Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ROODKAPJE415

Een sprookje (boek), 1957

Hoofdtekst

Er was eens een lieve oude dame, die in een leuk huisje woonde in het bos. Zij was grootmoeder en zoals alle grootmoeders van de hele wereld vond ze haar kleindochter het liefst van allemaal... Op een dag maakte ze voor haar kleinkind een rode cape. Grootmoeder: Wat zal die haar leuk staan! Toen de cape klaar was, ging ze hem naar haar kleinkind brengen. Moeder: Hij staat leuk! Grootmoeder: O, wat snoezig! Het meisje was erg blij met haar nieuwe cape en ze droeg hem altijd. De mensen noemden haar Roodkapje.
Op zekere dag kwam een houthakker een briefje brengen ... Houthakker: Dit is van oma. Moeder: Dank U wel ! Lieve dochter, ik wilde koekjes voor je bakken en zo komen brengen, maar ik heb kou gevat en blijf maar in bed. Moeder: Weet je wat, liefje ... ga jij maar naar Oma, ze is ziek. Breng haar maar wat lekkers. Dat vindt ze fijn. Neem dit mandje maar mee. Er zit fruit, gebak en jam in. Het is een heel eind tot Oma's huisje. Je moet erg voorzichtig zijn in het bos. Stap door en blijf niet spelen of bloemen plukken! De houthakker en alle andere vriendelijke mensen, die in het bos werken moet je groeten, maar praat niet met vreemden.
En met haar mandje aan de arm ging Roodkapje op weg naar het huisje van Oma. Plotseling ...
Wolf: Goede morgen, meisje.
Roodkapje wist wel dat moeder haar verboden had met vreemden te praten. Maar de wolf was zo vriendelijk en beleefd....
Roodkapje: Goede morgen, wolf.
Wolf: Hoe heet jij?
Roodkapje: Ze noemen me Roodkapje.
Wolf: Wat een leuke naam! En waar ga je zo vroeg in de morgen al naar toe, Roodkapje?
Roodkapje: Ik ga naar Oma, wolf.
Wolf: En wat heb je in dat mandje?
Roodkapje: Wat fruit, wat gebak en bramenjam. Dat breng ik naar Oma, want ze is 'n beetje ziek.
Wolf: Dat is jammer. Waar woont je grootmoeder, Roodkapje?
Roodkapje: Aan de andere kant van het bos, bij de grote eikeboom.
Wolf: Dit lieve meisje zal een lekker ontbijt voor me zijn. Ik moet naar Oma voordat zij er is.
De wolf wandelde met Roodkapje mee. Hoe kan ik eerder bij Oma's huis zijn?, dacht hij. Maar toen kreeg hij een idee.
Wolf: Lieve Roodkapje, ik weet dat je Oma ziek is, maar daarom hoef je niet te treuren. Kijk eens om je heen! Naar de mooie bloemen! Je bent zo ernstig. Ik geloof dat je de vogels niet eens hoort! De bloemen zijn mooier dan ooit! Waarom pluk je er niet wat voor Oma? Ze zal er zeker blij mee zijn!
Roodkapje wist wel dat moeder haar verboden had om bloemen te plukken, maar ze waren zo mooi ...
Wolf: Je bent een lief meisje en ik hou van lieve meisjes! Vooral voor het ontbijt. Nou, ik ga maar weer verder. Ik hoop je gauw weer eens te zien! Dag, Roodkapje!
Roodkapje dwaalde van het pad af en ging, al bloemen plukkende, dieper het bos in. Als ze een bloem plukte, zag ze verderop nog een mooiere... Steeds verder ging ze het bos in en elke minuut raakte ze verder uit de buurt van het huisje van Oma ...
Intussen holde de wolf naar het huis van Oma.
Wolf: Bij de eik, heeft ze gezegd. Dus hier. Mijn moeder heeft me geleerd om te kloppen ... en dan pas binnen te gaan. Dag, Oma!
Grootmoeder: Wat wil je?
Wolf: Ik zal u geen kwaad doen, hoor! Ik wil alleen Uw kleindochter opeten voor mijn ontbijt!
Grootmoeder: Help! Help!
In de buurt van het huisje was de houthakker aan het werk.
Grootmoeder: Help! Help!
Houthakker: Wat is dat? Hoorde ik daar iemand om hulp roepen? Nee, toch niet.
Oma kon niet meer om hulp roepen.
Enkele minuten later ...
Wolf: Blijf hier maar zitten, Oma.
Wolf: En nu verkleden! Hij past me goed! Wat zie ik er uit!
Toen zette de wolf grootmoeders bril op en sprong hij in bed.
Wolf: En nu maar rustig op Roodkapje wachten!
Roodkapje had intussen een mooi boeketje bloemen geplukt.
Roodkapje: Dat is wel genoeg. En nu vlug naar Oma!
Op weg naar het huisje van Oma kwam Sneeuwwitje voorbij de houthakker.
Roodkapje: Dag! Kijk dit is allemaal voor Oma!
Houthakker: Fijn hoor! Wat zal ze daar blij mee zijn.
En iemand was werkelijk blij, al was het Oma dan ook niet.
Wolf: Ha, daar is ze!
Roodkapje: Ik ben het, Oma. Mag ik binnenkomen?
Wolf: Kom maar binnen, liefje!
Roodkapje: U bent zeker erg ziek, Oma! U ziet er zo... vreemd uit!
Wolf: Nee hoor, liefje. Kom maar dichterbij, dan kun je me beter zien. Het is hier een beetje donker.
Roodkapje: Ik heb bloemen voor U meegebracht, en wat fruit, wat gebak en bramenjam.
Wolf: Dank je wel, schat. Dat zal lekker smaken!
Roodkapje: Maar Oma .... ik ... ik begrijp het niet! Wat heeft U grote oren!
Wolf: Die zijn om je beter te horen!
Roodkapje: Maar Oma, wat heeft U grote ogen!
Wolf: Die zijn om je beter te zien, mijn liefje!
Roodkapje: Maar, Oma, wat heeft U toch grote handen!
Wolf: Om je beter vast te kunnen houden!
Roodkapje: Maar Oma! Wat heeft U 'n grote mond!
Wolf: DIE IS OM JE BETER TE KUNNEN OPETEN, LIEFJE!
Wolf: AAUAU!
Roodkapje: Je krijgt me niet!
Wolf: Denk je dat? Nu heb ik..
Roodkapje: Ik ga hulp halen!
Wolf: O nee, niets daarvan. Zo makkelijk kom je niet weg, liefje! Nu heb ik je!
Roodkapje: Help! Help!
De houthakker hield weer op ...
Roodkapje: Help! Help!
Houthakker: Nu hoor ik het toch echt Iemand roept om hulp! Het komt uit Oma's huis! De deur is op slot! Zo ben ik het vlugst binnen. Laat dat meisje los, wolf!
Wolf: Als U mij wilt slaan doet U Roodkapje ook pijn!
Intussen had Oma zich losgewerkt uit haar boeien ...
Zij deed de kastdeur open ...
Grootmoeder: Wat is hier aan de hand?
Toen de wolf de stem van Oma hoorde was hij zo verbaasd dat hij Roodkapje meteen losliet.
Houthakker: Nu heb ik jou!
Wolf: Help! Help! Help! Help! Help!
De wolf liep zo ver weg dat niemand hem nog ooit heeft gezien.
En in het huisje van Oma ...
Grootmoeder: Wat een gemene oude wolf, he?
Roodkapje: Ja, het spijt me dat ik met hem gepraat heb. Ik had naar moeder moeten luisteren.
Grootmoeder: Dat moet je altijd doen, liefste. Als je dat doet zul je nog lang en gelukkig leven.
Einde.

Onderwerp

ATU 0333    ATU 0333   

AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)    AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   

Beschrijving

Moeder waaarschuwt Roodkapje om onderweg naar grootmoeder niet te treuzelen en niet met vreemden te praten. Roodkapje ontmoet de wolf en vertelt dat ze naar grootmoeder gaat en waar ze woont, en laat zich verleiden om bloemente plukken. De wolf haast zich naar grootmoeders huis, klopt aan, en vertelt dat hij Roodkapje wil opeten. Grootmoeder roept om hulp, maar als de wolf haar in een kast heeft opgesloten is dat niet meer hoorbaar. Roodkapje merkt op dat grootmoeder vreemde oren, ogen, handen en mond heeft, waarop de wolf haar wil opeten. Roodkapje probeert te vluchten, roept om hulp, een houthakker komt helpen. De wolf laat Roodkapje los als hij merkt dat grootmoeder uit de kast is gekomen, en verdwijnt. Roodkapje stelt dat ze naar moeder had moeten luisteren.

Bron

Roodkapje. Bussum: Classics Nederland, [1957]
KB: KW BJ 25857
Collectie Roodkapje/Karsdorp

Motief

B211.2.4 - Speaking wolf.    B211.2.4 - Speaking wolf.   

J21.5 - ”Do not leave the highway“:    J21.5 - ”Do not leave the highway“:   

Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.    Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   

Commentaar

Naar Grimm

Naam Overig in Tekst

Roodkapje    Roodkapje   

Datum Invoer

2019-05-27