Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

BSCHEPER01 - De Brandende Scheper

Een sage (artikel), 1930

Hoofdtekst

Te Duisel, tusschen het gehucht "Achtereind" en het gehucht "De Drie Huizen" (waar in 1672 de z.g. "gloeiige" zijn oorsprong nam) onder Knegsel lag eertijds een moerassig broekland, thans in een uitgestrekte weide herschapen; dat broekland heette het "Elzenbroek", wellicht omdat er zooveel elzenhout groeide. In dat broekland lag, niet ver van de aarden baan, die van Duisel naar Knegsel leidt, een modderige kuil "de Kattenkuil" geheeten. Die kuil stond in den volksmond bekend als zeer "vervaarlijk", want "ze" hadden er daar al zeer velen "bij de kladden gehad". 't Was op 'n schoonen, zomerschen morgen, dat een "scheper" daar met z'n kudde schapen heen en weer drentelde, toen in de verte een wagen kwam aanrollen, achterin beladen met een groote kist geld. 't Was namelijk een militaire wagen en het geld diende om de soldaten, die in de omliggende dorpen waren ingekwartierd, hun soldij uit te betalen. 't Was nl. in den Franschen tijd, in de jaren 1700 drie en vier en negentig. Door het schokken van het voertuig in de diepe heisporen, was de kist er afgetuimeld. Onze scheper had 't gezien en niet zoodra was de wagen in de bosschen van Knegsel verdwenen, of hij verborg de kist onder een hoop plaggen. De voerman bemerkte eindelijk het gemis der kist; haastig keerde hij terug en, omdat niemand in de uitgestrekte heide te bespeuren was dan onze scheper, moest deze natuurlijk de kist in bezit hebben. Maar hij ontkent ten sterkste en bevestigde zijn woorden met den eed: "Als ik de kist heb, dan mag ik lijen, dat ik heel mijn leven lang hier in vuur en vlam mag ronddolen." En zijn wensch werd vervuld: heel zijn leven lang heeft hij daar in den omtrek als een gloeiige rondgekuierd. Later is hij nog eens bij zijn baas geweest, die op het "Achtereind" woonde en Jan Fleerakkers heette. De dienstmeid "zat juist onder de koei" d.w.z. zij was bezig de koeien te melken; toen zij den brandenden scheper bemerkte, heeft ze van schrik "er iets van gekregen".
N.B. Het huis van dezen Fleerakkers is in 1795 door de soldaten, die er ingekwartierd waren, op 'n Zondag onder de Hoogmis, bij ongeluk (ze waren bezig met het schieten met de geweren) in brand geraakt en in de asch gelegd. De soldaten stonden daarom eenmaand lang soldij af om den eigenaar van het afgebrande huis eenigszins tegemoet te komen.

Onderwerp

SINSAG 0220 - Andere Begegnungen mit dem Feuermann    SINSAG 0220 - Andere Begegnungen mit dem Feuermann   

Beschrijving

Een herder hoedt zijn schapen in de buurt van de kattenkuil. Er komt een kar voorbij, waar de kist met geld vanaf valt. De herder verbergt de kist en ontkent de kist te hebben. Hij zegt: "Als ik de kist heb, dan mag ik hier in vuur en vlam ronddwalen." Hetgeen gebeurde.

Bron

Campinia: Driemaandelijks blad van het streekarchivariaat Noord-Kempenland

Motief

E701.4 - Soul of fire.    E701.4 - Soul of fire.   

F497 - Fire-spirits.    F497 - Fire-spirits.   

Naam Overig in Tekst

Jan Fleerakkers    Jan Fleerakkers   

Kattenkuil    Kattenkuil   

Elzenbroek    Elzenbroek   

Naam Locatie in Tekst

Duisel    Duisel   

Achtereind    Achtereind   

De Drie Huizen    De Drie Huizen   

Knegsel    Knegsel   

Plaats van Handelen

Duizel    Duizel