Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

PGROOT16

Een sage (mondeling), donderdag 28 november 1996

Hoofdtekst

G: meneer Groot
M: Theo Meder

M: "Nog wat namen. Nog iemand uit Zuiderwoude: ook een verteller en een veehouder, dacht ik. Die heette Jan Lof. Zegt die naam u iets?"
G: "Tja, daar zit nog een Lof, maar... D'r woont nog een Lof op Zuiderwoude. Die man is al gauw dik in de zeventig. En d'r woont nog een Lof hier op 't dorp, die komt van Zuiderwou. Nee, die is op Uitdam geboren. D'r zit nog wel een Lof op Zuiderwou... Een èchte Zuiderwouder."
M: "Dus dan zou ik die eens moeten opzoeken. En dan zijn er nog twee vertellers, maar die komen helemaal uit Beets. 'De Beets', zeggen ze hier: 'De Beets'."
G: "De Beets, hier boven in Noord-Holland."
M: "Ja. En dat zijn Hendrik en Gerrit Eysker. Heeft u die namen ooit gehoord? Eén van die Eyskers - ik weet niet meer welke precies - dat was ook een 'belezer', zoals ze dat noemden. Die kwam het vee belezen en mensen, om ze te genezen."
G: "Dat is voor mijn tijd geweest."
M: "Dat is nog voor uw tijd geweest."
G: "Haha, u zegt nu over belezen: ik heb me ook een keer laten belezen."
M: "Ja?"
G: "Ja! Maar ik geloofde d'r niet in. Ik heb het niet vergeten. In deze hand had ik daar een wrat zitten: zo'n grote wrat. En met dat zware werk van ons had je er ontzettende last van. Dus èh, toen hadden we hier een kameraad van me, een melkboer die kwam langs de huizen. En die zei: 'Je moet naar ouwe vrouw Nadort gaan'. Dat was ook een Nadort, een oude weduwvrouw, een oud mens van in de tachtig. En die doet zo'n wrat belezen. Nou, ik zeg: 'Eh, Teun, daar geloof ik niet in'. 'Nou,' zei 'ie, 'je gaat er toch heen'. Dus ik met Teun meegegaan naar dat mensie. Dat ouwe mensie, m'n hand op d'r knie. En zij zegt: 'Psahpsahpsahpsah'. En te prevelen en te prevelen. En ik mocht er niks voor betalen. Dat was het belezen. Die dee belezen."
M: "Ze zeiden wel: je mocht die mensen niet bedanken en je moest ook je pet niet afnemen. Maar dan later kwamen ze nog wel eens, en dan stopte je ze wat toe. Dat vertelt Bakker over belezen."
G: "Mijn wrat. Ik kwam èh... De veemarkt in Purmerend, daar kwamen wij vroeger wekelijks. Daar had je te maken natuurlijk. En daar is ook een goederenmarkt aan verbonden op dinsdag. En dat was ver voor de oorlog en daar waren ook veel jodenmensen, en die hadden van alles te koop. Dat was wel leuk ook hoor. Dat werd dan luid aanbevolen. Maar daar stond een ventje met allerlei kwakzalverij, zal ik maar zeggen. En die had wrattentinctuur. Zo'n klein flessie, met een glazen stiffie d'r in. Dat was gewoon zoutzuur, hoor, dat heb ik later bekeken. Dan moest ik 'm elke ochtend anstippen. Dat heb ik gedaan en in een paar weken was 'ie weg. Ik heb er geen last van gehad. Maar het was zoutzuur hoor!"

Onderwerp

TM 4302 - Volksgeneeskunde    TM 4302 - Volksgeneeskunde   

Beschrijving

De verteller had eens een grote wrat op zijn hand die hem hinderde bij het werk. Op aanraden van een vriend laat hij de wrat belezen door een oud vrouwtje. Zij prevelde wat boven de hand, en hij mocht haar niet betalen. De wrat ging echter niet weg. Later kocht de verteller op de veemarkt een flesje wrattentinctuur van een joodse koopman. Het was in feite zoutzuur. Na enkele weken aanstippen was de wrat verdwenen.

Bron

n.v.t. (interview, band archief Meertens Instituut)

Commentaar

28 november 1996
Volksgeneeskunde

Naam Overig in Tekst

Jan Lof    Jan Lof   

De Beets    De Beets   

Hendrik en Gerrit Eysker    Hendrik en Gerrit Eysker   

Nadort    Nadort   

Teun    Teun   

Cornelis Bakker    Cornelis Bakker   

Naam Locatie in Tekst

Zuiderwoude    Zuiderwoude   

Uitdam    Uitdam   

Noord-Holland    Noord-Holland   

Purmerend    Purmerend   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21