Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

Voda_022_05

Een sage (mondeling), maart 1977

Hoofdtekst

Praten in de kerk, da mag natuurlijk nie. Dat is natuurlijk heel erg oneerbiedig. Men nodigt dan, als het ware, de duivel uit om in de kerk te komen. En dat doet hij dan ook, want met mensen die oneerbiedig zijn, is altijd wel een handeltje te drijven. Althans in de ogen van de duivel. Het was Kerstmis. In de kerk werd de nachtmis gehouden. De kerk zat stampvol, en iedereen luisterde vol aandacht naar de kerstliederen die het kerkkoor zong en naar de tonen van het orgel, die de zangers begeleidde. En ook de handelingen van de priester aan het altaar werden aandachtig gevolgd. Maar omdat het gebruikelijk was dat de nachtdienst bestond uit drie missen, twee kleine en een hoogmis, duurde de dienst nogal lang. Och, en je weet hoe dat gaat. De aandacht verslapt op den duur, men wordt slaperig, men krijgt honger, dorst en de kriebelhoest. En dan kan het gebeuren dat men een kort woordje wisselt met de buurvrouw of de buurman die naast je zit. En dat korte woordje kan uitlopen tot een hele conversatie. Fluisterend, dat wel, maar je praat nog maar, en dat praten wordt gauw kletsen, en dat kletsen wordt dan gauw, tussen de hoestbuien door, roddelen en dan is gewoonlijk het hek van de dam. En zo was het ook tijdens de nachtmis in dat kleine dorpje. En toen dat geklets en gewauwel ernstige vormen begon aan te nemen, verscheen plotseling de duivel in hoogst eigen persoon. Niet dat de mensen hem zagen, want zo gauw geeft de duivel zich niet bloot. Voorzichtig, om niet gezien te worden, vloog hij via de koorbanken naar boven en nestelde zich in een kerkvenster, van waaruit hij een goed overzicht had over het middenschip van de kerk. Om alle praters te kunnen noteren, had de duivel een koeienhuid van behoorlijk groot formaat meegebracht. En daarop konden heel wat namen geschreven worden. En de duivel kreeg het druk, want het werd zulk een gesnater en gekwebbel daar in de kerk, dat de duivel zijn klauwen blauw pende. Ja, hij had zelfs de koeienhuid weldra zo vol namen staan, dat er op het laatst geen namen meer bij konden. De duivel had maar een koeienhuid bij zich, en hij had geen tijd een tweede huid te halen, want dan zou de nachtmis intussen uit zijn. Om toch nog wat namen te kunnen noteren, spande hij zich in om de koeienhuid zo ver mogelijk uit te rekken. Dat was zeer inspannend werk, want hij kon dit maar met een hand doen. Immers, de andere hand had hij nodig om zich aan de tralies van het venster vast te houden. En het is dan ook geen wonder dat hij begon te zweten en dat zelfs het zweet ten laatste van zijn gezicht drupte. Nu zat onderin de kerk, tussen al die kletsers, en precies onder de plek waar de duivel zat, een zeer vroom man ijverig te bidden. De man was zeer verdiept in zijn kerkboek, maar schrok toch op toen plotseling een gloeiend hete zweetdruppel op zijn hoofd terechtkwam. De vrome man keek verschrikt naar boven en zag daar de duivel in levende lijve, met hoorns, sik en bokkenpotten, in het vensterraam zitten, met de koeienhuid in zijn klappen. Toen ging de vrome man nog ijveriger aan het bidden, dat onze lieven heer de snode plannen van de duivel zou verhinderen. En schijnbaar hielp zijn gebed, want plotseling werd het doodstil in de kerk. Niemand zei nog een woord en de een bad nog godvruchtiger dan de andere. Het geklets en gewauwel was afgelopen. Plotseling scheurde de koeienhuid van een, door de al te grote spanning. De duivel werd hierover zo woedend, dat hij zijn beide vuisten balde tegen de vrome man onderin de kerk. En dat was nu toch wel een heel domme streek van den duivel, want door zijn klauwen los te laten, verloor hij zijn evenwicht en viel uit het venster naar beneden. Hij kletterde op de grond, zodat hij minstens een paar knoken brak. Met die vreselijke huil vloog de duivel de kerk uit, het volk verschrikt achterlatend. En ge begrijpt wel, dat er vanaf die dag, nooit meer in de kerk gepraat werd.

Onderwerp

SINSAG 0865 - Die Macht des Gebetes; Teufel kann mit seinem Opfer nicht an einem Betenden vorbeigehen.    SINSAG 0865 - Die Macht des Gebetes; Teufel kann mit seinem Opfer nicht an einem Betenden vorbeigehen.   

Beschrijving

Er wordt gekletst tijdens de kerstmis. De duivel schrijft op een koeienhuid de namen op van de kletsers, maar valt door het bidden van een vrome man naar beneden en breekt zijn botten. In de kerk is het sindsdien altijd stil tijdens de dienst.

Bron

Radio-uitzending Vonken onder de As (NOS)

Motief

G303.24.1.6 - Devil writes down all idle words spoken in church.    G303.24.1.6 - Devil writes down all idle words spoken in church.   

Commentaar

Dit verhaal van Janssen staat ook in deze databank met de titel Niet Praten in de Kerk (BJANSS071).

Naam Overig in Tekst

Kerstmis    Kerstmis   

Plaats van Handelen

Kempen, België    Kempen, België