Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

FRANKE133 - Het Eierlandsche Huis

Een sage (boek), 1934

Hoofdtekst

En het Eierlandsche Huis dan.
O, het is er sedert lang niet meer, dat Eierlandsche Huis. Op de plaats waar het eens geweest is prijkt nu een moderne boereplaats, maar dat is het niet al draagt die boerderij dan ook dezelfde naam.
Nee, het echte is lang, lang geleden verbrand.
Maar toen het er dan nog stond gebeurden er veel dingen die tegenwoordig niet meer plaats vinden.
Zooals met de kastelein van het Eierlandsche Huis die gestorven was. Echt gestorven. Hij was "as dead as a doornail", hij was zoo dood als een pier, en natuurlijk zou hij ook begraven worden. Maar ho maar. Dat mag goed gaan op andere plaatsen, op het Eierlandsche Huis ging het toenmaals niet van een leien dakje.
Die kastelein dan werd gekist, natuurlijk werd hij dat, hij had geleefd als een Christenmensch, dus kwam hem een behoorlijke begrafenis toe; werd hij behoorlijk in een kist gelegd.
Maar toen.
In gewone gevallen gebeurt er met zoo'n kist niets.
Maar met deze ging het anders.
Ja, want hij ging recht overeind staan.
Zoomaar, zonder dat menschenhanden hem aanraakten rees hij met het hoofdeinde omhoog en stond daar midden in de groote kamer van het oude Eierlandsche Huis.
Griezelig, erg griezelig.
Men heeft er een eind aan gemaakt, daarvan niet hoor; die Eierlanders waren voor geen kleintje vervaard. De kist mocht dan al rechtop gaan staan, dat nam niet weg dat de kastelein dood was, zoo dood als een pier en dus begraven moest worden.
Hij is dan ook begraven en er is verder niets met die kist gebeurd naar het schijnt.
Ja, bij het Eierlandsche Huis gebeurden wonderlijke zaken in vroeger dagen.
Maar dat is ook wel aannemelijk, want stond het niet op het uiterste puntje van het eiland? De zee ruischte en bruiste op korte afstand en meermalen overstroomde al het land in de omtrek. Alleen het Eierlandsche Huis stond dan recht overeind in die eindelooze waterplas. Al wat leven had spoedde zich er heen en al wat de zee aanspoelde werd er heen gebracht.
En was dicht in de buurt niet de Dooie-menschen-kuil? Was daar niet het Engelsche kerkhof?
Bij die Dooie-menschen-kuil was het dan al heel griezelig.
Daar gebeurden soms geheimzinnige dingen.
De postman moest het daar nog al eens ontgelden.
Andere menschen bleven daar wel vandaan bij nacht en ontij, maar de postman moest er door, weer of niet.
Zoo is het dan eens aan die postman overkomen, op een nare donkere stormavond, de zee dreunde en de wind gierde, dat kille, klamme handen, koude doode, handen, over zijn hoofd streken.
Hij zag niets, die postman, nee, want het was inktdonker. Hij hoorde ook niets. Alleen dan het dreunen van de zee, van de nabije zee, en het gieren en loeien van de storm, maar hij voelde het.
Duidelijk voelde hij de doode handen over zijn hoofd strijken, over zijn voorhoofd glijden; hij voelde de nare kilte ervan in zijn nek; een kilte die langs zijn rug omlaag risselde; die zijn armen verlamde en zijn beenen van lood maakte.
Zie, zulke dingen gebeurden er vroeger bij het oude Eierlandsche Huis.
Niet bij het tegenwoordige, dat een moderne boereplaats is, maar bij het oude, dat eens verbrandde.

Beschrijving

Het echte Eierlandsche Huis was lang geleden verbrand. Er gebeurden veel griezelige dingen. Bijvoorbeeld toen de kastelein overleed en begraven werd en zijn kist recht overeind ging staan. Het was niet verwonderlijk dat dit soort dingen gebeurden, want het huis stond op het uiterste puntje van het eiland. Alles wat leven had, spoelde aan bij het Eierlandsche Huis.

Bron

Legenden langs de Noordzee/ S. Franke. - Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1934, p. 198-200.

Naam Overig in Tekst

Eierlandsche Huis    Eierlandsche Huis   

Dooie-menschen-kuil    Dooie-menschen-kuil   

Engelsche kerkhof    Engelsche kerkhof