Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

Voda_022_22

Een sage (mondeling), augustus 1977

Hoofdtekst

Op een boerderij woonde eens twee knechts, die bij elkaar op dezelfde kamer sliepen. De ene knecht was groot en flink, de ander mager. Op een keer vroeg de dikke knecht aan de magere hoe het toch kwam dat ie zo mager was, terwijl hij toch zo goed kon, kon eten. De magere man antwoordde: ‘’Omdat ik ’s nachts zo slecht kan slapen.’’ En hij vertelde dat er iedere nacht, terwijl de dikke knecht allang lag te slapen, op het raam werd geklopt. Dan moest ie, of ie wilde of niet, het raam openen om te zien wat er gaande was. En dan stond daar een prachtige merrie, die hem door tekens te kennen gaf dat hij haar moest bestijgen om een rit te maken. En de magere knecht besloot zijn verhaal met de woorden: ‘’Dat moet ik doen. Dan voert ze me over velden en wegen, door de nacht, uren lang. Is het dan gek dat ik slaap tekort kom?’’ ‘’Dat wil ik ook wel is meemaken,’’ zei de dikke knecht. Die nacht bleef de dikke knecht wakker tot twaalf uur. Toen er geklopt werd, sloop hij stilletjes naar het raam en kroop op de rug van het paard. Het dier bemerkte de verandering niet en rende met de dikke de weg af. Onderweg bemerkte de knecht dat het paard niet beslagen was. Hij dacht: ik rij even naar de smid en laat even een paar hoefijzers onder het paard zetten. De smid liet zich uit het bed halen en besloeg het dier. Vervolgens rende het paard naar de boerderij terug en nauwelijks stond de knecht weer bij het raam of het paard was verdwenen. De volgende morgen was er een flinke herrie op de boerderij. De knechts schrokken wakker en gingen zien wat er aan de hand was. De boer kwam hen al tegemoet en schreeuwde: ‘’Mijn vrouw ligt te bed, met aan handen en voeten een voetijzer.’’ Zo werd een heks ontdekt die de made reed.

Onderwerp

SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten    SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   

TM 3108 - Nachtmerrie berijdt paard    TM 3108 - Nachtmerrie berijdt paard   

Beschrijving

Twee knechten sliepen op een kamer. Een ervan was broodmager, want elke nacht kwam een merrie voor het raam. Die moest hij de hele nacht berijden. Op een nacht bereed de dikke haar en die liet haar bij de smid beslaan. De boerin had hoefijzer aan haar handen en voeten en werd een heks bevonden.

Bron

Radio-uitzending Vonken onder de As (NOS)