Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

FRANKE156 - Meermenschen in de Jade

Een legende (boek), 1934

Hoofdtekst

Ook de Jade heeft zijn meermenschen gehad. Eens is het gebeurd dat de visscher daar in de contreie een zeewijf hadden gevangen. En toen ze 't eenmaal hadden hebben ze niet anders gedaan dan 't arme zeewiefke getergd en getreiterd. Aan het gesar kwam gewoonweg geen end.
De menschen wilden n.l. van haar weten hoe ze kiespijn konden genezen en dauwwurm en fijt en rheumatiek en al die kwalen en ongemakken meer.
Nu heeft dat zeewiefke misschien wel het een of ander van geneeskrachtige kruiden afgeweten maar ze liet niets los. Nee, als ze je ook zoo plagen. Ze zal gedacht hebben, zoek jullie zelf maar. Hoe dat dan ook is, op al het gevraag van de visschers antwoordde ze tenslotte met dit liedje:

"Keulen of Dillen
ik zeg je niet
waar 't goed voor is
al wou je mij ook villen."

Niemand begreep er iets van en misschien was dat ook wel juist de bedoeling van de meermin. Plaag je mij, ik plaag je terug.
Tenslotte wist de meermin toch vrij te komen. Ze sprong in zee en maakte dat ze wegkwam. Maar vóór ze wegzwom sprenkelde ze eerst met beide handen wat zeewater over de zeedijk.
Niemand hechtte eenige waarde aan die paar druppeltjes water. De lui hadden het ook trouwens veel te druk met het raadselachtige rijmpje om er zich het hoofd over te breken.
Maar ... de volgende dag stak er een verschrikkelijke storm op en de zee sloeg de dijk weg, juist daar waar de meermin gesprenkeld had.
En alles wat er groeide en bloeide verzonk in de diepte. De zee verzwolg het dorp en alles wat er op en er om was. Niets maar dan ook niets bleef er van over. Ja, toch, een zandbank die bij laag tij droog komt wijst de plaats aan waar eens het dorp Minsen stond. 't Minser Olloog heet die plaat. De golven ruischen er over en zingen nog altijd van het zeewijf dat daar eens gevangen werd en van de schrikkelijke dijkbreuk die daar op volgde. Als straf voor het geplaag en gesar.
Waarom die arme zeeschepsels eigenlijk geplaagd? Ze mogen dan maar voor de helft mensch zijn, goed, goed, die helft is dan ook echt menschelijk.
Dat blijkt wel uit dat geval met die meerman.
Ook in de Jade.
Het was op een Zondagmorgen en een schipper gooide de ankers uit. En zie, zoodra het anker gevallen was dook vlak naast het schip een meerman op.
Een struische ruige baardige kerel was het maar heelemaal niet wild of ruw. Integendeel, eerder was het een goedige vriendelijke kerel.
Het scheepsvolk keek nog al op, dat is te begrijpen. Een meermin is geen zeldzaamheid, maar meermannen zijn er zoo dik niet gezaaid.
Maar die meerman liet het volk niet veel tijd om zich te verbazen.
Dat kon ook niet, want hij had haast. Kijk, de zaak was dat het anker vlak voor de kerkdeur gevallen was en al de meerlui stonden op het kerkplein te wachten. Ze konden de kerk niet binnen hè, en de dominee stond al op de preekstoel.
Och toe zeg, zou jullie zoo goed willen zijn het anker even te lichten? vroeg hij beleefd maar dringend.
Zie, waar zich zulke tooneeltjes onder de meermenschen afspelen, waar ze Zondags trouw naar de kerk plegen te gaan om psalmen te zingen of de mis te hooren, daar past het ons, die dan geen visschenstaart hebben, zeker niet die arme schepsels zoo gruwelijk te plagen.

Onderwerp

SINSAG 0045 - Andere Sagen von Meerweibern    SINSAG 0045 - Andere Sagen von Meerweibern   

SINSAG 0032 - Das gefangene Meerweib    SINSAG 0032 - Das gefangene Meerweib   

Beschrijving

Een visser had ooit een zeermeermin uit de Jade gevangen. De mensen plaagden haar en bevroegen haar over kruiden, maar ze ging er niet op in. Ze vertelde een raadselachtig lied en ontsnapte aan de mensen. Voordat ze wegzwom, besprenkelde ze de dijk met water. De volgende dag ging het stormen en sloeg de zee de dijk weg. Alles verzonk in de diepte, behalve een zandbank op de plek waar eens het dorp Minsen stond. Een andere keer dook een meerman naast een schip op. Het anker van het schip was vlak voor de kerkdeur gevallen en de meerlui stonden op het kerkplein te wachten. De meermin vroeg de zeelui het anker te lichten. Dit voorval laat de zondagse trouw van de meerlui zien en het past daarom niet om die schepsels zo te plagen.

Bron

Legenden langs de Noordzee/ S. Franke. - Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1934, p. 243-244.

Naam Locatie in Tekst

Keulen    Keulen   

JAde    JAde   

Minsen    Minsen   

't Minser Olloog    't Minser Olloog