Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

FRANKE145 - De Lutine

Een sage (boek), 1934

Hoofdtekst

De golven om de Wadden-eilanden ruischen een wonderlijk lied. Ze zingen van lang vervlogen dagen en van vroeger, heel vroeger gebeurde dingen. Ze rollen af en aan en verhalen hun sproke. Wie goed luistert hoort het verre verleden er uit opdreunen. Het is niet zoo moeilijk om een naam op te vangen uit het geruisch en gebruis. En is de naam eenmaal verstaan dan volgt het verhaal vanzelf. Maar ge moet genegen luisteren. Ge moet in het verleden kunnen blikken en er over kunnen peinzen.
Het lijkt het gewone geruisch van de golven dat ge hoort maar is het niet of er een naam gefluisterd wordt? Komt daar niet een geheime klank aan uw oor klinken?
Nee nee, het is niet alleen het geruis van water en wind, het is niet alleen het gedruisch van de golven die op het harde strand slaan en tegen duinen uiteenspatten.
Er is iets anders tusschen. Er spreekt iets mee, er klinkt iets op uit het verre verleden. Een vreemde klank eerst maar allengs wordt het duidelijker. Het lijkt op het melodieuze tinken van goud op de zangerige stem van zilver op zilver. O het duistere noodlot ook, en de fluisterstem van de geheime dingen klinkt er huiveringwekkend in door.
Is het niet of er een naam aan uw oor klinkt?
O maar, dat kan immers niet anders. Hoe zou de zee kunnen zwijgen er van? Hoe zou ze kunnen golven en ruischen zonder te verhalen van de dingen die er gebeurd zijn in de dagen van Napoleon? Hoe zou ze kunnen zwijgen over de schepen die de Engelschen en de Russen overbrachten naar het Noord-Hollandsche land en vooral, hoe zou ze kunnen zwijgen van de Lutine? Van de Lutine, het schip dat beladen was met goud en zilver en dat in de diepte verzonk om nooit meer aan de dag te komen? Hoe zou ze kunnen zwijen van het behekste goud?
Weet ge hoe 't ging met de Lutine?
Een gewone schipbreuk denkt ge, zooals er in die dagen zooveel voorkwamen? Een schip met goud dat toevallig in de storm geraakte en in de buurt van Terschelling verging? Een schipbreuk als een andere, alleen opzienbarender omdat de lading uit goud bestond?
Zoo lijkt het, ja, zoo schijnt het, maar de geheime dingen ...
Luister toch hoe de zee ruischt en ge zult het weten.
Het was niet een gewone toevallige gebeurtenis.
Alles was lang van tevoren bepaald. Het moest zoo gebeuren. Het stond reeds tijden vast. Toeval was het niet.
Zóó ging het.
Ver voor Napoleon leefde er in Londen een bankier. Een man die op bescheiden voet zaken deed. Een eerlijk man. Zijn zaak groeide maar langzaam, maar hij had geduld. Hij wist dat alles zijn tijd noodig heeft. Wachten en werken, werken en wachten, dat was zijn parool. En vertrouwen.
Dagelijks zat hij op zijn bescheiden kantoor en ontving er zijn clienteele. Het gele goud tinkelde in zijn kluis maar hij liet er zich niet door bedwelmen. Het goud van anderen maakte hem niet dol. Hij was een koel en verstandig man en hij nam alleen datgene wat hem werkelijk toekwam.
Zoo won hij langzamerhand het vertrouwen van vele menschen. Uit alle oorden van het land kwamen ze naar zijn kantoor omdat hun spaarduiten veilig waren in zijn kluis. Dagelijks werd het aantal van cliënten grooter en groeide de goudvoorraad.
Maar op een dag kwam er een zonderlinge bezoeker.
Was het een oud man of een jongeling? Een Oostersche magier of een Westersch koopman?
Wie zal het weten. De wereld zal het nooit weten want de eenige man die het zou kunnen zeggen is er al sedert lang niet meer. De lippen van den bankier zouden kunnen spreken maar hoe zullen doode verstrakte lippen zich openen om een geheim te openbaren? Welk geheim ligt niet diep begraven?
Alleen de zee ruischt het maar de mensch die het verstaat is nog niet geboren. Misschien later ... later ...
Nee, wie hij was is niet bekend; er ligt een sluier over zijn wezen maar eens was hij bij den bankier op bezoek.
Hij klopte aan zijn deur en vroeg hem te spreken.
Hij zat tegenover den bankier maar verzweeg zijn naam.
Veel sprak hij niet maar hij volbracht zijn zending.
Een brief was het. Een gesloten verzegelde brief.
Voor u, zei de vreemdeling en de bankier, die meende dat het over geldzaken ging wilde de zegels verbreken om kennis te nemen van de inhoud van de brief.
Maar het gezicht van den vreemden bezoeker verstarde. Zijn oogen stonden onheilspellend en dreigend tegelijk. Duidelijk zag de bankier hoe de angst er in huiverde en ook hoorde hij hoe de angst in zijn stem trilde.
Niet openen, hijgde de vreemde, niet openen! Leg de brief weg in uw cabinet; tracht er niet verder aan te denken! Open hem niet, want zoodra ge dat doet zal het onheil zich koud en glibberig om uw hals leggen.
En als ik de brief niet open maar doe zooals gij zegt?
Dan zal alles goed zijn mijn vriend.
Maar vertel me toch, hernam de bankier, zeg me toch, wat heeft dit alles te beduiden? Waarom dit? Waartoe?
Vraag me niet, laat me, fluisterde de bezoeker met vreemde heesche stem en voor de verbaasde bankier nog iets kon zeggen was hij al verdwenen.
Waarheen ging hij? Wat had dit alles voor zin?
De bankier dacht er een poos over maar hij was een wakker en verstandig man.
Waarom trachten geheime dingen uit te vorschen? Wachtte hem niet het werk van alle dag? Zaten er niet klanten in zijn wachtkamer, menschen die met werkelijke dingen kwamen? Met geld om te beleggen, met stukken om te verkoopen, met plannen die misschien bruikbaar waren?
Zeker, hij was een praktisch man en moest aan zijn werk denken.
De brief van die geheimzinnigen bezoeker?
Och wat, de zaken, de zaken ...

Maar eens kwam er een dag dat de bankier als bij toeval de brief weer in handen kreeg.
Vreemd dat hij hem zoolang tusschen allerlei papieren had laten liggen zonder er naar om te zien.
Open maken?
Och, waarom eigenlijk niet?
De waarschuwing?
Och kom, malligheid. Wat zou hem kunnen gebeuren? Was hij intusschen niet de rijkste man van Londen geworden? Was zijn huis niet gegroeid in de loop der jaren tot de vermaarde bankiersfirma die het op dit oogenblik was? Sprak niet ieder met eerbied over zijn persoon, zijn rijkdom en zijn zakenbeleid? Wat zou hem kunnen gebeuren?
Maar de geheime dingen.
Hij maakte de brief open en probeerde hem te lezen maar wie zou de geheime schrifteekens ontcijferen? Wat beduidden deze vreemde karakters? Wie zou ze lezen?
De bankier zeker niet, want zoodra hij zijn oogen er over liet gaan sloten ze zich voor altijd.
Zijn zoons begroeven hem en vernietigden de onbegrijpelijke brief.
En dachten dat hiermee alles aan zij was.
Ze deden in de plaats van hun vader de bankierszaken en dachten verder niet meer aan de vreemde geschiedenis met die brief.
Hoe zouden ze ook daaraan kunnen denken? Hoe zouden ze iets van de geschiedenis van den geheimzinnigen bezoeker kunnen weten? Het kleine kantoortje van voorheen kenden ze niet eens. Daaraan hadden ze geen heugenis. Ze kenden slechts het groote solide bankiershuis, de groote ruime kantoorlokalen, de voorname cliënten, koningen, prinsen, bisschoppen ...
Moest er geld naar Holland of naar Hamburg?
Wie anders dan zij zouden daarmee belast worden? Kon de koning van Engeland een geschikter huis vinden?
Zeker, zij werden er mee belast en rustten de Lutine uit om de kostbare lading te vervoeren.
Een sterk schip, die Lutine, en goed bewapend, want het waren rauwe tijden.
O, goed geborgen lag het gele goud en de ponden zouden zeker niet in verkeerde handen vallen.
Maar de geheime dingen.
De menschen nemen alle mogelijke voorzorgen. Sluiten het behekste goud goed weg in de buik van de sterke Lutine, de guinjes secuur in de ijzeren kisten, maar ...
De zee heeft zijn gewone aanzien als de Lutine uitvaart. Er zal niets gebeuren met het schip. De reis van Londen naar Holland is niet zoo groot. Alles zal goed verloopen. De bankiers in Londen hebben alles goed verzorgd.
Eens was er een vreemde bezoeker op het kleine bankierskantoor? Een die een geheimzinnige brief bracht? Een brief die ongelezen moest blijven?
Ach wat !!!
Oude bankier plotseling gestorven?
Gebeurt immers zooveel.
Ja maar, de geheimzinnige brief?
Ach wat! Hoe zou er met de Lutine iets kunnen gebeuren?
Luister naar het geheimzinnige ruischen van de golven hoe het verloopen is. Zij weten de ziel van de geschiedenis maar kunnen het niet uitbrengen. Dat moet diep onder hun eeuwig geruisch en gebruis verdoken blijven.
Maar ze verhalen u hoe de Lutine worstelde met wind en golven, hoe de storm de zeilen aan flarden scheurde, hoe hij door het want gierde, het roer versplinterde, hoe het sterke schip op een zandplaat stootte, de kop daar diep inboorde, en hoe het verzonk ... verzonk ... dieper ... steeds dieper ... En hoe het er nog altijd liggen moet, diep onder water en zand, onder het eeuwige golvengeruisch. Hoe het gele goud er mat ligt te glanzen, het geheimzinnige behekste goud, waarvan van tevoren vaststond dat het in zee zou verzinken.
De zee verhaalt er van, de golven ruischen het, de wind voert het mee. Diep onder ons, diep onder water en zand ligt de Lutine. Het goud dat van alle tijden is ligt diep onder ons bedolven.
Het moest zoo gaan. Het was zoo voorbeschikt.
En in stormruwe nachten, wanneer de wind giert en de zee dreunt, gebeurt het dat men te Londen de bel van de Lutine hoort luiden.

Beschrijving

Vroeger leefde in Londen een betrouwbare bankier die op bescheiden voet zaken deed. Op een dag kwam er een zonderlinge bezoeker die een brief bracht die de bankier niet mocht openen. Maar eens kwam er een dag dat de bankier de brief weer in handen kreeg. Hij maakte de brief open en probeerde hem te lezen. Zodra hij zijn ogen er over liet gaan stierf hij. Zijn zoons begroeven hem en vernietigden de onbegrijpelijke brief. Ze deden in de plaats van hun vader de bankierszaken en dachten verder niet meer aan de vreemde geschiedenis met die brief. Ze werden met belangrijke zaken belast en rustten het schip de Lutine uit om de kostbare lading te vervoeren naar Holland. De storm scheurde de zeilen aan flarden en het schip versplinterde en zonk. Het was zo voorbeschikt. In stormige nachten hoort men in Londen nog steeds de bel van de Lutine luiden.

Bron

Legenden langs de Noordzee/ S. Franke. - Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1934, p. 218-223.

Naam Overig in Tekst

De Lutine    De Lutine   

Engelschen    Engelschen   

Russen    Russen   

Naam Locatie in Tekst

Londen    Londen   

Holland    Holland   

Plaats van Handelen

Londen (Engeland)    Londen (Engeland)