Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ROODKAPJE225 - Roodkapje

Een sprookje (boek), 1983

Hoofdtekst

Roodkapje
Even buiten het dorp stond vroeger nog een heel groot bos. Het was zo groot dat niemand van het pad durfde gaan want anders zouden ze vast verdwalen. Aan de ene rand van het bos stond een prachtig huisje met een rood dak en bruingeschilderde luikjes. Daar woonde een klein meisje met haar moeder. Het kleine kind droeg altijd een rode muts; daarom noemde iedereen haar Roodkapje. De grootmoeder van Roodkapje had haar dat mutsje gegeven omdat ze zoveel van haar kleindochtertje hield. Roodkapje ging haar lieve grootmoe trouwens elke dag opzoeken. Daarvoor moest ze heel het bos door; het was wel een half uur lopen. Ze bracht dan altijd wat eten mee, want de oude vrouw was ziek en kon zelf geen boodschappen meer doen. Roodkapje volgde steeds het kleine pad dat kronkelend door het bos liep. Voor ze vertrok zei haar moeder haar altijd, dat ze voorzichtig moest zijn en niet mocht blijven staan, want er liepen veel gevaarlijke dieren rond in het bos.
Ook die dag, ging Roodkapje naar grootmoeder. In haar mandje legde moeder zorgvuldig een fles lekkere wijn en een heerlijk zelfgebakken brood, met nog een potje jam erbij. Ze zei: "Wees voorzichtig, en ga niet van het pad weg, want je weet wat ik je verteld heb over de gevaarlijke dieren! Wanneer je bij grootmoeder aankomt, wil je dan nog even de borden en geneesmiddelen niet vergeet te nemen, zodat ze vlug weer beter wordt". "Ja hoor mams," zei Roodkapje. Ze nam nog vlug een koekje van de tafel om onderweg op te knabbelen, gaf haar moeder nog dikke zoen en vertrok, op haar klompjes, met de mand vol lekkers naar het huis van grootmoe. Moeder wuifde zolang tot ze het rode mutsje achter de bomen zag verdwijnen.
Roodkapje stapte flink door, maar toen ze halverwege was, zag ze tussen de bomen een hele grote wolf staan. Ze schrok verschrikkelijk en wilde heel hard wegrennen, maar de wolf zei: "Schrik maar niet, ik ben een brave wolf. Ik vraag me alleen af waarom jij zo snel door het bos stapt. Kijk toch eens rond wat hier voor moois groeit en bloeit!" Roodkapje keek om zich heen en inderdaad, ze zag honderden mooie bloemen en planten die stonden te schitteren in de warme zonnestralen. Vogels en vlinders vlogen blij om haar hoofd. Er hing een bedwelmende fijne geur tussen de bomen, en Roodkapje werd heel stil van al dat prachtige. Ze zei tegen de wolf dat ze op was naar haar grootmoeder en dat ze geen tijd had om te blijven rondkijken, maar de wolf liet haar zoveel mooie dingen zien, dat ze besloot een bos bloemen te plukken voor grootmoe.
Eindelijk, dacht de wolf, nu kan ik mijn plan uitvoeren. Hij had Roodkapje al een tijd in de gaten gehouden, en had een valstrik opgezet om Roodkapje te kunnen oppeuzelen.
Zonder dat Roodkapje iets merkte, liep de wolf naar het huis van grootmoeder, duwde de deur open en vloog pijlsnel naar grootmoe die hij in een slok opat. "Zo," riep de wolf, "nu me als grootmoeder verkleden en rustig wachten tot het lekkerste hapje binnenkomt."
Ondertussen had Roodkapje die niets vermoedde van het boze plan, een kleurige bos bloemen geplukt, en haar wandeling naar grootmoeder verdergezet.
Na een poosje kwam ze aan het kleine huis en klopte op de deur. "Kom maar binnen, lieve kind" antwoordde de wolf die zijn stem vervormde. "Dag grootmoeder," zei Roodkapje. Ze bleef staan; haar grootmoeder zag er zo raar uit met haar slaapmuts zo ver over haar ogen geschoven. Roodkapje ging bij het bed staan en toonde de mand vol lekkers. "Kijk grootmoeder, ik heb lekkere wijn, een zelfgebakken brood en een potje jam bij voor u, daar zal u vlug van opknappen, want ik vind dat u er helemaal niet zo goed uitziet. U hebt opeens zulke grote handen!" "Dat is om je beter te kunnen vasthouden" zei de wolf. "Maar grootmoeder; wat is er met uw stem gebeurd?" zei Roodkapje weer. "Oh, niets m'n kind, ik heb een lelijke kou te pakken en daardoor klinkt mijn stem wat schor" antwoordde de lelijke wolf. "Maar grootmoeder, wat is er met uw mond gebeurd?" zei Roodkapje, toen ze wat dichterbij kwam, "U hebt zulke grote tanden!" Op dat moment sprong de wolf uit het bed en riep: "Dat is om je beter te kunnen opeten, ha, ha, ha!!! wrrrohh! grauww!" en hij slokte Roodkapje in een keer naar binnen!
Wat een tumult;
Roodkapjes blokken vlogen door de kamer, grootmoeders boek scheurde bijna in twee en de wekker kwam rinkelend en kletterend in duizend stukjes op de vloer terecht! De geneesmiddelen van grootmoeder en al het lekkers lag verspreid door heel de kamer. Oh, die stoute wolf, wat een schrokop! Zijn buik was zo dik dat hij niet eens meer op z'n eigen poten kon blijven staan. Hij sleepte zich het huisje uit en strompelde tot bij de waterput in de tuin. "Oh, wat heb ik een dorst gekregen," zei de wolf. Hij dronk een hele emmer water leeg en viel daarna pardoes in slaap.
De jager die net zijn ronde door het bos deed, kwam bij grootmoeders huis en keek heel verwonderd toen hij de deur zag openstaan. Dat was niet van grootmoeders gewoonte! Hij klopte op de deur; en toen niemand antwoordde stapte hij naar binnen. Wat schrok die arme jager toen hij al die rommel op de grond zag liggen. Hij zag grootmoeders slaapmuts en Roodkapjes klompen liggen en dacht onmiddelijk dat er iets vreselijks gebeurd was. Hij rende het hele huis door maar vond niemand. Toen hij echter weer buiten kwam, zag hij de wolf tegen de waterput liggen slapen. "Wel, jij ... jij ellendige wolf," riep de jager. "Ik had het kunnen denken. Jij heb die arme grootmoeder en Roodkapje opgegeten!" Hij rende er naartoe, nam z'n mes en sneed de buik van de slapende wolf open. En kijk, daar kwamen grootmoeder en Roodkapje uit de buik gesprongen! "Oh jager, u kwam het op tijd, het was daar zo akelig donker en eng," zei grootmoeder.
De jager was zo blij heb beiden te zien dat hij grootmoeder en haar kleindochtertje lachtend omhelsde. Hij zei: "Vlug Roodkapje, we moeten die wolf nog straffen. Ga binnen naald en draad halen. We zullen zijn buik vol stenen steken en hem dan weer dichtnaaien. Zo gezegd zo gedaan en toen de wolf weer wakker werd en wilde weglopen, viel hij van die zware stenen hartstikke dood op de grond neer.
De jager, Roodkapje en grootmoeder liepen naar de wolf en juichten van blijdschap. "Zo!" zei de jager, "jij hebt je straf gehad. Jij zal nooit meer brave mensen kunnen opeten". Hij nam de wolf bij de nek en gooide hem in de diepe waterput. Wat een opluchting, die nare droom was voorbij. Grootmoeder nam de jager en Roodkapje mee naar binnen. Samen raapten ze alles op en zetten het huis weer netjes op orde. Grootmoeder voelde zich helemaal niet ziek meer; ze had zelfs blos op haar wangen gekregen! Zo gelukkig was ze dat alles zo goed was afgelopen. Toen Roodkapje haar blokjes weer aanhad, en alle rommel was opgeruimd, aten ze samen van het lekkere brood en de jam om het verdwijnen van de wolf te vieren. De jager schonk de glazen vol van de heerlijke wijn en deed een heildronk op de goede afloop van dit bangelijke avontuur. Toen al het lekkers op was, nam de jager Roodkapje bij de hand om haar weer veilig naar huis te brengen. Roodkapje gaf grootmoeder een dikke zoen en beloofde om nooit meer naar boze wolven of andere lelijke dieren te luisteren.
Samen met de jager liep ze blij door het bos. Nu ze veilig was kon ze rustig haar mandje vullen met een kleurige bos bloemen en naar de vogels en vlinders kijken. Na een half uur kwamen ze zonder moeilijkheden bij Roodkapjes huis aan. Daar stond haar moeder haar op te wachten. De jager vertelde het hele verhaal aan Roodkapjes moeder, die zich al zorgen was beginnen te maken. Wat was ze blij dat dit goed was afgelopen. Ze bedankte de jager wel honderd keer, en sindsdien is Roodkapje nooit meer blijven stilstaan in het grote bos. En ... als ze zin had om bloemen te plukken of naar de vlinders en vogels te kijken, dan ging ze niet naar het bos maar naar de grote groene weide achter het huis. Zo ... kon er nooit meer iets ergs gebeuren!

Onderwerp

ATU 0333    ATU 0333   

AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)    AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   

Beschrijving

Moeder waarschuwt Roodkapje om onderweg naar grootmoeder op het pad te blijven, niet te treuzelen en op te passen voor gevaarlijke dieren. In het bos komt ze de wolf tegen, schrikt, vertelt dat ze naar grootmoeder gaat en waar ze woont, en laat zich verleiden om in het bos bloemen te plukken. Intussen gaat de wolf naar grootmoeders huis, gaat naar binnen, eet grootmoeder op, verkleedt zich als grootmoeder en gaat in bed liggen. Als Roodkapje aanklopt doet de wolf de stem van grootmoeder na, Roodkapje verbaast zich over de handen en tanden van grootmoeder, waarna de wolf haar opeet. Een jager ziet dat de deur openstaat, ziet erge rommel, grootmoeders slaapmuts en Roodkapjes klompjes, en bedenkt dat er iets is gebeurd. Hij vindt de wolf, snijdt zijn buik open waar Roodkapje en grootmoeder uit komen. Voor straf vullen de buik van de wolf met stenen, naaien de buik weer dicht. Na ontwaken wil de wolf weglopen, maar valt dood de stenen dood neer. De jager gooit hem in de waterput. Daarna ruimen ze de rommel op, vieren het verdwijnen van de wolf, Roodkapje belooft nooit meer naar gevaarlijke dieren te luisteren.

Bron

Roodkapje. Antwerpen: All Books, 1983
KB: KW BJ 53174
Collectie Roodkapje/Karsdorp

Motief

J21.5 - ”Do not leave the highway“:    J21.5 - ”Do not leave the highway“:   

B211.2.4 - Speaking wolf.    B211.2.4 - Speaking wolf.   

K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.    K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   

Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.    Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   

Q426 - Wolf cut open and filled with stones as punishment.    Q426 - Wolf cut open and filled with stones as punishment.   

Naam Overig in Tekst

Roodkapje    Roodkapje   

Datum Invoer

2019-07-01