “Dag, moeder," zei Roodkapje.
En met 't mandje aan haar arm ging ze de deur uit! Maar onderweg vergat ze, wat ze haar moeder had beloofd. Er groeiden honderden bloemen in 't bos. En die vond ze zó mooi, dat ze haar mandje neerzette en de kleurigste bloemen begon te plukken. Ze dacht niet meer aan haar zieke grootmoeder.
Daar kwam opeens een grote wolf aanlopen. “Dag, Roodkapje," zei hij vriendelijk. “Waar ga jij naar toe?" Roodkapje schrok even van de wolf. Maar toen ze hoorde, hoe vriendelijk hij tegen haar praatte, verdween haar schrik. “Dag, wolf," zei ze. “Ik ga naar mijn grootmoeder toe. Die woont midden in 't bos, bij de hoge eiken. Ze is ziek en ze ligt op bed. Ik ga haar koek en wijn en eieren brengen. Dan wordt ze gauw weer beter." “Zo, zo," zei de wolf. “Nou, dat is best, Roodkapje. Doe dat maar. Dat is braaf van je! Neem ook maar wat bloemen voor haar mee!" En toen liep hij weg. Maar hij dacht bij zichzelf: “Mooi zo. Die zieke grootmoeder is net een goed hapje voor me. En misschien snap ik Roodkapje er wel bij! Ik ga dadelijk naar 't huisje toe!"
Zo gedacht, zo gedaan! 't Duurde niet lang, of hij stond al voor 't huisje. Met zijn zwarte poot klopte hij op de deur. “Wat hoor ik daar?" vroeg de grootmoeder. “Is daar iemand?" “Ja, grootmoeder," zei de wolf met een zacht, hoog stemmetje. “Ben jij daar misschien, Roodkapje?” vroeg de grootmoeder. “Ja, grootmoeder,” zei de wolf. “en ik kom u wat brengen.” “Druk maar op de klink van de deur,” zei de grootmoeder. “Dan kun je binnenkomen.” Een twee, de wolf drukte op de klink van de deur. Hij ging ’t huisje binnen en hap-hap!… hij at de grootmoeder op. Toen trok hij haar nachtgoed aan en hij zette haar slaapmuts op zijn kop en hij kroop in haar bed. “Zo," zei hij, “dat was de eerste. En nu de tweede nog."
Een kwartier later kwam Roodkapje bij 't huisje van haar grootmoeder. Ze keek heel verbaasd, toen ze de deur wijd open zag staan. Hoe kon dat nu? Maar nòg verbaasder keek ze, toen ze 't huisje binnen was gegaan en bij grootmoeders bed stond! Want wat zag grootmoeder er vreemd uit! “Nee maar, grootmoeder," zei ze. “Wat hebt u een grote neus. Ik wist niet, dat die zó groot was." “Die grote neus heb ik om beter te kunnen ruiken," zei de wolf vriendelijk. En hij stak zijn neus in de bloemen, die Roodkapje meegebracht had. “En wat hebt u grote oren, grootmoeder," zei Roodkapje. “Ik wist niet, dat die zó groot waren." “Die heb ik om beter te kunnen horen," zei de wolf. “En wat hebt u grote ogen, grootmoeder," zei Roodkapje. “Die heb ik om beter te kunnen zien, wat daar in dat mandje zit," zei de wolf. En hij hapte een stuk van de koek af. “O, grootmoeder," zei Roodkapje en haar stemmetje beefde. “Wat hebt u een grote mond en wat zitten er veel grote tanden in uw mond !" “Die heb ik om beter te kunnen eten, Roodkapje," zei de wolf met zijn gewone zware stem. En hoepla, hij sprong uit 't bed en hap hap!… daar slokte hij ook Roodkapje op. En toen ging hij weer op zijn gemak liggen. “Zo," zei hij. “Dat waren ze alle twee. En nou ga ik wat slapen." Al heel gauw sliep de wolf als een os. Hij snurkte in zijn slaap. Hij snurkte zó luid, dat 't zelfs buiten 't huisje te horen was: "Grr... grr…grr…!"
Daar kwam een jagerman door 't bos. 't Was Roodkapjes vader. “Wat is dat?" zei hij. “Wat hoor ik daar? Wie snurkt daar zo luid? Dat zal grootmoeder toch niet wezen? Maar 't geluid komt uit haar huisje! Ik ga meteen even kijken!" En hij ging 't huisje binnen. Daar zag hij de wolf in 't bed liggen, met grootmoeders slaapmuts op zijn kop. Dadelijk begreep de jagerman, wat er gebeurd was. “Daar heb ik jou dan eindelijk te pakken, lelijke zwartkop," zei hij. En hij haalde de schaar van de grootmoeder uit haar naaimandje en knipte de buik van de wolf open. Tot zijn grote verbazing kwam, behalve de grootmoeder, ook zijn dochtertje Roodkapje uit de buik te voorschijn.., ja, ze waren allebei gelukkig nog springlevend!
“Kijk nu, wat ik ga doen," zei de jagerman. Hij haalde vier grote stenen uit 't bos en stopte die in de buik van de wolf; die lag nog maar steeds luid te snurken ! Toen naaide de jagerman de buik van de wolf dicht. Even later… ja, toen werd de wolf wakker. Hij sprong nog slaapdronken uit 't bed. Maar toen viel hij dood neer. Dat kwam door die stenen. De jagerman begroef hem in 't bos.
Daarna dronk de grootmoeder wat van de wijn en ze kookte een eitje en dat at ze op. Nee, de koek wilde ze niet hebben, omdat de wolf daarvan gegeten had. Een week later was de grootmoeder weer helemaal beter! Zo, dit was de geschiedenis van Roodkapje en de wolf. Uit is ’t verhaal!

Onderwerp

ATU 0333    ATU 0333   

AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)    AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   

Beschrijving

Ondanks de waarschuwing van moeder om onderweg naar grootmoeder niet te treuzelen en geen bloemen te plukken, vergeet Roodkapje haar belofte. In het bos plukt ze bloemen, komt de wolf tegen, vertelt dat ze onderweg is naar grootmoeder en waar ze woont. De wolf gaat naar grootmoeders huis, klopt aan, doet Roodkapje na, gaat naar binnen, eet grootmoeder op, trekt haar kleren aan en gaat in bed liggen. Roodkapje verbaast zich over de deur die open staat, en de grote neus, ogen, mond en tanden van grootmoeder, waarna de wolf haar opeet. De wolf snurkt zo hard dat een jager, Roodkapje's vader, gaat kijken, de wolf ziet en begrijpt wat er is gebeurd. Hij knipt met een schaar de buik van de wolf open, waar Roodkapje en grootmoeder uit komen. Hij vult de buik van de wolf met stenen, die, nadat hij wakker is geworden, uit bed springt en dood neervalt. vader begraaft de wolf.

Bron

Leonard Roggeveen. Roodkapje. [S.l.]: Radion, 1957
KB: KW BJ 26074
Collectie Roodkapje/Karsdorp

Motief

K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.    K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   

Q426 - Wolf cut open and filled with stones as punishment.    Q426 - Wolf cut open and filled with stones as punishment.   

K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.    K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   

B211.2.4 - Speaking wolf.    B211.2.4 - Speaking wolf.   

J21.5 - ”Do not leave the highway“:    J21.5 - ”Do not leave the highway“:   

Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.    Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   

Commentaar

Ills Rien Poortvliet
Naar het sprookje van Grimm

Naam Overig in Tekst

Roodkapje    Roodkapje   

Datum Invoer

2019-05-23