Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

Voda_022_01

Een sage (mondeling), maart 1977

Hoofdtekst

Het was een donkere, ruwe herfstavond toen een stroper, Jozef Kops genaamd, in zijn schuilplaats op de heide zat, toen hij plotseling boven zich blinkende paardenhoeven zag zweven. Verder zag hij niets. Maar hij hoorde wel stemmen boven zich. Stemmen die duidelijk zeiden dat ze die avond nog naar Denemarken moesten. Dit was de laatste keer dat de Bokkenrijders in Brabant onveilig maakten. Dat ze naar Denemarken emigreerden, dat was te danken aan het gebed van de paters van Postel. Want dan ga ik weer terug naar die bewuste nacht, toen Josef Kops de paardenhoeven boven zich zag zweven. Die nacht was het juist Walpurgisnacht, en Walpurgisnacht dat is de nacht waarin de Bokkenrijders altijd hoogtij vieren. Die nacht hing de hemel over Brabant als een donkere dreiging. Het onweer ratelde, de bliksem flitste. De wind joeg in zware vlagen door de takken der bomen, waarvan de kruinen kreunend bogen onder zoveel geweld. Verloren in de grote eenzaamheid ligt de oude eerbiedwaardige Abdij van Postel. De witheren van Postel liggen in diep gebed verzonken. Zij smeken god om Brabant te bevrijden van de Bokkenrijders. Plotseling is de lucht vervuld van een hevig geweld. Hoeven stampen, hoefijzers kletteren. Dat moeten de Bokkenrijders zijn, die hun Walpurgisnacht gaan vieren op de Mookerhei in Limburg. Maar de witheren van Postel zullen dit verhinderen, zo god wil, en hun gebeden stijgen nog dringender ten hemel vanuit de blanke stilte van het klooster. De bokken steigeren door de lucht, maar ze komen geen meter verder meer. De tongen hangen hun vermoeid uit de bek. Een vreemde macht houdt hen hier verbannen. Gevangen in de ban van het gebed. De bokken kunnen noch voor- noch achteruit. Vloeken weerklinken, zwepen kletteren, ijzers rinkelen, en felle kerels met gebalde vuisten zitten op de bokken, maar het haalt allemaal niets uit. De bokken blijven uren lang boven het klooster hangen. Dan, het is één uur in de nacht, gaat een hevige stormvlaag over het land. En terwijl de felle wind de hemel schoonveegt van alle duisterheden, huilen plotseling honderden stemmen: ‘’We moeten naar Denemarken. Nog deze nacht moeten we in Denemarken zijn.’’ De witheren van Postel hebben gewonnen, want vanaf die dag heeft men nooit meer een spoor van de Bokkenrijders gezien.

Onderwerp

TM 3114 - De Bokkenrijders    TM 3114 - De Bokkenrijders   

Beschrijving

Op een herfstavond zag een stroper blinkende paardenhoeven boven zich en hij hoorde zeggen: ''We gaan naar Denemarken.'' Sinds deze Walpurgisnacht kwamen de bokkenrijders nooit meer terug. De paters van Postel hadden daarvoor gebeden.

Bron

Radio-uitzending Vonken onder de As (NOS)

Naam Overig in Tekst

Jozef Kops    Jozef Kops   

Brabant    Brabant   

Abdij van Postel    Abdij van Postel   

Walpurgisnacht    Walpurgisnacht   

Bokkenrijders    Bokkenrijders   

Mookerhei    Mookerhei   

Limburg    Limburg   

Denemarken    Denemarken   

Postel    Postel   

Naam Locatie in Tekst

Denemarken    Denemarken   

Brabant    Brabant   

Limburg    Limburg   

Abdij van Postel    Abdij van Postel   

Mookerhei    Mookerhei   

Plaats van Handelen

Abdij van Postel, Mol    Abdij van Postel, Mol