Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

VODA_019_16

Een sage (mondeling), december 1976

Hoofdtekst

Ik begin dan met een verhaal uit Lommel.

Daar woonde een man die verliefd was op een meisje. Dat meisje had natuurlijk graag dat hij kwam, liefst iedere dag, maar niet op de vrijdagavond. De jongen werd op den duur toch wel nieuwsgierig waarom hij op vrijdag niet mocht komen, en besloot op een vrijdag stiekem naar het huis van het meisje te gaan en verborg zich daar achter de bakoven in de keuken. Hij zal daar zowat een uurtje gelegen hebben, toen hij tot zo’n grote ontsteltenis zag hoe het meisje en haar moeder elkaar inwreven met een soort zalf en daarbij uitriepen:

‘Boven alles uit,
en nergens aan’

Op hetzelfde moment vlogen zij door het raam naar buiten. ‘Dat kan ik ook wel eens proberen,’ dacht de jongen, wreef zich eveneens in met de heksenzalf, mompelde dezelfde spreuk, en vloog ook meteen door het raam naar buiten over bergen en dalen, bossen en heidevelden, tot aan in de heksenkring waar het wemelde van katten. Direct herkende de jongen in dat geheimzinnige gezelschap zijn geliefde en haar moeder, die hem verrast begroetten en hem midden in de heksenkring trokken. Toen de dans ten einde was, fluisterde de dochter haar moeder in het oor: ‘Wat zullen we met de indringer aanvangen, zodat hij niet de geheimen van de nacht verraadt?’ De heksenmoeder wist meteen de oplossing: ze zou de jongen in een ezel veranderen. Nauwelijks had zij de toverspreuk uitgesproken, of de jongen voelde hoe zijn oren groter werden en direct daarop stapte hij als een ezel op vier poten rond, zich langzaam verwijderend van de heksenkring. Ondanks zijn dierengestalte leefde in de jongen toch het normale mensenverstand, en ook zijn hart sloeg normaal als een mensenhart.

Toen de ezel aan een molen voorbijging, hield hem de molenaar aan, en liet hem dag aan dag meelzakken vervoeren. Zo moest de ezel lange tijd in dienst van de molenaar zijn en zag geen einde aan zijn ellende. Eens, toen hij weer met meelzakken beladen over de weg stapte, kwam hij zijn heksengeliefde en haar moeder tegen, die hem direct herkenden. Nu kreeg het meisje toch wel medelijden met hem, en vroeg de moeder een middel te vinden om de ezel weer een menselijke gestalte te geven. De moeder dacht na, en raadde toen de ezel aan om bij de eerstvolgende processie een maagd de krans van het hoofd te trekken en haar op die manier voor schut te zetten en te krenken. Dat alleen kon hem weer tot mens maken. Wat verheugde de ezel zich op de eerstvolgende processie, waarvan hij zijn verlossing verwachtte. Eindelijk was het zover. Toen de processie met vlaggen, wierook en gezang voorbijging, kon de ezel zich niet meer bedwingen, sprong in de rij van maagden, en griste een meisje de krans van haar blonde haar. Heftig verslond de ezel de bladerkrans en op hetzelfde moment veranderde hij weer in een man, tot grote ontzetting van de processiegangers.

Hoe blij de jongen ook was dat hij weer tot de mensen behoorde, zo overviel hem toch zulk een schaamte dat hij liever nog langer ezel was gebleven, als zich in zulk een toestand in een processie te laten zien.

Onderwerp

TM 3112 - De heksendansplaats    TM 3112 - De heksendansplaats   

Beschrijving

In Lommel woonde een man die verliefd was op een meisje. Op vrijdagavonden mocht hij haar niet bezoeken. De jongen wilde weten waarom dit zo was, en besloot op een vrijdagavond stiekem naar haar huis te gaan en zich te verstoppen in haar keuken. Daar zag hij hoe het meisje en haar moeder elkaar insmeerden met heksenzalf en na het roepen van een spreuk wegvlogen uit het raam. De jongen smeerde zichzelf daarop in met dezelfde heksenzalf, mompelde dezelfde spreuk, en vloog toen eveneens uit het raam. Hij kwam terecht in een heksenkring waar het wemelde van de katten. Direct herkende de jongen zijn geliefde en haar moeder. De dochter fluisterde haar moeder in het oor: ‘Wat zullen we met de indringer aanvangen, zodat hij niet de geheimen van de nacht verraadt?’ De heksenmoeder wist meteen de oplossing: ze veranderde de jongen in een ezel die zich langzaam verwijderde van de heksenkring. Ondanks zijn dierengestalte leefde in de jongen toch het normale mensenverstand, en ook zijn hart sloeg normaal als een mensenhart. Toen de ezel aan een molen voorbijging, hield de molenaar hem aan, en liet hem dag aan dag meelzakken vervoeren. Toen de twee heksen de ezel op een dag tegenkwamen, kreeg het meisje toch wel medelijden met hem en vroeg haar moeder een middel te vinden om de ezel weer een menselijke gestalte te geven. De moeder dacht na, en raadde toen de ezel aan om bij de eerstvolgende processie een maagd de krans van het hoofd te trekken en haar op die manier voor schut te zetten. Dat alleen kon hem weer tot mens maken. Eindelijk was het zover. Tijdens de processie sprong de ezel in de rij van maagden, en griste een meisje de krans van haar blonde haar. Heftig verslond de ezel de bladerkrans en op hetzelfde moment veranderde hij weer in een man, tot grote ontzetting van de processiegangers. Hoe blij de jongen ook was dat hij weer tot de mensen behoorde, zo overviel hem toch zulk een schaamte dat hij liever nog langer ezel was gebleven, dan zich in zulk een toestand in een processie te laten zien.

Bron

Radio-uitzending Vonken onder de As (NOS)

Motief

G200 - Witch.    G200 - Witch.   

P232 - Mother and daughter.    P232 - Mother and daughter.   

G211.1.7 - Witch in form of cat.    G211.1.7 - Witch in form of cat.   

D332.1 - Transformation: ass (donkey) to person.    D332.1 - Transformation: ass (donkey) to person.   

G263.1 - Witch transforms person to animal.    G263.1 - Witch transforms person to animal.   

Naam Locatie in Tekst

Lommel    Lommel   

Plaats van Handelen

Lommel    Lommel