Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MUYLD039

Een sage (mondeling), donderdag 17 april 1997

Hoofdtekst

Mi: Zou u deze vragenlijst ... Waar een kruisje voor staat, dat heeft u eigenlijk al beantwoord de vorige keer, en waar geen kruisje voor staat eigenlijk nog niet. Dus gewoon van bovenaan, en puntje twee ook nog ... En al die kleine dingetjes ook ... Zou u die willen bekijken, eventjes?
Me: Ja ... Ik heb er niet zo erg veel duidelijke herinneringen aan, wat ik met ze deed ... Ik had een heel ander bewustzijn dan nu. Ik kan het moeilijk ophalen. Je denkt dan anders. Je hebt een contact, je ... Ik zat waarschijnlijk voor het oog van gewone mensen daar maar stilletjes onder die laurierstruik, maar ik beleefde vanalles. Zo gaat het met mensen die in contact komen met die wezens. Je neemt deel aan hun bewustzijn, en dat is vol met allerlei gebeurtenissen en emoties, en vanalles, maar het is op een andere trilling dan het gewone denken. Wij in de huidige toestand willen altijd dat er zoveel gebeurt en zoveel veranderen. Wij willen altijd de toestand die er is veranderen in een andere toestand, dat is een hebbelijkheid van ons mensen. Zij spelen meer. Zij willen niet een bepaald resultaat hebben, zij werken niet om zo te zeggen, maar als ze iemand die bijvoorbeeld in nood zit helpen, dan lijkt het wel op handelingen van ons. Maar verder niet zozeer. Kijk, daar moet je weer inkomen. Ik herinner me het verhaal van een vrouw, die had in de bossen gewandeld, en die zei: 'Wat me overkomen is, ik heb met de ziel van een plant kennis gemaakt.' Dat was een plant die overwoekerd was door bramen, of iets dergelijks, iets met stekels, en had daar pijn van. Die kon daar zelf niet van loskomen. En toen ze daar langs liep, had ze dat al zo'n beetje opgenomen, met haar gewone opmerkingsvermogen, maar er zich niet zoveel van aangetrokken. En toen dacht ze even later, ik moet toch omkijken, ze moest het eenvoudig. En die plant die zat te zwaaien, hoewel het helemaal niet waaide. En ze ging terug, en die plant zei tegen haar: 'Help me toch, je ziet het toch!' En toen heeft ze die doornentak weggehaald van die plant, dat die er niet meer overheen lag, maar naar een andere kant, en dat was de bedoeling, toen kreeg ze een soort dankbaarheidsgevoel van die plant. Dus als je maar oplet, en er liefde voor hebt, dan beleef je zelf dingen. Dat gaat verder en verder. Want oorspronkelijk hebben we dat, en als kind hebben we dat vaak nog. Misschien niet ieder kind, maar wel veel. En dan wordt het overstort door alle leringen van de grote mensen die ons in hun wereld willen trekken en daar thuis laten raken, en dan komt het in ons zogenaamd onbewuste ... zone, hier tussen boven- en onderlijf, daar bij de navel. En daar wordt alles weggestopt waar we ons niet meer mee bezig houden, maar waar we niet opzettelijk afscheid van genomen hebben. En dat kán weer tevoorschijn komen, als je het wil en als je al die rommel daarboven eruit gooit. En dat heb je tegenwoordig bij veel mensen die aan het veranderen zijn, en nieuwe mensen worden, en die praten, praten, praten, en vooral over hun prille jeugd. En wat hun moeder hun aangedaan heeft, wat hun eigenlijk helemaal niet beviel, maar ze wil d'r moeder geen verdriet doen, en is ze maar weer gehoorzaam, en ze vervreemden daardoor van zichzelf. En dat wordt tegenwoordig opstandig in de mensen, en wil eruit, en je kan het niet laten, maar je begint aan een vertrouwd persoon die naast je zit alles maar te vertellen, te vertellen, je kan niet ophouden. En dan komt er eindelijk ontspanning en lucht, en dan loopt er misschien ook stoffelijk water of iets anders weg, en je hebt een gevoel van verademing ... En jezelf worden. Van 'hèhè, dat is weg, gelukkig. Ik ben niet meer bezwaard'. En dan heb je ruimte voor ander soort indrukken, en dan begin je allerlei dingen op te merken die je vroeger niet merkte, en je denkt bij jezelf 'Wat is dat hier voor geluid? Ik kan het niet thuisbrengen. En wat zie ik daar nou weer bewegen? Ik weet niet wat het is.' Dan merk je dat je bezig bent naar een ander soort bewustzijn te komen. En steeds meer mensen merken dat aan zichzelf op. En mensen die erg in de kunstmatige samenleving verdwaald zijn geraakt denken dan dat ze bezig zijn abnormaal te worden en gek te worden, en maken zich ongerust en gaan naar de dokter, en die denkt toch 'mens stel je niet aan, je verbeeld je wat.' En ze vinden nergens een luisterend oor, en ze denken 'o, jee, ik raak van de wijs en ik kan het niet tegenhouden'. Maar als ze iemand ontmoeten die dat kent, en ze gerust stelt, dan zijn ze juist verder gekomen, en dan denken ze: 'Oh, ik ben bezig een nieuw bewustzijn te krijgen. Oh, ik word een mens van de niewe tijd, of een nieuw mens. Ik moet het oude gewoon laten weglopen, dat zal ik binnenkort helemaal niet meer nodig hebben. Dat zijn allemaal hulpmiddelen voor noodtoestanden. Maar die noodtoestanden gaan weg, en dan hebben we al die extra's niet meer nodig. Dan zijn we weer heel gewoon onszelf zoals we geschapen zijn, en dan gaat alles ook zonder moeite. Dan maken we ons helemaal geen zorgen over de toekomst of over veranderen of dommer worden of wat dan ook, en hoeven we niet meer zo veel, we hoeven niet aan bepaalde eisen te voldoen. We komen helemaal tot ons eigen middelpunt, en tot bedaren. We hoeven niet aldoor bezig te zijn met nuttige dingen. De tijd, daar gaan we grapjes mee maken. Het kan ons niet meer schelen hoe laat het is. Tijd verknoeien is er niet meer bij. Dan kan je slapen als je wil, of niet slapen als je wil, want je reist voortdurend met je bewustzijn naar verschillende soorten atmosferen, net naar believen, en naar gelang er iemand aan komt vliegen die zegt 'ga je mee?' en neemt je mee naar een andere sfeer. En dan bestaat er geen werktijd en vrije tijd meer, alles is vrije tijd. En je neemt toch allerlei dingen op je, om goede dingen te doen in het algemeen, en als je ergens een wezen in nood ziet dan ga je hem helpen. Maar dat is iets dat zomaar voorkomt, en niet iets dat op een programma staat. Zoals wij onze maatschappelijke werksters hebben en alles, het is meteen helemaal geordend, en dat bestaat daar niet. Je hebt geen bepaald beroep, maar wel een roeping, dat is wat anders. Een gevoel 'nu ben ik klaar voor dat en dat werk'. Nou dan mag je dat ook doen. En dan merk je 'nu heb ik meer mogelijkheden gekregen en meer capaciteiten en die mag ik heerlijk gaan gebruiken en inoefenen. En dan leer ik andere wezens kennen. Die voortgang zit er wel in. Maar je hebt niet een school met klassen en met gehoorzaamheid en luisteren naar de meester, nee.

Beschrijving

Een vrouw had, toen ze in het bos liep, contact met een plant. Iedereen kan zoiets hebben, maar je moet er wel open voor staan. De meeste mensen zijn van zichzelf vervreemd als gevolg van de eisen van de moderne maatschappij. Als je je daarvan kan bevrijden, sta je open voor nieuwe indrukken.

Bron

interview Bussum, 17-04-1997

Commentaar

17 april 1997

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21