Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

FRANKE158 - Het Witte eiland

Een sage (boek), 1934

Hoofdtekst

De zielen van de afgestorvenen gaan naar het Witte eiland. Dat is algemeen bekend in Oost-Friesland.
Wie brengt ze er heen? Wie wordt met die taak belast?
Niemand weet dat van tevoren maar eens in het jaar komt de lastgever en zoekt een schipper uit om de zielen te verschepen.
Hoe de lastgever uit uitziet?
Wie zal dat precies zeggen. Zoo op het eerste gezicht lijkt hij op een koopman uit Emden. Op zoo'n gedegen ouderwetsche koopman maar wanneer je nauwkeuriger toeziet ...
Ach nee, de schipper die bezoek krijgt van den lastgever kijkt niet hoe hij er uit ziet.
De lastgever heeft iets aan zich dat niet van deze wereld is, dat voelt de schipper. Hij ziet een koopman, zeker, maar er is meer en dat is niet uit te spreken. Een huivering overvalt de schipper. Hij voelt dat hij tegenover de geheime dingen staat.
De schipper zegt: "schik bij". Er is eten genoeg voor een gast, maar hij weet wel dat de lastgever niet eens antwoord geeft op zijn uitnoodiging. Hij gaat met hem mee naar buiten, naar de haven, en luistert naar wat hem opgedragen wordt. Hij onderhandelt met hem over de vracht, zakelijk, zooals hij zou doen met een echt koopman, maar de geheime dingen voelt hij om hem heen dreigen.
Naar het Witte eiland? Goed.
Hoeveel geld?
Zooveel.
Hoeveel zielen kan hij laden?
Schrikt de schipper wanneer hij hoort welke vracht hij te verschepen krijgen?
Nee, want de lastgever houdt hem in zijn ban.
Woorden en uitleggingen zijn niet noodig. De schipper weet niets en begrijpt toch. De lastgever dwingt hem, met bovennatuurlijke macht, te begrijpen.
En dan, als het avond is, gaat de schipper opnieuw naar de haven, om de last uit te voeren. Hij ziet niets en hoort niets. Alleen ruischt en bruist de zee en de nachtwind suist geheimzinnig over het strand.
Zijn schip ligt op de oude plaats en is leeg. Maar zie, van lieverlede begint het dieper te zinken. Het wordt geladen met een lading die onzichtbaar is. Het zijn de zielen der afgestorvenen die zich inschepen. Een voor een gaan ze over de loopplank maar niemand ziet ze.
Ja toch, is het niet of er een nevel hangt in het ruim. Een bewegelijke doorzichtige nevel en is het niet of het er zachtjes in ruizelt en suizelt?
Maar de schipper durft er niet naar te kijken. Er is een geheime macht die hem dwingt de trossen los te gooien want zijn schip is vol. Tot de boorden ligt het in het water en zoodra de trossen losgegooid zijn zeilt het naar het Witte eiland.
Wonderlijk zoo gauw de tocht ten einde is. Het Witte eiland is ver maar het schijnt of er geen afstand bestaat. Tegenwind? Geen nood. Het schip zeilt tegen de storm in. Het schiet door de golven en voor de schipper het weet is het doel bereikt.
Aan de oever staat de lastgever.
De schipper ziet hem niet, maar hoort zijn heesche stem.
Namen leest die stem, almaar namen en zienderoogen wordt het schip lichter. Het rijst en rijst tot de laatste ziel over de loopplank gegaan is.
Dan weet de schipper dat zijn taak volbracht is. Hij licht het anker en in een oogenblik is hij weer terug in Oost-Friesland.
Vraag niet hoe de schipper gesteld is. De geheime dingen omhuiveren hem. Hij weet niet of hij waakt of droomt.
Zie, zoo worden telken jare de zielen van de afgestorvenen naar het Witte eiland gebracht.

Beschrijving

De zielen van de afgestorvenen gaan naar het Witte eiland. De lastgever bezoekt een schipper die de zielen daarheen zal brengen en laadt vervolgens het schip. De schipper ziet de zielen niet, maar voelt hun aanwezigheid.

Bron

Legenden langs de Noordzee/ S. Franke. - Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1934, p. 246-247.

Naam Locatie in Tekst

Emden    Emden   

Oost-Friesland    Oost-Friesland