Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ROODKAPJE434 - SPROOKJESLAND

Een sprookje (boek), 1967

Hoofdtekst

ROODKAPJE

Er leefde eens een lief en aardig meisje, dat Roodkapje werd genoemd. Dat was omdat ze altijd een rood mutsje droeg. Ze woonde met haar vader en moeder dicht bij de rand van een groot bos. Haar vader was houthakker en werkte de hele dag in het bos. Roodkapje hield veel van dieren. Ze was dan ook nét zo bevriend met de kippen als met de bosdieren.

Het kleine meisje had ook nog een grootmoeder, een echte lieve oude oma. Die twee hielden erg veel van elkaar, maar nu was grootmoeder ziek. Gelukkig niet erg ziek, maar toch zo, dat ze in bed moest blijven. Moeder vroeg Roodkapje om naar grootmoeder toe te gaan. Ze had een paar lekkere pannekoeken gebakken en nog een fles bessenwijn in het mandje gedaan. Roodkapje vond het leuk naar oma te gaan. Deze woonde een eind verder aan de grote weg.

Roodkapje gaf moeder een afscheidszoen en weg was ze. Moeder ging tot het tuinhek met haar mee. Ze waarschuwde Roodkapje vooral om op de grote weg te blijven, omdat er een wolf in het bos rondzwierf. Dat was een dier, waar Roodkapje niet van hield. Ze beloofde moeder te doen wat deze zei en al haar bosvriendjes volgenden haar. Zoals ze gewoon was, gaf Roodkapje aan de hertjes de konijntjes en de vogeltjes een paar sneden brood. Daarna wandelde ze vrolijk verder, zong een liedje en praatte wat met de dieren. Inééns kreeg ze een idee..... Ze zou wat bloemen plukken voor oma. En ze begon meteen!

De wolf loerde echter al rond in de buurt, waar Roodkapje aan het plukken was. Toen haar vriendjes, de bosdieren, het gevaar zagen, was het al te laat. De dieren waren op een afstand gebleven en Roodkapje was een heel eind van de hoofdweg afgedwaald. Ineens sprak de wolf haar aan. Het kind sprong op van schrik, maar de wolf zei met een zachte stem: “Wees maar niet bang, mijn liefje. Je gaat zo naar je oma, hè?”

Plotseling bedacht de wolf een hee! lelijk plan. Hij zei Roodkapje goedendag en rende, zo vlug als hij kon, naar grootmoeders huis.

Hij klopte aan de deur: Tik! Tik! Tik! De oude dame dommelde juist zo'n beetje..... Ze was moe van het lezen. "Ben jij daar, Roodkapje?" riep ze met zwakke stem. "Trek maar aan het touwtje liefje dan gaat de deur van zelf wel open. En dat gebeurde, maar o wee, de wolf kwam naar binnen.

Het ondier sprong op de oude dame toe en slokte haar in één hap op. Hij opende een lade en trok vlug een nachtpon van grootmoeder aan en zette een muts op. Hij vergat haar bril zelfs niet en kroop gauw in bed.
Na een poosje werd er op de deur geklopt. “Wie is daar?" vroeg de wolf en deed grootmoeders stem na. “Ik ben het, Roodkapje," was het antwoord.

“Trek maar aan het touwtje, kindje, dan gaat de deur vanzelf wel open," riep de wolf zo lief als hij maar kon.
Roodkapje deed het en bleef in de deuropening staan.....

Wat zag grootmoeder er vreemd uit. "Kom dichterbij, schatje," zei de wolf. "Maar grootmoeder, wat hebt u grote oren," zei het kind. "Des te beter kan ik je horen," was het antwoord. "En wat hebt u grote ogen," zei Roodkapje weer. "Zoveel te beter kan ik ie zien," antwoordde de wolf. "En wat een grote mond hebt u, zei het kleine meisje. "Des te beter om je op te eten," riep de wolf en sprong uit bed. En met één hap slokte de wolf Roodkapje op. Maar o, wat werd hij nu slaperig..... Hij ging op het bed liggen. Even later snorkte hij zo luid, dat de houthakker, die zojuist langs kwam, het hoorde. Wat was daar aan de hand?

Vlug stapte hij naar binnen en begreep dadelijk wat er gebeurd moest zijn. Zonder zich te bedenken doodde hij de wolf en sneed toen de buik open. Gelukkig was er met grootmoeder en Roodkapje niets gebeurd. Je begrijpt natuurlijk wel hoe blij of ze waren.

Roodkapje omhelsde grootmoeder en kuste haar. Wat een geluk dat de houthakker voorbij het huisje van grootmoeder liep, anders was dit verhaal niet zo goed afgelopen. Ze dronken gezamenlijk een kopje thee.

Toen de houthakker afscheid van grootmoeder en Roodkapje had genomen, vulde hij de buik van de wolf met zware stenen en gooide hem in de vijver. De wolf kon nu niemand meer kwaad doen. O, o, wat blij waren Roodkapje en al haar vriendjes uit het bos.

Onderwerp

ATU 0333    ATU 0333   

TM 3402 - De kinderschrik    TM 3402 - De kinderschrik   

Beschrijving

Roodkapje ging met een mandje met pannenkoeken en een fles bessenwijn op weg naar haar zieke grootmoeder. In het bos kwam ze de wolf tegen, aan wie ze vertelde waar zij heen ging. De wolf snelde Roodkapje vooruit naar grootmoeders huisje en at grootmoeder op. Hij trok grootmoeders kleren aan en ging in haar bed liggen. Toen Roodkapje aankwam, deed de wolf zich voor als grootmoeder en at ook Roodkapje op. De houthakker kwam langs en hoorde de wolf snurken. Hij bevrijdde grootmoeder en Roodkapje en doodde de wolf.

Bron

Willy Schermelé. Sprookjesland. Amsterdam Mulder &Zoon [1967]

Motief

B211.2.4 - Speaking wolf.    B211.2.4 - Speaking wolf.   

J21.5 - ”Do not leave the highway“:    J21.5 - ”Do not leave the highway“:   

Naam Overig in Tekst

Roodkapje    Roodkapje