Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

KROSENBRINK00701

Een sage (mondeling), mei 1962

Hoofdtekst

Mien grotvader Onnink was vrogger soldaote ewes. Hee hadde earste vief jaor veur zien nummer motten denen en ton nog zes jaor bi’jeteekt. Want zien moder was wear veur de tweede keare etrouwd en dat zinnen um neet arg. Hee hadde ok den Tiendaagsen Veldtocht met emaket en hee was bi’j ut peardevolk en mos naoden tied vake patrouille rien. Zienen peardeborstel he’k hier nog altied bewaard. Zee halen onderweggens wal is ne gekheid oet, in Braobant, en betrokken de leu wal is wat. Zo wollen ze ok op ne keare bi’j un alleenstaond hoes wat betrekken, maor ene van de soldaoten zea: Nea, hier neet. Hier is morgen ne doon. En ut kwam net zo oet. Mien grotvader vroog um later: Hoo kon i’j dat noo weten? Maor den jonge antwaorden allene: Ik wolle da’k ut neet konne.

Beschrijving

Mijn grootvader Onnink is vroeger soldaat geweest. Hij is eerst vijf jaar in dienst geweest en daarna heeft hij nog zes jaar bijgetekend, want het tweede huwelijk van zijn moeder zinde hem niet. Hij heeft de Tiendaagse Veldtocht gelopen en hij zat bij de cavalerie. Ik heb zijn paardenborstel altijd bewaard. Onderweg haalden ze wel eens gekheid uit in Brabant. Ze wilden een keer bij een alleenstaand huis iets uithalen, maar een van de soldaten zei dat er de volgende dag iemand dood zou gaan. Dat gebeurde ook. Mijn grootvader wilde weten hoe hij dat deed, maar de soldaat wilde dat hij het niet kon.

Bron

Corpus Krosenbrink, verslag 7, verhaal 1 (archief Meertens Instituut)

Naam Overig in Tekst

Onnink, Tiendaagse Veldtocht    Onnink, Tiendaagse Veldtocht   

Naam Locatie in Tekst

Brabant    Brabant