Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ROODKAPJE211 - Roodkapje

Een sprookje (boek), 1930 - 1939

Hoofdtekst

Roodkapje
Aan de rand van een groot bos woonde eens een klein meisje met haar moeder. Het meisje droeg een aardig rood kapje op haar blonde krullen en werd daarom door iedereen Roodkapje genoemd.
Haar grootmoeder woonde aan de andere van het bos in een klein huisje. Nu gebeurde het eens dat grootmoeder ziek werd. Roodkapje's moeder bakte wat lekkere koeken en wafels, die ze met een fles wijn in een mandje pakte. Hiermede stuurde ze Roodkapje het bos in, naar grootmoeders huisje.
Roodkapje vond het wát leuk dat ze alléén in het bos mocht wandelen en stapte vrolijk over de smalle paadjes. Ze had een heel eind gelopen, toen er op eens een groot dier van achter de bomen tevoorschijn kwam. Het was de boze wolf, die diep in het bos woonde en vaak kinderen stal en opat.
Roodkapje kende de wolf niet en was dan ook heel niet bang, maar zei vriendelijk goedendag. Het slimme beest groette terug en begon een praatje. Hij vroeg waar Roodkapje heenging met haar mandje en het lieve kind dacht aan geen kwaad maar vertelde dat ze haar zieke grootmoeder ging bezoeken. "A, ha," dacht de wolf, "misschien kan ik dat oude vrouwtje ook nog buit maken." Hij trok zijn vriendelijkste gezicht en vroeg: "Mijn lieve kind, moet je nog ver lopen naar grootmoeders huis? " "Welneen," antwoordde Roodkapje, "zie ginds tussen de bomen is het rode dak van het huisje." "Zou je niet wat mooie bloemen voor haar plukken, dat zal grootmoeder zeker erg aardig vinden." Dat vond Roodkapje een goed idee. Ze bedankte de wolf voor zijn goede raad en begon meteen te plukken.
De wolf wandelde rustig door, maar zodra Roodkapje hem niet meer kon zien, holde hij zo hard hij kon naar grootmoeders huis en klopte aan. "Wie is daar?" riep grootmoeder. De wolf zei nu met een zacht stemmetje: "Ik ben het lieve Grootmoe, Roodkapje". "Trek dan maar aan het touwtje kindlief, dan gaat de deur wel open." Pas had zij dat gezegd of de wolf stootte de deur open en was met een grote sprong bij haar bed. Wat schrok de arme vrouw. Ze wilde weglopen, maar de wolf deed zijn grote open en hap, hap! slokte haar helemaal op. Toen zette de booswicht grootmoe's nachtmuts op zijn kop en ging in bed liggen.
Na verloop van tijd werd er zachtjes op de deur geklopt. Het was Roodkapje, die een grote bos bloemen had geplukt en nu Grootmoeder wilde verrassen. "Kom maar binnen," gromde de wolf van onder de dekens. Roodkapje opende de deur en stapte naar het bed. Ze zette haar mandje op de deken en wilde Grootmoe een hand geven. Maar wat zag ze er vreemd uit.
Wat hebt U grote oren, Grootmoe."
"Dan kan ik beter horen," was het antwoord.
"En wat hebt U grote ogen!"
"Dan kan ik je beter zien."
"Maar wat hebt U een grote mond."
Ja, dan kan ik je beter verslinden," en toen sprong de wolf op en at Roodkapje in één hap op.
Hij likte zijn bek af, ging liggen en sliep weldra in. Al spoedig begon hij zo geweldig te snurken dat het huisje er van dreunde. Tegen de avond kwam de jager voorbij die de oude grootmoeder goed kende. Hij hoorde het gesnurk en dacht: "de oude vrouw is zeker erg ziek, ik zal eens gaan zien hoe ze het maakt." Toen hij nu de wolf in bed vond begreep hij meteen wat er gebeurd was. Hij nam zijn mes en sneed rits-rats de wolvenbuik open. Daar kwamen springlevend, grootmoeder en Roodkapje te voorschijn. De jager haalde nu een paar stenen van buiten en stopte ze in de buik van de wolf. Daarna naaide Grootmoe, die intussen bekomen was van de schrik, de scheur netjes weer dicht.
Het boze dier sliep maar steeds door en merkte er niets van. Nu sleepte de jager hem naar buiten tot dichtbij het beekje, dat langs het huisje stroomde. Na enige tijd werd de wolf wakker en liep naar de beek om wat te drinken. Hij boog zijn kop naar het water, maar hierdoor schoven de stenen naar voren en door de zwaarte tuimelde hij hals over kop in de beek en verdronk. Nu waren alle drie, de jager, de grootmoeder en Roodkapje opeens van alle zorg bevrijd.
Grootmoe at smakelijk van de lekkere wafels, de jager nam het vel van de wolf en Roodkapje ging met het lege mandje weer op weg naar huis maar nam zich voor, onderweg geen praatjes meer met vreemden te houden.

Onderwerp

ATU 0333    ATU 0333   

AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)    AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   

Beschrijving

Onderweg naar grootmoeder komt Roodkapje in het bos de wolf tegen. Hij spreekt haar aan, Roodkapje vertelt dat ze naar grootmoeder gaat en waar ze woont. De wolf stelt voor dat ze bloemen gaat plukken, en gaat zelf naar grootmoeders huis. daar klopt hij aan, doet de stem van Roodkapje na, gaat naar binnen, eet grootmoeder op, zet haar nachtmuts op en gaat in bed liggen. Als Roodkapje aanklopt doet de wolf de stem van grootmoeder na. Roodkapje verbaast zich over ogen, oren en mond van grootmoeder, waarop de wolf haar opeet. In zijn slaap snurkt hij zo luid dat een jager gaat kijken, de wolf in bed ziet en begrijpt wat er is gebeurd. Hij snijdt de buik open, waar Roodkapje en grootmoeder uit komen. Ze vullen de buik met stenen, naaien de buik dicht, waarna de jager de wolf naar de beek sleept. Na ontwaken gaat de wolf drinken, door de stenen die naar voren schuiven valt hij in het water en verdrinkt. De jager ontdoet de wolf van zijn vel, Roodkapje neemt zich voor niet meer met vreemden te praten.

Bron

P.N. Roodkapje. [S.l.]: [s.n.], [193-?]
KB: KW XKR 6917
Collectie Roodkapje/Karsdorp

Motief

K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.    K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   

Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.    Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   

B211.2.4 - Speaking wolf.    B211.2.4 - Speaking wolf.   

Q426 - Wolf cut open and filled with stones as punishment.    Q426 - Wolf cut open and filled with stones as punishment.   

Commentaar

Naar Grimm

Naam Overig in Tekst

Roodkapje    Roodkapje   

Datum Invoer

2019-07-01