Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MUYLD028

Een sage (mondeling), donderdag 17 april 1997

Hoofdtekst

Mi: U zegt op een gegeven moment aan het begin, zei u dat als u ziek was, dat u dacht dat het daardoor kwam, dat die klanken u gingen omringen. En ik begreep niet precies wat u daarmee bedoelde. Dat ging over die drie vriendjes die u had vroeger, die drie kaboutertjes.
Me: Ja ...
Mi: Toen zei u 'klanken', en toen dacht ik: 'wat bedoelt ze daarmee?' Weet u dat nog?
Me: Nee, dat kan ik niet thuisbrengen. Jammer ...
Mi: Even kijken hoor ... Ja. En u had ook gezegd, over dat er iemand op een bankje zat, en die wilde heel graag waarnemen, in Noorwegen was dat geloof ik. En toen was er ineens een trol.
Me: Ja, ja, ja.
Mi: Kan je dus, als je iets heel graag wilt, kan het dan ook gebeuren?
Me: Ja.
Mi: Ja, is dat zo?
Me: De mens is een scheppend wezen. En een heleboel mensen beseffen niet, dat allerlei dingen die ze eigenlijk niet prettig vinden, door henzelf veroorzaakt worden. Onze gedachten hebben de neiging om zich te verwerkelijken, tot gebeurtenissen. Dat is heel belangrijk om te beseffen. Wij zijn al sinds onheuglijke tijden door bepaalde machtsinstituten voortdurend gesuggereerd dat we maar sukkels waren, die afhankelijk waren van mensen of andere wezens die het beter wisten en dat we bescheiden moesten zijn, enzovoort. Maar dat is eigenlijk alleen maar geweest om ons gemakkelijker te kunnen gebruiken, en ook wel misbruiken. En dat is niet zo, maar men was bang, dat we anders zouden doen wat ons beviel, niet wat hun beviel. Maar nu is er een heel belangrijk keerpunt gekomen, en nu moeten we juist beseffen, dát we het allemaal zelf doen. En elke opmerking die men maakt, positief of negatief, werkt uit, want ook zonder dat we het beseffen, blijven we scheppende wezens te zijn. Wíj brengen allerlei teweeg.
Mi: Maar die wezens zijn er wel, op zich? Of máken wij die, omdat wij zo denken, bedoelt u dat?
Me: Allebei. Wij scheppen wezens door ... Ja ... Door te doen alsof het allemaal vanzelf gaat, en wij laten dingen gebeuren. En dat gaat soms zonder dat er een willend wezen tussen zit, maar wij maken ook allerlei onbelichaamde of nauwelijks belichaamde wezens die de dingen doen die wij denken. De ziekte maken we zelf, en de ongelukken, enzovoorts.
Mi: Dus als iemand op zo'n moment een trol ziet, dan ziet hij die vorm, omdat hij dat wíl zien, of niet? De vorm is wel op zichzelf.
Me: Als we ons een bepaalde voorstelling maken, dan kunnen we die ook gaan waarnemen. En dan kan het zijn dat we die uit een gedachte geschapen hebben, het kan ook zijn, dat hij al bestond, maar dat wij door onze gedachten maken dat we het ook bewust waarnemen.
Mi: Maar dat kun je natuurlijk nooit weten, op zo'n moment.
Me: Nee. Eigenlijk maken wij de gebeurtenissen. En nu, in onze tijd, zijn er heel grote krachten bezig om alles nog ten goede te keren op het nippertje. Maar dan moeten we ook beseffen wat we doen, we moeten de verantwoording op ons nemen.
Mi: Ja ...

Beschrijving

De menselijke geest heeft een scheppend vermogen. Wij brengen met onze gedachten dingen teweeg.

Bron

interview Bussum, 17-04-1997

Commentaar

17 april 1997

Naam Locatie in Tekst

Noorwegen    Noorwegen   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21