Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

VODA_020_04

Een sage (mondeling), januari 1977

Hoofdtekst

Dat het later als je ingeschreven wordt in de burgerlijke stand van de gemeente. En die mensen die dat moesten doen, dat was op de eerste plaats de vader van de jonggeborene. Dat was de hoofdgetuige, en er waren twee buurtgetuigen. In de regel waren het de naasten, daarna waren zij de buurten. En, nou, als dat een eerste jonggeborene was, of dat een meisje of een jongen was, dan ging je daar een beetje een gloria aan vooraf. En dan kwam het zo – maar in elk geval die buren en de vader die bleven dan toch nog wel eens een borreltje proeven. En dat kwam van het ene in het ander. En het was vroeger algemeen in al die dorpen en ook in plaatsen het gebruik dat er heel veel cafés waren. Heel veel. Wat versta ik nou onder heel veel: op de anderste deur was bijna een café. En daar moesten ze ook een beetje voorzichtig mee zijn, de vriendschap mag ook niet gestoord worden. Die blije vader die moest ook altijd rekening houden met de - met de politieke aangelegenheden wat betrof, ja, is het familie of is het goede vriendschap. Dat moesten ze over eene kam scheren. Als men vervolgens drie cafés achter mekaar aaneen dan konden ze niet zeggen we gaan naar de eerste en de derde plaats, dan moesten ze op de volgorde drie genomen worden. En ze doen dat, maar als er dan een afwijking was van een open ruimte langs de weg, een hage, dan zeiden ze: 'nou willen we maar es naar huis gaan. Maar niettemin, onderweg waren ook nog van die kruiswegstages, haha. Dat waren ook nog cafés. En dan gingen ze ook direct nog wel eens binnen en zeker als ze wisten dat bij deze of die man de familie van meerdert was. Want dan zeiden ze – dan wouden ze proficiat wensen en het was – het was ver genoeg in het bereik om binnen te komen. En dan werd er onmiddellijk een borrel gepresenteerd en als de een gepresenteerd was dan werden er drie betaald, zo gezegd. En dat ging van de ene plaats naar de ander tot later, zal ik maar zeggen, tegen middagmaal en nog wat later soms. En dan krijgen ze, dan hadden ze plezier met praten niet alleen maar dan waren ze ook blij dat ze gewoon binnen konden staan. En dan schraapten ze langs onbegaanbare wegen waar het vroeger algemeen was, want verhalen waren zeldzaam en dan kwamen ze toch wel eens dan en dan thuis. En dan zagen ze op een afstand, zei de buurvrouw al die bij – bij de jonggeborene en bij de moeder aan het bed zat: 'Daarginder, daar komen ze heen, maar ze hebben een rooien hoed, want ze hebben de ganse weg nodig. Ze schuiven van de ene kant naar de andere.' En zolang als ze ze nog maar zagen was het nog vriendschap en plezier. En dan kwam die binnen, maar dan stond - dan hadden ze aan de bereiding van het middagmaal al staan daar te wachten, maar die hadden - die waren al zo in de gezegende olie dat die geen tijd hadden om te eten. En de buren die gingen - de mannenburen die gingen naar huis natuurlijk, maar de vader die was wel blij dat hij de vrouw zag met het pasgeboren kind. En kon het wel eens voorkomen dat hij zich in een vrij hoekje moest nemen, hier of daar, want dat - fatsoenshalve, dat hij van het mooie dat hij genuttigd had, eens over moest meten. En dan was het voor die - als die kinderen in de vloer - over de vloer, over de vloer kropen of liepen, konden nog wel eens gekke dingen voor de dag komen. Vooral als ze onderweg op deze - op die plaats boerenjongens, zelfs boerenmeisjes genomen hadden. Dat is dan in verband, was het een boerendochter, was het een boerenmeisje, dan kregen ze getrakteerd op een borrel een boerenmeisje. En als het jongens waren, dat waren van die dikke rozijnen met cognac vermengt en dat was dan de modernen drank.

Beschrijving

Een kind werd ingeschreven bij de burgerlijke stand door de vader en twee buurtgetuigen. Op weg naar huis dronken ze wat in elk café dat ze tegenkwamen. Bij thuiskomst was het eten klaar, maar de vader had soms zo veel gedronken dat hij in een hoekje ging zitten om te braken. Onderweg had hij boerenjongens of boerenmeisjes gedronken, afhankelijk van het geslacht van het kind. Als de kinderen dan over de vloer kropen, kwamen ze soms wat rozijnen tegen.

Bron

Radio-uitzending Vonken onder de As (NOS)

Commentaar

Mevrouw Lensen is af en toe te horen op de achtergrond.