Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ROODKAPJE222

Een sprookje (boek), 1976

Hoofdtekst

Er was eens een klein meisje dat een mooi rood jasje met een rood mutsje had. En als ze uitging trok ze dat altijd aan. Daarom gaven de mensen haar de bijnaam 'Roodkapje'.
Op een dag deed de moeder van Roodkapje koek en fruit in een mandje en zei tegen haar: “Zeg, wil jij even naar je grootmoeder gaan? Ze is ziek en in dit mandje zitten een paar lekkere dingen voor haar.” En zo trok Roodkapje haar jasje met het rode mutsje aan en ging op weg naar grootmoeder.
Toen ze door het bos liep, kwam ze opeens een grote wolf tegen. En met een vreemde stem zei de wolf: “Goede morgen, lief meisje, waar ga je met dat mandje met heerlijke koek en fruit naar toe?" “Ik ga bij grootmoeder op bezoek, antwoordde Roodkapje. Ze is ziek en ze woont in een huisje aan het andere eind van het bos.” “Zo, zo,” zei de wolf beleefd, “Ik ga ook even bij je grootmoeder kijken. Maar ik neem de weg door de wei, want ik moet nog even bij een vriend op bezoek. Tot straks, hoor.” De sluwe wolf wist precies waar grootmoeder woonde. Hij wist ook dat het pad door de wei veel korter was dan de weg die Roodkapje nam. En zo kon hij eerder bij grootmoeder zijn.
Onderweg stopte Roodkapje even om wat bloemetjes voor grootmoeder te plukken en om achter de vlinders aan te hollen. En zo kwam de boze wolf lang voor Roodkapje bij het huisje van grootmoeder. Stiekem sloop hij dichterbij en toen hij bij het raam was gekomen, gluurde hij naar binnen. Daar zat grootmoeder in haar schommelstoel. Ze was een trui voor Roodkapje aan het breien. Opeens zag grootmoeder de wolf. Ze schoot uit haar stoel, kroop in de kleerkast en deed die aan de binnenkant op slot. De wolf stoof naar binnen. Wat was hij boos! Hij rammelde aan de deur van de kast, maar hoe hij ook rukte en trok, de deur bleef stevig op slot.
Toen zag hij de sjaal en de slaapmuts van grootmoeder aan de kapstok hangen. “Weet je wat?” zei de wolf bij zichzelf, “ik doe de sjaal om en zet de slaapmuts op, dan denkt Roodkapje vast dat ik haar grootmoeder ben. En dan pak ik haar.” Even later klopte Roodkapje op de deur. “Wie is daar?” vroeg de wolf en hij deed daarbij de stem van grootmoeder na. “Ik ben het, Roodkapje,” zei het meisje. “Kom maar binnen, lieve kind,” zei de wolf met zijn liefste stem. En toen kroop hij zo ver mogelijk onder de dekens. Toen Roodkapje bij het bed kwam, zei ze verschrikt: “Grootmoeder, wat hebt u grote, felle ogen !” “Dat is om je beter te kunnen zien, liefje,” zei de wol" zachtjes. Roodkapje kwam nog een beetje dichterbij. “O, grootmoeder, wat hebt u grote oren !” “Dat is om jou beter te kunnen horen, mijn lieve kind,” zei de wolf nog zachter. Toen zag Roodkapje de lange, scherpe tanden van de wolf. “O, grootmoeder, wat hebt u lange tanden,” fluisterde ze. “Dat is om je beter te kunnen opeten!” schreeuwde de wolf. Hij sloeg de dekens terug en sprong uit bed. En toen zag Roodkapje dat het de boze wolf was, verkleed als grootmoeder.
Op dat moment kwam er een jager langs het huis. Hij hoorde hoe Roodkapje bang om hulp riep en hij rende naar binnen Toen de wolf het grote geweer van de jager zag hij zich bijna dood. Nu was hij bang. Hij liet een heel hard gehuil horen en voordat de jager iets kon doen was hij met grote sprongen door de deur verdwenen.
Toen hoorden Roodkapje en de jager opeens een geluid in de kleerkast. De deur van de kast ging open en daar stond grootmoeder voor hen. Ze kuste Roodkapje wel honderd keer en ze bedankte de jager omdat hij hen het leven had gered.
Wat waren ze allemaal blij! Grootmoeder zei: “Ik voel me weer helemaal beter. Kom, we vieren feest! Schenk jij maar eens chocolademelk in Roodkapje, dan snij ik de koek.” Wat hebben die drie toen heerlijk gesmuld!

Onderwerp

AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)    AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   

Beschrijving

Onderweg naar grootmoeder komt Roodkapje de wolf tegen, vertelt waar ze heen gaat en waar ze woont. De wolf zorgt dat hij als eerste bij grootmoeders huis is. Grootmoeder ziet de wolf rond haar huis en verstopt zich in een kast. De wolf is boos, verkleedt zich als grootmoeder en gaat in bed liggen. Roodkapje klopt aan, de wolf doet de stem van grootmoeder na, Roodkapje verbaast zich over de ogen, oren en tanden van grootmoeder. Als ze ziet dat het de wolf is begint ze om hulp te roepen, waarop een jager met zijn geweer binnenkomt. De wolf vlucht.

Bron

Oscar Weigle. Roodkapje: een verhaal van Charles Perrault. Antwerpen [etc.]: Zuid-Nederlandse Uitgeverij [etc.], 1976
KB: KW BJ 53432
Collectie Roodkapje/Karsdorp

Motief

B211.2.4 - Speaking wolf.    B211.2.4 - Speaking wolf.   

Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.    Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   

Commentaar

Ills Tadasu Izawa en Shigemi Hijikata
Oorspr. titel en uitg. Little Red Riding Hood (A Puppet Storybook). Grosset & Dunlap, 1979

Naam Overig in Tekst

Roodkapje    Roodkapje   

Datum Invoer

2019-06-13