Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

VODA_013_11

Een sage (mondeling), juni 1976

Hoofdtekst

Euh wat t het verbreken van die macht betreft, eh dat kon, zoals ik net al vertelde, kon kon de gloeiige dus eh met die stenen euh door de schoorsteen gooien [Interviewer: ja], maar eh de gloeiige kon ook zelf door de schoorsteen komen. [Interviewer: ja]. En dan om dan de macht van de gloeiige te breken dan kon men het beste doen om euh bedden, lakens, of liever gezegd beddendekens want lakens waren te dun. [Interviewer: ja]. Beddendekens over de hoofden te trekken. [Interviewer: ja] Hè, dan voorkwam men in ieder geval punt 1 wist de gloeiige nie of het een man of een vrouw was en bovendien voorkwam men de brandwonden [Interviewer: hmm hmm] die de gloeiige aan zou kunnen brengen. [Interviewer: natuurlijk]. En dan, hm, kon het ook gebeuren dat de [stilte] gloeiige die dus in geketend was [Interviewer mompelt instemmend]. Als men dat die de als men die ketting aanraakten [interviewer: ja], of die op een of andere manier die ketting ehm zou kunnen krijgen [Interviewer: ja], dan [stilte] zou er ongetwijfeld vingerafdrukken [Interviewer: ja] van die gloeiige op die ketting [interviewer: ja] en daaraan kon men dan zien, aan de hand van die vingerafdrukken [interviewer: ja] eh wie de gloeiige was [interviewer: ja] hè en op die manier kon men dan een gloeiige ontdekken [interviewer: ja] Hoe de gloeiige verdwenen is verklaart de volksoverlevering als volgt: een oude dorpspastoor zat eens bij het haardvuur zijn preek voor de komende zondag voor te bereiden. Plotseling werd de rust en de stilte wreed verstoord door het gerinkel van kettingen en enige ogenblikken later kwam de gloeiige door de schouw tevoorschijn. Waarschijnlijk per abuis want nergens had de gloeiige zo’n angst voor dan voor geestelijken. [schraapt zijn keel], afijn, hij was er. Toen de pastoor het gerammel van de kettingen hoorden, stond hij bedaard op en prevelde in gebed. En toen hij de gloeiige door de schouw zag komen, liep hij rustig naar de huisdeur en zette deze wagenwijd opent. Onmiddellijk vloog de gloeiige door het deurgat naar buiten, de heide op, een grote lichtstreep achterlatend. De pastoor nam een kloek besluit en volgde de lichtstreep. Urenlang ging de pastoor de lichtstreep achterna. Tot rond het middernachtelijk uur, de gloeiige zich de weg versperd zag door een groot meer. Hier haalde de pastoor hem in en sprak: “Satan! Ik heb lang gewacht op het moment om jou te ontmoeten, ik wil niet langer dat gij de mensen straft. Daarom gebiedt ik u om met ketting en al zich te storten in dit meer en zo ter Helle te varen”. Met een woest gehuil verdween de gloeiige in het meer en vanaf die tijd hebben de mensen geen last meer gehad van gloeiigen of vuurmannen: ze zijn voorgoed verdwenen. De pastoor vond men ‘s morgens dood in zijn leunstoel zitten. De vermoeidheid van de tocht door de Peel was te groot geweest voor de oude man. Nog jaren later kwamen de mensen uit de verre omtrek bidden op het graf van hun weldoener. En elke winter bloeide witte leliën en orchideeën op zijn graf omtrent de dag dat hij stierf.

Onderwerp

SINSAG 0220 - Andere Begegnungen mit dem Feuermann    SINSAG 0220 - Andere Begegnungen mit dem Feuermann   

Beschrijving

Per ongeluk komt de gloeiige door de schoorsteen in de kamer, waar de pastoor zijn preek aan het voorbereiden is. Hij doet de voordeur open. De gloeiige vlucht door de voordeur naar een meer, gevolgd door de pastoor, die hem beveelt zich in het meer te storten. Daarna is de gloeiige nooit meer verschenen, maar de pastoor stierf.

Bron

Radio-uitzending Vonken onder de As (NOS)

Motief

E701.4 - Soul of fire.    E701.4 - Soul of fire.   

F497 - Fire-spirits.    F497 - Fire-spirits.   

Naam Overig in Tekst

Helle    Helle   

Naam Locatie in Tekst

de Peel    de Peel   

Plaats van Handelen

de Peel    de Peel