Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

VODA_020_07

Een sage (mondeling), januari 1977

Hoofdtekst

Die toedemes dat waren andere gelegenheden, bijvoorbeeld, dat waren algemene bijeenkomsten van vriendinnen onder mekaar, buurmeisjes en van gelijke leeftijd hoofdzakelijk, die zich niet zeg maar al van school af hadden leren kennen. Daar waren ze in opgegroeid dat ze zeventien, achttien tot twintig jaar waren, want de verkering die had in een regel niet plaats voor in de twintig vroeger. Want die vroeger verkering hadden, dat zeiden ze zo dat is met jongens, zo en zo. En die gelegenheden van die bijeenkomsten dat was bij de boerenmensen op de boerderij, op de hofstede. Hofstede, dat is een geleerd woord. Dat waren gewoon boerderijen, een heel grote keuken met zijkamers en slaapkamers en een grote graanzolder en dat waren eigenlijk die oude boerderijen. Ze noemden ze vroeger wel eens Saksische boerderijen. En als er dan een gelegenheid was een visietje te houden, dat kwam van de vriendschap van de meisjes uit. Maar dat was vroeger ook wel eens in de gelegenheid dat ze die maakten voor een proefwerk te tonen. 'Ons Marieke dat kan toch haken en stoppen en naaien, dat is een pracht, kom eens kieken.' En dan moest ze zich die kunst wat tonen in de gemeenschap van andere meisjes. Maar daar werd je ook nog in opgesloten, het ondenkbaar middel dat ze vroeger hadden, het spinnen. Ze moesten zorgen voor linnen, voor lijnwit, voor lievet. En als een meisje ging trouwen, dan kreeg ze enkele meters, vroeger praatten we niet van meters maar van ellen, linnengoed mee. Dat was zo gezegd goederen in natura. Geld hoorde er natuurlijk bij, want dat ook. En dan was het nog zaak dat dat linnen gesponnen moest worden. En zodoende was dat wel eens een - in de proeftijd hoe dat het beste kon. En daarvandaan wordt tegenwoordig wel eens gezegd: spinninge en toedeme. Maar de spinninge zijn er hoofdzakelijk van afgeleid, dat die buurmeisjes in gemeenschap bij een zekere buur haar spinnenwiel meebrachten, dan met een krans om het haar – om het haardvuur gingen zitten spinnen. En als er dan winters waren van tien, twaalf graden, we willen maar niet praten van twintig, dan kon nog wel eens zijn dat ze van voren bijna verschroeiden en van achteren bevroren. Dat waren die grote open boerenkeukens met ongepleisterde zoldering. Heel oude boerenhuizen, algemeen bekend van vroeger. En als de tijd dan gekomen was dat die meisjes dan een flink proefstuk geleverd hadden, dan ging daar eene koffie aan vooraf, van al die meisjes die daar uitgenodigd waren. Vanzelfsprekend hadden de jongens een oogje in ’t zeil, en die wisten al lang van tevoren dat daar die bijeenkomst was. Maar dan ook kwamen nog wel eens jongens die niet in de rij stonden en dan een oneven nummer was. En dan kon nog wel eens minder gesloten vriendschap ontstaan, om reden dat er twee jongens voor 1 meisje loerden. En daar moesten ze voorzichtig voor zijn. Maar niettemin, die jongens die werden niet getrakteerd, maar de meisjes hadden hun traktage wel. Maar als de jongens kwamen, dan werden die spinspoelen al lang aan de kant gezet in een hoekje en dan werd er op die ouderwetse manier gedanst. De polka en de schot, dat waren die dansen. Die konden op een leemen vloer bijna dansen of op een keien of een stenen. Dat waren die ouwerwetse dansen. En zodoende. En dan werd er later gezegd: 'Nou, kiek eens naar de klok. Het wordt toch eens tied dat ge naar huus gaat. Wat zal moeder zeggen dat je hier nog toe zo laat toekomt?' 'Nah' zag die die vrouw die [?] ,'ik heb een goede engelenbewaarder bij me, ik maak me er niet bang voor.' En zodoende liep die - dat feestje in die late avonden toch wel eens soms vroeg uit mekaar. Want dan dat ze toch nog wel hier of daar later thuis kwamen. Daar stond tegenover, daar werd voor gewaarschuwd, zelfs al in de kerk, voor die toedeme en die spinninge, dat lui daarin opgesloten, dat er grof misbruik soms van gemaakt werd. Als dat in de vroege avond van tien uur, was vroeger een normale tijd, als dat later werd, dan was dat eigenlijk soms een schande voor dat gehucht of die buurtschap. Daar werd meer slecht gedacht als gedaan. Maar niettemin, ze werden gewaarschuwd. En dan kwam het vroeger wel eens voor dat de pastoor van de preekstoel zo’n beetje van leer trok, om het zo te zeggen, dat er toch een beetje grof misbruik van gemaakt werd en die vervloekte trekbulen. Die moest de duivel niet uitgevonden hebben. Dat waren die trekharmonica’s. die kwamen op het laatst zo ver dat de pastoor zei: 'Ik zal een actie voeren en al die trekharmonica’s die hier in de gemeenschap zitten of schuilen voor muziek te maken, die wil ik wel opkopen.' En zo gezegd, zo gedaan, maar pastoor had het heel min door, had er weinig begrip voor wat er eigenlijk achter zat. Die pastoor, die kocht die trekharmonica’s op, maar van voor kwamen ze ze binnendragen bij de pastoor voor tien en vijf mark per stuk, ze gingen met die tien en vijf mark achter door de pastorie naar huis en ze gingen met de voet, met een wandelstok naar Venlo of naar Kevelaer een nieuwe kopen. U moet er niet voor schrikken, ik praat niet van fietsen want die bestonden niet. In 1895 toen waren er zo nog wat geen fietsen. En dan waren ze niks meer als gezellig als zo’n jongens met een man of vier zo’n gezellig uitstapje konden maken met een wandelstok zeg maar. En die stok die was niks bijzonders, die sneden ze gewoon met een mes zo in het hakhout. Ja, als die jongens dan naar huis gingen, vanzelfsprekend, als alles in de goede banen liep, dan moest vanzelfsprekend de jongen de spoel dragen. Het meisje liep er dan aan de ene kant gearmd naast en dat was ook een teken als de jongen dat heel fijn deed, dat - dat er in eerste instantie van de liefde met elkaar al een beetje gesloten was. En daar kwamen nog wel andere gevallen uit voort. Dat is een - dat is dan van een plaats gebeurt zelfs, het is een overlevering. Dat is in de buurt van Helden moet dat gebeurd zijn dat dat meisje ’s avonds van de spinninge en de toedeme naar huis gingen, en toen heeft zich daar - is een drama voorgedaan. Die moesten door onbegaanbare wegen, door bos en heidevelden en daar werd zo’n meisje aangevallen door een wolf. De jongen was er wel bij, maar de jongen die schrikt teveel voor dat ondier af, omdat hij de spoel droeg. En het meisje liep daar vrij en frank naast die jongen met die spoel op de schouder, en dat werd gegrepen. Dat is een overlevering die berust op juiste werkelijkheid.

Beschrijving

Toedemes waren bijeenkomsten van meisjes onder elkaar, gehouden in boerderijen. Soms was er een bijeenkomst om een proefwerk te tonen. De meisjes moesten ook linnen spinnen, dat ze bij haar bruiloft als betaling in natura meekreeg. Een spinninge was een bijeenkomst waarbij de meisjes hun spinnenwiel meenamen en samen rond het haardvuur zaten. De jongens wisten wel van die bijeenkomsten af, en als zij erbij kwamen werd er gedanst. In de kerk werd er gewaarschuwd voor dit soort bijeenkomsten, omdat er wel eens misbruik van gemaakt werd. De pastoor waarschuwde vooral voor de trekharmonica's, een uitvinding van de duivel. Hij kocht ze op, maar van dat geld werden weer nieuwe harmonica's gekocht. Als de spinninge was afgelopen, liep de jongen met het meisje mee naar huis. Hij moest haar spinnenwiel dragen. Bij een zo'n gelegenheid is het meisje door een wolf aangevallen en vermoord. De jongen overleefde het wel, omdat de wolf werd afgeschrikt door het spinnenwiel op zijn schouder.

Bron

Radio-uitzending Vonken onder de As (NOS)

Naam Overig in Tekst

Marieke    Marieke   

Naam Locatie in Tekst

Kevelaer    Kevelaer   

Venlo    Venlo   

Helden    Helden   

Plaats van Handelen

Limburg    Limburg   

Duitsland    Duitsland