Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

Voda_021_18

Een personal narrative (mondeling), maart 1977

Hoofdtekst

Meneer Reehorst: ‘’Wel eventjes.. Hij moet draaien, he.’’
Mevrouw Reehorst: ‘’Anders dan komt er..’’
Meneer Reehorst: ‘’Nou, met een begrafenis was ‘t hier de gewoonte vroeger, dat op de lijkkist vier vrouwen zaten. Had de overledene vier dochters bijvoorbeeld, dan mochten die vier dochters der op zitten. Waren die er niet, dan gingen zusters, een of twee, van de overledene der op zitten, maar in ieder geval vier vrouwen. Waren helemaal afgedekt met een grote zwarte doek, u zag alleen het hoofd en meer ook niet. Ja, die wier op de wagen geholpen, vooral vroeger met die kleding. Eigenlijk konden ze er haast niet opkomen. Dus, en die moest dan de hele rit maken. Der waren ritten bij, die duurde twee uur! Door een zandweg heen. Dus die vrouwen zaten der twee uur te schommelen op die boerenwagen, zonder vering, op die harde kist. Nie op stro, op de kist. Kist was wel aangevuld voor het verschuiven met bosjes stro, der onder en aan zijkanten van de ladders van de wagen. Nou als ze aankwamen dan met die uh stoet op het kerkhof, dan had die ondernemer daar, of die doodgraver, gezegd.. Der stond een laddertje, zetten ze in de wagen en dat laddertje ging dan die vrouwen omlaag met een gelijkmasige vloer, dus der wier niet geholpen maar met een laddertje gingen ze omlaag he. Een vier- of een vijfsspoorladdertje.’’
Hendrik Entjes: ‘’Dat was dus een wagen met twee paarden?’’
Meneer Reehorst: ‘’Ja. Als het kon, als ze in de buurt waren, zwarte. En waren ze er niet, moch ook bruin. Maar natuurlijk liever niet wit. En dan waren de volkswagens, vier of vijf, met een paard ervoor. En dan zaten de mensen gewoon op.. Planken waren over die laddertjes gelegd, en dan zat je op planken.. Drie of..
Mevrouw Reehorst: ‘’Vrouwen he, alleen de vrouwen.’’
Meneer Reehorst: ‘’Twee of drie.. Ja, alleen de vrouwen..’’
Mevrouw Reehorst: ‘’Maar de mannen moesten lopen.’’
Meneer Reehorst: ‘’Maar de mannen moesten allemaal lopen. Alleen op de heenweg, maar op de terugweg, als het gebeurd was, dan mocht alles rijden. Dan zat de hele wagen.. Al die wagens zaten vol met mensen en kinderen en dergelijk, wat dan meegegaan was, en dan ging alles naar huis toe. En dan wier dan nog een uurtje gepraat en dan was ‘t afgelopen.’’
Hendrik Entjes: ‘’De paarden die voor die wagen, voor de lijkwagen staan..’’
Meneer Reehorst: ‘’Interessant.. Mag ‘t even zeggen?’’
Hendrik Entjes: ‘’Ja, ja.’’
Meneer Reehorst: ‘’Interessant is dan natu.. Met een begrafenis, als der enige storm was, dan wier die kist besteld en die mocht niet eerder aankomen als na zonsondergang. Absoluut niet voor zonsondergang. Dus ging de zon om vijf uur onder, moch je om kwart over vijf arriveren. Was het in de zomer, nou ja dan met.. Als ’t dan begon.. Anders wordt het zo erg laat. Maar als het dan goed begon de schemeren, dan kwam die kist aan. En de buurt leidde het lijk weer in de kist en dat moch gezien worden he, dus.. Nu ook. Maar de kist moch niet, met zon, mocht die kist vervoerd worden. Allemaal op de avond.’’
Hendrik Entjes: ‘’Werd er ooi.. Nog even die paarden he, voor de lijkwagen. Waar kwamen.. Van wie waren die paarden?’’
Meneer Reehorst: ‘’Ook uit de buurt. Van die, en van die.. En ag, als het kan, die buurt die moest richting de begraafplaats wonen. Niet achteruit. Maar daar wij gewoond hebben, kon het niet vooruit, gingen ze wel achteruit. Maar de gewoonte was, die kant op. Daar gingen ze vandaan halen, he. Ja. En met een kind was ‘t.. waren het ongetrouwde dragers, als het kon, en met een getrouwd iemand, waren het getrouwde dragers. Maar met een kind waren ‘t allemaal jongens ui de buurt, ook richting kerkhof. Weet ik ook nog goed.’’
Hendrik Entjes: ‘’De paarden die der voor stonden, werden die op de gewone manier uh gemend vanaf de bok?’’
Meneer Reehorst: ‘’Ja, vanaf de bok, door de eigenaar. De eigenaar van die paarden. Geen vreemde, ook geen familie. De familie deed der natuurlijk helemaal niks aan he. Het paard van je eigen ging nog wel is mee, maar der ree dan die middag een andere mee. Uit de buurt, maar het paard moch dan natuurlijk nog wel meedoen, maar er zat niet een zoon of de man.. Niks. Geen familie met dat paard. Maar die gaf je dan over die, die, die middag aan een ander. Gebruikte je eigen paard. Ja. De luiken zaten dicht, helemaal gesloten. Vroeger had u allemaal luiken. Dus die zaten allemaal gesloten. Dus dan kwam u over het dorp heen, dan kon u onmiddellijk zien: er is een dode. Bij de. In het huis waar die dode stond, zaten de luiken helemaal dicht. Bij familie, broers, zusters, tantes, dergelijke, zaten ze.. Een zat er dicht. En het linker. Het linker luik, niet het rechter. En dan wast ook nog is, bij strepen halen ze dat luik der af, het andere, en dat zetten ze op de grond. Dus een luik dicht, bij familie van overledene, en het ander halen ze eruit en zetten der naast neer.’’

Beschrijving

Begrafenis. Vier vrouwen op de kist. Bij aankomst met een laddertje eraf. Lijkwagen met twee zwarte paarden. Volgwagen met een paard. Kist mocht pas na zonsondergang worden bezorgd. Paarden uit de buurt in de richting van het kerkhof. Bij een kind ongetrouwde dragers. Bij volwassenen getrouwde dragers. Paarden gemend door de eigenaar vanaf de bok, maar nooit door familie van de dode. Luiken beide dicht bij huis overledene. Bij familie van de overledene alleen het linker luik. Gestreepte, rechter luiken op de grond.

Bron

Radio-uitzending Vonken onder de As (NOS)

Naam Overig in Tekst

Reehorst    Reehorst   

Plaats van Handelen

Nunspeet    Nunspeet