Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ROODKAPJE232 - Roodkapje

Een sprookje (boek), 1920 - 1929

Hoofdtekst

Roodkapje.
Er was eens een aardig meisje. En dat aardige meisje heette Roodkapje. Eigenlijk heette zij anders. Maar alle menschen, zelfs haar eigen moeder, noemden haar zoo. Grootmoeder begon verheugd te lachen, als zij Haar zag. Eens verraste de oude vrouw haar kleindochter met een mantel en en mutsje van mooie roode wol, die zij zelf gemaakt had. "Wat zeg je nu wel," zei Grootmoeder, toen Roodkapje de kleedingstukken had aangepast, en zy uitgelaten blij, vloog Grootmoeder om den hals, en gaf haar wel honderd kusjes. Van dien dag af, zag men haar altijd met het roode manteltje en de daarbij behoordende muts, en noemden de buren haar weldra "Roodkapje."
Eens was Grootmoeder ziek. Toen deed Moeder lekkere koeken en een flesch wijn in een mandje. En zij zei tegen Roodkapje: "Breng dat nu mooi even naar Grootmoe. Maar loop in 't bosch niet buiten het pad, want daar is een wolf en die zou de kwaad kunnen doen! Ga recht door, en spreek onderweg niemand die je niet kent en zorg dat je vóór donker weer thuis bent!" Roodkapje, die maar half luisterde, trok haar manteltje aan nam het mandje aan de arm en verliet het huis in gezelschap van Fik, die vroolijk blaffend haar een eindweegs vergezelde. Het was een heerlijke lentedag, en Roodkapje niet denkende aan Moeder's raad plukte weldra de mooiste bloemen, en maakte ruikers en kransen.
Toen ze vermoeid was van 't heen en weer drentelen, zette zij zich neer op een boomstam en zag tot haar ontsteltenis een Wolf naderbij komen. "Wel, Roodkapje" zegt hij vriendelijk, "Ben je hier zoo heel alleen? Heb je nog een eind te loopen? Zeg me eens, waar moet je heen?" "In dat huisje met 't roode dak", antwoordde Roodkapje, terwijl zij argeloos met haar mandje in de richting wees waar zich het huis bevond. "Maar zou je Grootmoe niet wat bloemen ook mee nemen? Kijk, daar staan heele mooie!" Hij wees haar verder in 't bosch een plekje, waar mooie bloemen bloeiden. "Dat doe ik", zei Roodkapje.
Dag!" zei de wolf, en klopte weldra bij Grootmoeder aan. "Wie is daar?" vroeg de oude vrouw. "Ik ben 't Grootmoe," zei de Wolf met veranderde stem. "Trek maar aan 't touwtje, liefje" antwoordde Grootmoeder, denkende haar kleindochter te hooren, "dan gaat de deur wel open!" De wolf liet zich dat geen tweemaal zeggen, maat stormde de kamer binnen en op 't bed toe waarin de arme zieke Grootmoeder lag, die hij in een oogwenk verslond. Grootmoe's hagelwitte nachtmuts viel intusschen op den grond, waar de wolf haar, juist voordat hij zich te bed wou leggen, vond. Gauw die nachtmuts opgeraapt en op zijn ruigen kop gezet en toen een, twee, drie de dekens opgeslagen, en in 't bed.
Klop, klop, klop, daar is Roodkapje, "dat is eerst een lekker hapje". "Doe open, Grootmoe, ik ben er, Roodkapje!" De wolf riep van het bed: "Kom er maar in, lieve! de deur is los!" Roodkapje kwam binnen en ging naar het bed, waar zij meende, dat Grootmoeder lag. Wat schrikte zij! En zij riep: "Maar Grootmoeder! Wat ziet ge er uit!"
"Wel, wat hebt u groote ooren!" "Ja waar 'k best mee hooren kan."
"En wat groote oogen Grootmoe!" "Ja daar kan ik best mee zien;"
"En wat neus!" "Daar kan 'k mee ruiken, beter dan een hond misschien."
"Maar uw mond dan, lieve Grootmoe, wat ik dien verschrikkelijk vind." "Ja, daar kan ik best mee eten."
En ... hij slikt haar in 't arm kind. Juist op dat oogenblik ging echter de deur open, en rende Fik, gevolgd door de houthakkers 't huis in, waar zij met hun drieën de kleine bevrijdden, en daarop de Wolf doodden. Roodkapje, was meer verschrikt dan bezeerd, ze had echter een lesje gehad, dat ze nooit meer vergat, en vertelde ook toen zij al groot was, aan een ieder die 't hooren wilde de geschiedenis van Roodkapje en de Wolf.

Onderwerp

ATU 0333    ATU 0333   

AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)    AT 0333 - The Glutton (Red Riding Hood)   

Beschrijving

Moeder waarschuwt Roodkapje om onderweg naar grootmoeder op het pad te blijven, niet te treuzelen en niet met vreemden te praten. In het bos plukt ze bloemen, komt de wolf tegen, vertelt dat ze naar grootmoeder gaat en waar ze woont. Terwijl Roodkapje bloemen plukt, gaat de wolf naar grootmoeders huis, klopt aan, doet de stem van Roodkapje na, mag binnenkomen, eet grootmoeder op, verkleedt zich als haar en gaat in bed liggen. Als Roodkapje aanklopt doet de wolf de stem van grootmoeder na. Roodkapje verbaast zich over oren, ogen, neus en mond van grootmoeder, waarna hij haar opeet. Op dat moment komen houthakkers binnen die Roodkapje bevrijden en de wolf doden. Roodkapje vergeet deze geschiedenis nooit meer.

Bron

Roodkapje. [S.l.]: [s.n.], [192-?]
KB: KW XKR 1356
Collectie Roodkapje/Karsdorp

Motief

B211.2.4 - Speaking wolf.    B211.2.4 - Speaking wolf.   

J21.5 - ”Do not leave the highway“:    J21.5 - ”Do not leave the highway“:   

K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.    K2011 - Wolf poses as ”grandmother“ and kills child.   

Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.    Z18.1 - What makes your ears so big?--To hear the better, my child, etc.   

Naam Overig in Tekst

Roodkapje    Roodkapje   

Fik    Fik   

Datum Invoer

2019-07-02