Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

VODA_020_08

Een sage (mondeling), januari 1977

Hoofdtekst

Meiden en knechten. En die meiden en die knechten als die naar een andere plaats gingen of naar een anderen boer, dan werd er wel eens gezegd - en het was altijd de week na Pasen, dan vertrokken ze naar de andere boerderij of naar den anderen boer. En de week voor Pasen dan hadden ze een rusttijd soms van acht dagen, veertien dagen, dat was in Midden-Limburg het gebruik. Dan hadden ze een rustperiode en dat waren de vechterdagen. Dat waren dagen van rust, dan konden ze zich bezinnen en uitrusten voor naar de nieuwe plaats te gaan. En van tevoren had die boer allang de nieuwe penning gegeven als een bekrachtiging dat hij na Pasen een nieuwe meid of een nieuwe knecht kreeg. En dan moest je intreden. En dan ging je met al zijn hebben en houden - het waren vroeger bij de boerenzoons soms prachtige eiken kisten, het waren laadkisten, daar konden ze ook kleren in bergen. En alles bij met een goed slot erop, en dan werden die zo verplaatst. De meiden die hadden in den regel kasten omdat die meer kleren onderhevig was aan hanggoed. Ja. En dan werden die zo, ik zal maar zeggen, acht dagen of veertien dagen als ze bij, nee acht dagen erna als ze bij de nieuwen boer waren, dat werd niet onmiddellijk mee overgenomen die kleren. Daar lieten ze een dag of acht overheen gaan. Als die boer of die zoon of die meid naar de nieuwen boer ging, dan had ie de eerste weken, had ie die kleren bijna op den arm hangen. Dat was te zeggen, ik wil ook nog eens een kwaaien dag afwachten, als het eens niet te best meevalt. Bij de nieuwen baas. Want gedane dingen nemen genen keer soms. En zodoende. En als dat dan in goede banen liep, dan werd er ook kennis gemaakt, den eersten dag was dat dan, met den boer. En daar waren van die oude gebruiken als alles goed liep en vriendschappelijk ging, dan werd die knecht wel eens ten heul gehaald, noemden ze dat. En dan gingen ze ’s avonds een kopje koffie drinken met een stukje spekpannenkoek, hoe het er vroeger algemeen was, dat was de beste kost bij de boerenmensen. Die stonden de mensen in het [?] dachten ze dan. En dan werd een grap uitgehaald en dan zei de boer tegen de knecht of tegen zijn meid: 'Ik haal u in de naam des heren. Wat gij niet weet, dat zou de vrouw of de boer u wel leren.’ En in de gelijker tijd, dan kregen ze de zegen met een zwarte hand van binnenuit werd er roet door het gezicht gestreken. En dan mochten ze naar van die mooie spiegels en die schilderijen gaan kijken die er bij de boeren stonden, en die kasten waar dat porselein op stond, en dan als laatste kwamen ze bij de spiegel uit, dat was de laatste plan, dan zagen ze dat ze heel gekruist waren noemden ze dat, zwart waren. Ja en dan eh, was dat – dat proces afgelopen. Met goeie bedoelingen, alles wat daarbij hoort. En daar werd gegiebeld en gelacht. Er werd ook wel eens een vuistje gegeven bij de mensen als ze het konden hebben, en er werd dan ook wel eens rijstepap met krenten – witte mik gegeten bij de maaltijd. En zodoende. Dat was voor de meid en voor de knecht hetzelfde. Die knecht die moest ’s morgens in de regel, of het nou Pasen was, al heel vroeg op. En dan was het gebruikelijk dat hij eerst een paar uren moest werken met het paard ofzo, hand- en spandiensten, moet u begrijpen. Handdiensten is met de schouw of de riek en spandienst dan moest ie met het paard werken. En dan kreeg je de koffie, soms werd die ook wel eens in het veld gebracht, als je een beetje verder van huis was, en tegen twaalf uren, dan ging je weer na het middagmaal naar huis.

Beschrijving

De meiden en de knechten gingen naar een andere boerderij in de week na Pasen. Daarvoor hadden ze een rustperiode van acht of veertien dagen. De kleren werden na acht dagen pas verhuisd; bij de boerenzoons in kisten en bij de meiden in kasten. Bij de kennismaking op de eerste dag kreeg de nieuwe knecht koffie met een spekpannenkoek. Er werd dan vaak een grap uitgehaald: de boer zei: 'Ik haal u in de naam des heren. Wat gij niet weet, dat zou de vrouw of de boer u wel leren', en veegde roet op het voorhoofd van de knecht of meid. Die mocht vervolgens naar de schilderijen en het porselein in de boerderij gaan kijken en zag pas op het eind de roetveeg op het gezicht in de spiegel. Bij de maaltijd werd witte mik gegeten. De knecht moest 's morgens vroeg op om hand- en spandiensten te verrichten. Hij kreeg koffie en na het middageten ging hij weer naar huis.

Bron

Radio-uitzending Vonken onder de As (NOS)

Naam Overig in Tekst

Pasen    Pasen   

Naam Locatie in Tekst

Midden-Limburg    Midden-Limburg   

Plaats van Handelen

Midden-Limburg    Midden-Limburg