Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

DIVTX051

Een mop (mondeling), vrijdag 30 januari 1998

Hoofdtekst

"Ik had gelezen over uw onderzoek naar humor in WCS toen ik in de wachtkamer bij de tandarts zat. Ik weet van twee moppen en van twee uitdrukkingen waar ze vandaan komen. Ik heb ze zelf verzonnen, of ik was erbij toen het verzonnen werd.
Het eerste, dat is heel bekend. Dat is die mop van die twee gekken die naast elkaar in de Kalverstraat lopen. Zegt die ene tegen die andere: "Wanneer mag ik nou eens in het midden lopen?" Die mop heb ik verzonnen toen ik een jaar of elf, twaalf was. En waarom was dat nou? Je had toen, in 1969 of 1970 een radioprogramma op vrijdagmiddag voor de jeugd. Of dat nou van de NCRV of van de KRO was, daar wil ik vanaf wezen. In elk geval hadden ze in dat programma altijd een opdracht en dan kon je bellen. Bijvoorbeeld dat je een lang woord nog langer moest maken. Maar op een gegeven moment hadden ze ook als opdracht om een mop te verzinnen. Ik ben toen gaan verzinnen, en toen bedacht ik dus die mop van die twee gekken. Ik heb niet naar dat radioprogramma gebeld, maar ik heb de mop wel aan mijn broer verteld. Die lag meteen krom op de grond van het lachen. Die mop is natuurlijk weer doorverteld, en zo is 'ie bekend geworden. Maar ik heb hem dus verzonnen zo rond 1970. Ja, en nou zou het natuurlijk toch wel bijzonder zijn als je die mop al eerder zou vinden, want ik heb 'm toch verzonnen. En anders heb ik 'm opnieuw uitgevonden.
Ik heb het grootste deel van mijn leven in Noord-Holland gewoond. Ik zal een jaar of 14 à 15 geweest zijn, en ik had nogal wat broers zo op een rijtje, en die waren ook aan het puberen, dus dat gaf een hoop ongein. Toen had mijn moeder op een dag een nieuwe jurk aan en ze vroeg wat wij ervan vonden. En toen zei ik: "Wil je een beleefd of een eerlijk antwoord?" Dat zijn gevleugelde woorden geworden in onze familie. Dat was midden in de jaren '70. Het bijzondere was dat ik laatst een show zag van Waardenberg en De Jong, en daarin werd hetzelfde gezegd: "Wil je een beleefd of een eerlijk antwoord?" Dat is dan toch in bredere kring bekend geraakt.
Dan is er nog dat woordje 'tig'. Dat heb ik niet zelf verzonnen, hoor. Het zal in 1970 of 1971 geweest zijn, aan de christelijke mavo in Alkmaar. We hadden toen een leraar wiskunde, die heette ook Jan Karel, net als ik, maar zijn achternaam ben ik nu kwijt... In elk geval: we hadden het toen in de les over vage begrippen. Woorden als 'meerdere', een 'tiental' en 'tientallen'. Je kon een hele reeks getallen wel vangen met van die vage begrippen. Maar we kwamen erachter dat, zeg, voor de reeks 20 tot 39 niet zo'n vaag begrip was. En toen zei iemand in de klas: "Dan noemen we dat 'tig'." Wie dat nou precies gezegd heeft, weet ik niet meer. Maar later hoorde je dat 'tig' wel vaker.
Nou, dan het laatste, dat is begonnen als een familie-uitdrukking: "Het lul van de circus". We hadden thuis een groot gezin, maar dat waren twee halfjes, zal ik maar zeggen. Mijn stiefbroers waren in Nieuw-Zeeland geboren, en die waren dus Engelstalig. Vooral de oudste sprak slecht Nederlands en die had de grootste moeite met de lidwoorden. Die gooide ze altijd door elkaar. Wij maakten daar grappen over, en gevleugelde woorden werden in ons gezin: "Het lul van de circus". Twee fouten in één zin. Dat was ook in de jaren '70. Maar later heb ik het nog wel eens teruggehoord. Toen zei heel iemand anders het. Maar deze uitdrukking is niet zo erg verbreid geraakt.
Ik heb vroeger nog wel aan cabaret gedaan, en ik heb met een amateur-gezelschap verschillende programma's gespeeld. En dan gebruikten we ook wel eens van die rare uitdrukkingen.
Ik lees ook het tijdschrift Onze Taal, en daarin stond laatst iets over familietaal. Van die dingen die dan in een familie steeds weer gezegd worden. Mijn vader zei ook altijd: "Eén van de zes". En dan had je de keuze uit bijvoorbeeld twee dingen."
(Telefonische reactie op vrijdag 30 januari 1998 van meneer Jan Karel Wijnen, geboren te Abcoude in Utrecht in 1958, thans conciërge te Arnhem; tel. werk: 026-3648322; thuis: 026 3229610. Het betreft hier een vrije weergave van het gesprek, geen letterlijk afschrift. Meneer Wijnen reageerde op een interview met T. Meder en anderen door Mark Traa: 'Anatomie van de grap', in: Wetenschap, cultuur en samenleving 26 (september / oktober 1997) 5, p.28-34.)

Beschrijving

Verteller beweert begin jaren '70 de volgende mop te hebben verzonnen: Er lopen twee gekken in de Kalverstraat. Zegt de ene gek tegen de andere: "Mag ik nou eens in het midden lopen?" Verteller verhaalt ook van enkele gevleugelde woorden uit zijn familiekring. Als moeder vraagt hoe men haar nieuwe jurk vindt: "Wil je een beleefd of een eerlijk antwoord?" Spot met verkeerd gebruik van de Nederlandse lidwoorden: "Het lul van de circus". Bij keuze tussen twee: "Eén van de zes." Verder meent de verteller op de middelbare school het ontstaan van het woord 'tig' te hebben meegemaakt.

Bron

n.v.t. (telefoongesprek)

Commentaar

30 januari 1998

Naam Overig in Tekst

KRO    KRO   

NCRV    NCRV   

WCS    WCS   

Waardenberg en De Jong    Waardenberg en De Jong   

Onze Taal    Onze Taal   

Engels    Engels   

Nederlands    Nederlands   

T. Meder    T. Meder   

Mark Traa    Mark Traa   

'Anatomie van de grap'    'Anatomie van de grap'   

Wetenschap    Wetenschap   

cultuur en samenleving    cultuur en samenleving   

Naam Locatie in Tekst

Kalverstraat    Kalverstraat   

Noord-Holland    Noord-Holland   

Alkmaar    Alkmaar   

Nieuw-Zeeland    Nieuw-Zeeland   

Abcoude    Abcoude   

Utrecht    Utrecht   

Arnhem    Arnhem   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21