Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ROODKAPJE218

Een sprookje (boek), 1991

Hoofdtekst

Er was eens een meisje, dat met haar moeder aan de rand van een groot, donker bos woonde. Dat meisje heette eigenlijk Elsje. Maar iedereen noemde haar Roodkapje omdat zij altijd zo'n leuk, rood kapje op haar hoofd had. Het was een heel lief meisje. Ze deed alles wat haar moeder vroeg. Ze hielp met de afwas en met boodschappen doen. Ze stond altijd heel vroeg op. Als zij de vogels hoorde, dan stond zij al naast haar bedje. In de winter gaf ze de dieren in het bos te eten. Dan strooide ze brood voor de vogels en de eekhoorntjes. Was er soms een konijntje of een ander dier ziek, dan nam Roodkapje dat mee naar huis. Ze zorgde ervoor tot het beter was en dan liet zij het weer los. De dieren waren dol op haar. En ook de mensen hielden veel van Roodkapje omdat het zo'n aardig meisje was.
Op een dag vroeg haar moeder: "Roodkapje, wil jij wat voor mij doen? Oma is ziek en nu heb ik een mandje voor haar klaargemaakt met wat lekkere koeken en een paar sinaasappels en een fles bessensap. Zou jij dat naar oma toe willen brengen? Oma is zo alleen. Ze zal vast heel blij zijn als jij langskomt. Maar wees voorzichtig! Het huisje van oma is aan de andere kant van het bos. En in het bos is het gevaarlijk! Daar woont de boze wolf! Die wil jou graag opeten! Beloof me dat je op het pad blijft. Je mag niet van de weg af gaan. Dan kan je niets gebeuren, want de wolf blijft tussen de struiken."
Roodkapje wou heel graag naar oma. Ze beloofde moeder dat ze op de weg zou blijven. Ze zette haar rode kapje op en stapte vrolijk met het mandje in haar hand het bos in. Roodkapje wuifde naar haar moeder tot ze haar niet meer zag. Toen liep ze alleen in het bos. Ze stapte flink door en ze bleef keurig op het pad. Ze hield het mandje stevig vast. Dat mocht natuurlijk niet vallen met die fles bessensap. Oma vond bessensap juist zo lekker. Arme Oma, dacht Roodkapje, zo alleen in haar huisje. Wat zal ze blij zijn als ze me ziet. En ze liep nog een beetje vlugger om maar gauw bij oma te zijn. De vogels keken naar haar vanaf de takken en vanuit hun nesten. "Daar gaat Roodkapje, dat lieve meisje", zongen ze. De konijntjes kwamen uit hun holen en de eekhoorntjes gleden langs de boomstammen naar beneden. "Zie je Roodkapje? Zie je Roodkapje?", zeiden ze tegen elkaar. "Waar gaat die nou naartoe, zo alleen in het bos?" Roodkapje liep lekker door. Het zonnetje scheen door de bomen heen. Ze lachte de dieren vriendelijk toe en ze zong een vrolijk liedje over vlinders, bijen en bloemen. De vogels zongen mee: "O, o, wat is het fijn om in het bos te zijn!"
Wat waren er veel bloemen in het bos. Roodkapje kreeg een idee: ze zou voor oma wat bloemen plukken. Dat zou oma leuk vinden. Ze keek eens links en ze keek eens rechts. Hier een bloem en daar nog twee. Langs het pad stonden er niet zo veel. Maar iets verder, daar op het gras, daar stonden er véél meer. Er stonden mooie witte madeliefjes en leuke gele boterbloemen en daar van die rose pinksterbloemen. Nog verder stonden een paar blauwe vergeetmijnietjes onder een struik. Roodkapje plukte en plukte en plukte. Het werd een prachtig boeket. Ze had het er heel druk mee. En ze hoorde niet hoe de vogels riepen: "Fwiet-fwiet-fwiet, Roodkapje, dat mag toch niet! Je mag niet zo diep in het bos. Ga terug naar het pad. Dit is gevaarlijk! Pas op! Pas toch op!" Nee, Roodkapje was helemaal vergeten wat moeder had gezegd. Ze kwam steeds dieper in het bos terecht. Daar stonden ook zulke mooie bloemen. Dat wordt een mooie verrassing voor oma, dacht Roodkapje. Wat zal dat straks leuk staan in haar huisje!
Maar Roodkapje was niet alléén in het bos. Achter de bomen sloop de wolf en hij loerde naar Roodkapje. Roodkapje ging gewoon door met de mooiste bloemen uit te zoeken. Nu had ze er wel genoeg. Ze wou eens terug naar het pad. Maar waar was dat ook alweer?! Wat hoorde ze toch? Het leek wel of ze geroepen werd. Een zware stem sprak: "Zeg meisje, wie ben jij? Wat doe jij hier zo alleen in het bos?" Roodkapje keek verschrikt om zich heen. Wie was dat met die vreemde, donkere stem? "Zoek me dan! Hier ben ik!", klonk het vanachter een dikke boom. Het was de wolf! Roodkapje schrok heel erg. Ze dacht opeens aan wat moeder gezegd had: "Wees voorzichtig. In het bos is het gevaarlijk. Daar woont de boze wolf. Die wil jou wel opeten!" Ooooooo, wat moest ze nu doen? Was ze maar op de weg gebleven. De wolf stond nu heel dicht bij Roodkapje en hij zei heel vriendelijk: "Dag meisje, wat heb je een mooie bloemen. Mag ik weten voor wie die zijn? En wat heb je een lekker mandje bij je met die fles bessensap. Voor wie is dat allemaal? Mag ik dat hebben?" "Nee!", zei Roodkapje. "Dat is voor mijn oma. Die is ziek." "Zooo?!", zei de wolf. "Vertel me eens, waar woont jouw oma dan? Woont zij hier in het bos?"
De dieren probeerden Roodkapje te waarschuwen. De vogels piepten: "Pas op, pas op, luister toch niet naar die lelijke wolf!" Een eekhoorn gooide een noot op Roodkapjes kapje en toen schudde hij van: Nee, geen antwoord geven!
Maar Roodkapje begreep het niet. Zij vond de wolf wel lief. Ze dacht er helemaal niet meer aan dat moeder had gezegd dat de wolf gevaarlijk was. Ze vond hem juist heel aardig. En ze vertelde hem heel precies waar het huisje van oma was en dat oma daar helemaal alleen in bed lag. De wolf luisterde goed. En hij dacht bij zichzelf: "Dat vrouwtje ga ik een bezoekje brengen, ha, ha, ha!" "Dag wolf," zei Roodkapje, "ik moet eens opschieten." De wolf antwoordde: "Dag Roodkapje, ik heb ook haast." Toen liep Roodkapje weg en de wolf sprong het bos in.
Zo snel hij kon, rende de wolf tussen de bomen en onder de struiken door naar het huisje van oma. Toen hij bij het huisje gekomen was, keek hij stiekem naar binnen. Ja, daar lag de zieke met haar slaapmuts op, in bed. De wolf klopte op de deur. "Wie is daar?", riep oma. De wolf zette een hoog stemmetje op: "Ik ben het, Roodkapje. Ik kom een mandje met lekkere dingen brengen." "Kom maar binnen, kindje, de deur is niet op slot!" Dat hoefde oma geen twee keer te zeggen. Met één klap sloeg de wolf de deur open. En met één hap slokte hij oma naar binnen. Zo, dat had goed gesmaakt. Nu zette de wolf oma's bril op zijn neus, hij trok een nachtpon van oma aan en zette haar slaapmuts op zijn hoofd. Toen kroop hij vlug onder de dekens.
Intussen liep Roodkapje door het bos in de richting van oma's huisje. Het was wel erg ver. Ze liep nu netjes op het pad. Ze droeg het mandje en de bloemen. Dit was allemaal voor die arme, zieke oma. De vogels floten haar iets in haar oren, de eekhoorn fluisterde haar wat toe en het konijn probeerde ook wat te zeggen. Maar Roodkapje keek niet goed en ze luisterde ook niet zo best. Want het was al zo laat. Ze moest nu zo vlug mogelijk naar oma's huisje aan het eind van het bos. Ja, Roodkapje had haast. Ze had al veel te lang in het bos rondgelopen bij het bloemen plukken. Nu moest ze vlug naar oma. Ze had geen tijd om stil te staan en te luisteren naar haar vriendjes. Daar zag ze het huisje al tussen de bomen door. Roodkapje liep het paadje op naar de deur van oma's huis.
Ze klopte zachtjes op de deur. "Wie is daar?", vroeg de wolf met een krakerige, oude stem. "Ik ben het, Roodkapje", zei het meisje. "Kom maar binnen, kindje, de deur is niet op slot!", zei de wolf. Vlug stapte Roodkapje naar binnen. Ze was een beetje moe, want ze had een heel eind gelopen over de weg naar oma's huis. "Kijk eens oma, in dit mandje zitten koeken en wat sinaasappels en een fles bessensap. Dit heeft moeder voor u meegegeven. Hoe gaat het met u? Bent u nog erg ziek?" Oma gaf niet veel antwoord. Ze lag een beetje te grommen. Ze was erg verkouden, begreep Roodkapje. Het leek net of oma's neus wat opgezet was. "Maar oma," zei Roodkapje, "wat hebt u een grote neus!" "Dat is om je beter te kunnen ruiken, lief kind," zei oma brommerig. Roodkapje was wel een beetje verbaasd. Ze vond oma toch wel wat anders dan anders. Ze kwam nu wat dichter bij het bed en zei: "Maar oma, wat hebt u een grote oren!" "Dat is om je beter te kunnen horen, meisje", zei oma met een schorre stem. Nu werd Roodkapje heel nieuwsgierig en ze kwam nog een beetje dichter bij het bed. "Maar oma," zei ze nu, "wat hebt u een grote mond!" Op dat moment sprong de wolf uit oma's bed en brulde: "Dat is om je beter op te kunnen eten!" Nu zag Roodkapje dat oma oma niet was, maar de wolf! De muts en de bril rolden van zijn kop. Het mandje met lekkernijen rolde over de grond. Roodkapje gilde het uit. Zij wou nog gauw weglopen, maar de wolf was veel vlugger. In één hap slokte hij nu ook Roodkapje naar binnen. Toen was de wolf moe en hij ging op de grond liggen slapen. Zijn gesnurk klonk door de deur en de ramen van het huisje heen.
De dieren in het bos hoorden alles. Zij wisten wat er gebeurd was. Zij wilden helpen, maar ze wisten niet goed wat ze konden doen. Ze hielden een vergadering op een open plek in het bos. De vogels zeiden: "Wij pikken zijn ogen uit!" De eekhoorns riepen: "Wij gooien hem al onze noten naar zijn kop!" En de konijnen zeiden: "Wij gaan aan zijn tenen knagen!" Maar jammer, daar kregen ze Roodkapje niet mee terug.
Toen huilden alle dieren en er kwam een hele plas water in het bos te staan van al hun tranen. De boswachter liep zijn rondje door het bos. Dat deed hij elke avond. Hij kwam op de open plek en vond daar al die verdrietige dieren. "Wat is hier aan de hand?", vroeg hij zich af. Toen kwamen alle dieren naar hem toe. De vogels trokken aan zijn haren, de eekhoorns namen hem bij zijn jas en de konijnen liepen voor hem uit. Zo wezen zij hem de weg naar het huisje aan de rand van het bos. Hier lieten zij de boswachter los en keken hem vol verwachting aan... De brave boswachter schudde zijn haren en zijn kleren eens uit. De arme man was heel verbaasd en erg geschrokken. Wat was dat met die dieren? Hij had ze toch niets gedaan? Ze zaten allemaal op iets te wachten: de vogels in de bomen, de andere op de grond. Ze waren heel erg stil geworden... Nu hoorde hij een gek geluid. Het leek op het omzagen van bomen. Het kwam uit het huisje van de oude mevrouw.
Op zijn tenen sloop de boswachter naar het raam. De dieren volgden hem met hun ogen. De man keek naar binnen. Toen schrok hij vreselijk. Hij zag de grote, boze wolf op de grond liggen. Hij lag met open bek te snurken. Dat was het zagende geluid. Maar waar was de oude mevrouw? Zij was toch ziek? Haar bed was leeg.
En opeens begreep de boswachter wat er gebeurd was! De wolf had zo'n dikke buik. Hij had de oude dame opgegeten! De man dacht niet lang meer na. Hij nam zijn geweer, dat hij altijd bij zich droeg, en hij richtte de loop op de kop van de wolf. Pang! Het dier was dood. Toen sneed hij met zijn mes de buik van de wolf open. De eerste die uit de buik sprong, was Roodkapje. Daarna kwam oma ook gezond en wel naar buiten. Zij dansten samen in het rond. In het bos klonk een vrolijk gepiep, gefluit en gezang! De dieren waren heel erg blij dat hun lieve vriendin, Roodkapje, nog leefde.
De boswachter vond het heel goed dat de wolf dood was. Die kon nu nooit meer kwaad doen. Roodkapje vertelde aan oma wat er die middag was gebeurd. Oma vond het wel een beetje dom van haar. Toen bedankte zij de boswachter dat hij hen had gered. Maar daar dacht hij zelf heel anders over.
De boswachter zei: "Jullie hebben je leven te danken aan de dieren van het bos."
Toen pakte oma de koeken uit het mandje. Ze verkruimelde ze en strooide ze uit voor de dieren. Die vierden buiten vrolijk feest tot de zon allang onder was. De konijnen renden rondjes om het huis heen, de eekhoorntjes klauterden over het dak en de vogels sprongen van tak naar tak. En in het huisje was het ook feest. Oma haalde de fles bessensap uit de mand en schonk daaruit de glazen vol. "Proost!" Oma en Roodkapje waren springlevend en de boze wolf was dood. Het was dus heel goed afgelopen.

Onderwerp

ATU 0333    ATU 0333   

AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)    AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   

Beschrijving

Ondanks haar belofte aan moeder om onderweg naar grootmoeder op het pad te blijven, is Roodkapje ongehoorzaam. Ze dwaalt bij het bloemen plukken steeds verder af in het bos, komt de wolf tegen, vertelt dat ze naar grootmoeder gaat en waar ze woont. De dieren waarschuwen haar niet het bos in te gaan, en niet met de wolf te praten, maar Roodkapje begrijpt niet wat ze bedoelen. De wolf gaat naar grootmoeders huis, doet de stem van Roodkapje na, mag binnenkomen, eet grootmoeder op, verkleedt zich als grootmoeder en gaat in bed liggen. Roodkapje klopt aan, de wolf doet de stem van grootmoeder na, Roodkapje verbaast zich over de neus, oren en mond van grootmoeder, waarna de wolf haar opeet. De dieren hebben alles gehoord, maar weten niet wat ze kunnen doen, tot een boswachter komt. Ze nemen hem mee naar grootmoeders huis, de boswachter ziet de wolf met een dikke buik, schiet hem dood, en snijdt de buik open, waaruit Roodkapje en grootmoeder komen. Grootmoeder bedankt de boswachter, maar die zegt dat ze gered zijn door de dieren.

Bron

Juan Lopez Ramon. Roodkapje. Aartselaar [etc.]: Deltas, 1991
KB: 4041098
Collectie Roodkapje/Karsdorp

Motief

J21.5 - ”Do not leave the highway“:    J21.5 - ”Do not leave the highway“:   

B211.2.4 - Speaking wolf.    B211.2.4 - Speaking wolf.   

K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.    K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   

Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.    Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   

Commentaar

Ills Juan Lopez Ramon
Naar Charles Perrault

Naam Overig in Tekst

Roodkapje    Roodkapje   

Elsje    Elsje   

Datum Invoer

2019-07-01