Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ROODKAPJE425

Een sprookje (boek), 1948

Hoofdtekst

Ergens in een klein stadje woonde eens een alleraardigst meisje. Ze was nog maar vier jaar oud. Haar vader en moeder hielden veel van haar. En dat was ook niet te verwonderen, want ze was erg lief. Ook had het meisje nog een grootmoeder en die was al even dol op haar. Vaak kreeg ze van grootmoeder leuke presentjes. Eens op een dag maakte grootmoeder een rood mutsje voor het kleine meisje en dat stond haar zo leuk, dat ze het bijna altijd droeg. Daarom noemden de mensen haar Roodkapje. Iedereen kende haar en Roodkapje was tegen iedereen altijd even vriendelijk.
Grootmoeder woonde in een klein huisje diep in het bos. Vaak ging Roodkapje haar daar opzoeken. Dat vond ze heel erg prettig, want oh .... die twee konden het samen toch zo best vinden. Op zekere dag zei haar moeder: “Roodkapje, grootmoeder is ziek. Ga jij eens naar haar toe en neem dit mandje met lekkere vruchten voor haar mee. Dat zal haar goed doen en dan is ze weer vlug beter. Maar denk erom, blijf op de paden lopen, anders verdwaal je in het bos. En als je de wolf ziet, dan loop je maar door zo hard als je kunt. De wolf is een gevaarlijk beest. Als je niet oppast, eet hij je op. En dat zou ik niet graag willen."
Zo ging Roodkapje op weg. Ze beloofde moeder dat ze erg lief zou zijn en precies zou doen, wat moeder gezegd had. Nog een paar keer keek ze om en wuifde naar haar moeder. Totdat ze in het bos verdwenen was en ze haar moeder niet meer kon zien. Vrolijk stapte ze er op los. Maar ja .... natuurlijk kwam ze de wolf tegen want die had haar allang gezien. Gelukkig was de wolf vriendelijk tegen haar. “Dag Roodkapje", sprak hij, “waar ga je naar toe?" “Naar mijn grootmoeder", antwoordde ze, “want die is ziek". De wolf was zo aardig tegen haar, dat Roodkapje niet eens bang voor hem was. “Zo, zo", ging de wolf het gesprek verder, “en wat heb je wel allemaal in dat mandje?" “O, lekker fruit", zei Roodkapje, “daar moet grootmoeder beter van worden". “Woont je grootmoeder nog altijd in dat lieve huisje in het bos?" wilde de wolf verder weten. Ja, daar woonde ze nog steeds. Toen scheen de wolf alles te weten waar hij nieuwsgierig naar was. Hij nam tenminste vriendelijk afscheid van Roodkapje. “Wandel maar prettig, hoor", riep de valsaard haar nog na.
Een valsaard was het, want weten jullie wat hij dacht? Neen? Nu, dan zal ik het vertellen, luister maar. De wolf dacht: “Kon ik dat kleine meisje en haar grootmoeder maar alle twee opeten". Wat een lelijke gedachten hè?
Roodkapje wandelde welgemoed verder. Daar zag ze op een veldje allemaal mooie bloemen. Rode, gele, witte, ja alle kleuren. Prachtige vlindertjes fladderden van bloem naar bloem. "Hè", dacht Roòdkapje, "ik ga wat mooie bloemen voor Grootmoeder plukken. Dat zal ze stellig wel prettig vinden, want ze houdt zo van de bloemen uit het bos." Roodkapje vergat de hele wolf, zo was ze verdiept in het bloemen plukken. Ze maakte een ruiker, zo mooi, dat ze er zelf trots op was. Toen de ruiker gereed was ging ze weer op weg.
En wat deed de valse wolf intussen? Die was hard naar grootmoeder's huisje onder de oude eiken gelopen en daar klopte hij aan. Zijn rode tong hing uit zijn bek, zo hijgde hij van het hollen. Maar dat kon hem niet schelen. "Wie is daar", riep grootmoeder, toen ze hem op de deur hoorde kloppen. Zachtjes schraapte de wolf zijn keel om zijn stem beter te kunnen veranderen. De valsaard was op alles bedacht. "Ik ben het, Roodkapje", riep hij met een piepstemmetje terug. Zo probeerde hij Grootmoeder voor de gek te houden, want die dacht nu, dat het Roodkapje werkelijk was. Geen ogenblik had ze er erg in, dat het de wolf wel eens zou kunnen wezen. Ze lag al twee dagen in bed, want ze had verschrikkelijke hoofdpijn. "Maak de deur maar open, m'n kind" riep ze terug "ik kan niet naar je toekomen, want ik ben veel te ziek om op te staan". Nu dat was net wat de wolf, die op de stoep stond te trappelen van ongeduld, graag wilde. Hij liet zich geen tweemaal zeggen dat hij de deur wel open kon doen. Boem, daar stapte hij met veel lawaai naar binnen. Brutaal keek hij in het rond. Wat schrok die arme grootmoeder. "Jij bent Roodkapje niet, jij bent de boze wolf", riep ze angstig uit. "Maak dat je wegkomt, wat doe je in mijn huisje". Helaas, wat ze ook allemaal tegen de wolf zei, het hielp niet. Deze trok er zich niets van aan en kende geen medelijden. Met een paar grote sprongen was hij bij grootmoeder's bed. Gulzig at hij haar op. Met een hele grote hap verdween ze zo maar door zijn keelgat. Toen bedacht de wolf een slim plan. Hij zette groot moeder's witte kapje en haar bril op. Daarna kroop hij in het bed. Hé, wat was het daar lekker warm. Behagelijk keerde hij zich een paar maal om. "Ja, ja" mompelde hij in zichzelf, "zo kan ik het wel uithouden tot Roodkapje komt".
Dat duurde wel heel erg lang, want zoals jullie weten was Roodkapje eerst nog wat bloemen voor haar zieke grootje gaan plukken. Daar was ze natuurlijk wel een half uurtje mee bezig geweest. Maar de wolf was geduldig genoeg om te wachten tot ze kwam. Eindelijk meende hij ver weg in het bos iemand aan te horen komen en hij vergiste zich niet. Daar kwam Roodkapje aanwandelen. Ze was blij dat ze er eindelijk was, want ze begon juist een beetje moe te worden, Misschien ging grootmoeder wel pannekoeken bakken, dacht ze, maar nee, als grootmoeder ziek was, dan zou dat wel niet gebeuren. De wolf lag nog maar steeds aan zijn lekkere maaltje te denken. “Als Roodkapje binnen komt eet ik haar ook nog op", mompelde hij in zichzelf.
Roodkapje vond het eerst wel een beetje vreemd dat ze de deur op een kier zag staan. Zou er iets bijzonders wezen, want dat deed grootmoeder nooit. Lang tobde ze er niet over: “Bent U daar, grootmoedertje?" riep ze naar binnen. De wolf verdraaide zijn stem weer, zodat Roodkapje dacht, dat grootmoeder haar zelf antwoord gaf. "Ja m'n kind, kom er maar gerust in", riep hij terug en daar stapte Roodkapje vrolijk de kamer in. Natuurlijk ging ze regelrecht op het bed af, maar daar keek ze toch wel vreemd op. Ze begon te begrijpen, dat er iets niet helemaal in orde was. "Ach, ach", dacht ze, "wat ziet grootmoeder er vandaag toch zonderling uit". "Maar grootmoedertje" riep ze angstig uit, "ik herken U niet meer." "Wat hebt U toch een grote ogen." "Dat is om je beter te kunnen zien, m'n kind. "En wat hebt U vreselijk grote oren." "Dat is om je beter te kunnen horen, m'n kind ..." "En wat grote handen." "Dan kan ik je beter voelen, m'n lieve meisje ..." "En oh, grootmoeder, maar U hebt zo'n grote mond." Daar had de wolf nu al die tijd op liggen wachten. "Des te beter kan ik je opeten" riep hij uit. Meteen sprong hij overeind op het verschrikte meisje af. Met een paar grote schrokken at hij Roodkapje op. Wat had hij nu lekker gesmuld. Tevreden sloeg-hij zich zachtjes op zijn dikgegeten buik. "Hè, he" dacht hij, "dat heeft mij nog eens lekker gesmaakt." Voldaan kroop hij weer in bed, hij wilde nog een uurtje slapen om goed uit te rusten van het vele eten.
Niet lang duurde het, of hij snurkte dat het een lust was. Zelfs buiten kon je hem horen. De vader van Roodkapje was een jager en die liep die dag juist met zijn geweer door het bos om te kijken, of er niets te jagen viel. Hij kwam ook in de buurt van grootmoeder’s huisje en al van verre hoorde hij dat zware gesnurk. Grootmoeder snurkte niet, dat wist hij wel, dus vanzelf vermoedde hij meteen onraad. "Daar moet ik het mijne van hebben", was zijn eerste gedachte en hij ging regelrecht op grootmoeders huisje" af om daar eens een kijkje te nemen. Daar ontdekte hij de wolf. Toen hij hem in Grootje's bed zag liggen, begreep de jager meteen wat er gebeurd was. "Wacht maar eens even, wolfje", dacht hij, "ik krijg je wel." Met een groot mes stapte hij op de slapende wolf af, maakte hem dood en sneed vervolgens de buik open. En ..., floep, daar sprong allereerst Roodkapje naar buiten. Wat stond vader daar vreemd van te kijken en wat was hij blij, dat hij toevallig net langs was gekomen. Toen volgde ook Grootmoeder. Die was, zoals jullie zult begrijpen, niet zo vlug meer ter been en die kroop wat langzamer dan Roodkapje naar buiten. Ze was heel erg geschrokken en zag nog een beetje bleek om haar neus. Daar binnen was het ook zo naar donker. Trouwens Roodkapje was ook wel bang geweest. Maar gelukkig mankeerden ze niets. Grootmoeder ging op een stoel bij het raam zitten, heerlijk in het zonnetje dat vriendelijk naar binnen scheen. En daar genoot ze van de heerlijke vruchten die Roodkapje voor haar had mee gebracht. Lang duurde het niet of ze was weer helemaal beter.
Vader en Roodkapje gingen gearmd door het bos naar huis. Thuis beloofde Roodkapje aan haar moeder en vader, dat ze nooit meer ongehoorzaam zou zijn. En die belofte heeft ze gehouden ook.

Onderwerp

ATU 0333    ATU 0333   

AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)    AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   

Beschrijving

Moeder warschuwt Roodkapje om onderweg naar grootmoeder op het pad te blijven en als ze de wolf ziet snel door te lopen. In het bos komt ze de wolf tegen, vertelt dat ze naar grootmoeder gaat en waar ze woont. Terwijl Roodkapje bloemen plukt gaat de wolf naar grootmoeders huis. Hij klopt aan, doet de stem van Roodkapje na, kan binnenkomen, eet grootmoeder op, verkleedt zich als grootmoeder en gaat in bed liggen. Roodkapje is verbaasd dat de deur van grootmoeders huis open is, de wolf doet de stem van grootmoeder na. Roodkapje begrijpt dat er iets vreemds is, verbaast zich over de ogen, oren, handen en mond van grootmoeder, waarna de wolf haar opeet. De wolf snurkt izo luid dat een jager, de vader van Roodkapje, gaat kijken, de wolf ontdekt en doodt, en daarna de buik opensnijdt, waar Roodkapje en grootmoeder uit komen. Roodkapje belooft nooit meer ongehoorzaam te zijn

Bron

Roodkapje. Amsterdam: Allis, [ca. 1948]
KB: KW XKR 8185
Collectie Roodkapje/Karsdorp

Motief

B211.2.4 - Speaking wolf.    B211.2.4 - Speaking wolf.   

J21.5 - ”Do not leave the highway“:    J21.5 - ”Do not leave the highway“:   

K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.    K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   

Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.    Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   

Commentaar

Naar Grimm

Naam Overig in Tekst

Roodkapje    Roodkapje   

Datum Invoer

2019-06-03