Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

DIVTX053 - Afke's tiental

Een mop (boek), 1903

Hoofdtekst

"Ja, ja Heit!" riepen de jongens. "Toe Heit, vertel ons 'ns wat van Japik Engberts, die slimme rover! Dat heeft Heit ons al zo vaak beloofd!"
Marten lichtte zijn zondagse pet een beetje op, en krabde zich eens op 't hoofd. "Nou, toe dan maar," zei hij, terwijl hij, de voeten tegen de kachel steunende, met z'n stoel behaaglijk achterover ging leunen, "dan zal ik jullie daar maar 'ns wat van vertellen, zoveel als ik er zelf tenminste van weet - Leefde mijn vader nog maar! Die zou er meer van kunnen zeggen, want die heeft 'm zelf nog wel gesproken."
"Heeft Pake (grootvader) Japik Engberts zelf gesproken? Gewoon met 'm gepraat? Hoe kon dat?"
"Ha," zei Marten lachend: "Japik was geen rover, zoals het in die romanse boeken staat, die je tegenwoordig voor 'n dubbeltje bij de deur kan kopen. Och, 't was maar 'n eenvoudig arbeidersmannetje, als je 'm zo zag; maar zó slim - zó slim! Ze hebben 'm nooit te pakken kunnen krijgen of 'm bewijzen, dat-ie gestolen had! Altijd wist-ie aan 't gerecht te ontglippen!"
De jongens schoven dichterbij. Hè, dat was heerlijk, eens wat meer te horen van de streken van die slimme Japik Engberts!
"Maar hoe stal-ie dan, Heit? Hoe kwam dat dan, dat ze 'm nooit betrapten?"
"Ja, dat was juist de kunst!" lachte Heit, "daar most je nou krekt Japik Engberts voor wezen! - Maar eenmaal is-ie toch betrapt, dat had ik haast vergeten; maar zie je, toen was-ie ook al 70 jaren oud en niet meer zo vlug als in z'n jonge jaren!"
"Hoe was dat, Heit? Toe Heit, hoe betrapten ze hem?"
"Ja, dat zel ik jullie vertellen, want dat weet ik heel precies: 't gebeurde bij onze boer zijn vader, mot je weten. Die heeft 't me zelf dikwijls verteld. Die mensen woonden vroeger dicht bij Kootstertille, waar Japik Engberts - die noemden ze toen altijd 'Japik-Om' omdat-ie al zo oud was - een vuil rommelig kruidenierswinkeltje hield. Nou, Japik was 'n gezellige prater en hij kwam vaak 's avonds bij Gerrit Abes - zo heette die boer - 'n pijpje roken en 'n kopje koffie drinken. Zo zaten ze dan ook weer eens op 'n goeie avond gezellig bij 't vuur en praatten over oude tijden. Een groot blok hout knetterde lustig in de haard en aan de gevelmuur, tussen de haardstander en 't vensterkozijn, hing het zilveren horloge van de boer heel gezellig te tikken. 't Was een dik ouderwets horloge, in 'n zware zilveren kast. Dat blonk de oude gauwdief verleidelijk in de ogen! Telkens most-ie d'r - hij meende dat geen mens 't zag! - eens eventjes naar kijken. - Maar de boer was ook niet van gister en die had 't wel gemerkt, hoor! En toen Japik-Om eindelijk opstapte, toen zei-die tegen de boerinne: "Weet je wat vrouw? Ik mag mijn oude 'raap' wel goed opbergen, want anders is-ie morgen wis en zeker geblazen! Japik-Om heeft er de hele avond naar zitten loeren. Maar wacht, we zullen eens 'n grap hebben met de oude spitsboef; ik zal hem wel krijgen!"
Toen ging-ie naar de koestal en haalde 'n 'spantouw'. 't Vuur werd berekend, de tuitlamp uitgeblazen en de boerinne kroop onder de wol. De boer bleef alleen bij de haard zitten met het spantouw in de hand en z'n pijpje in de mond, want dat kon-ie niet missen. 't Was zo half en half lichte maan. De oude 'raap' aan de muur zei maar trouw van "rikke-tikke-tikke-tik", 't pijpje snorde zachtjes van: "hrr, brrr, kwik!" en de boer zei niks, - helemaal niks. Zo stil als een muisje zat-ie bij de uitgedoofde haard, te wachten op wat er komen zou. Eindelijk - jawel hoor, daar hoort-ie wat bewegen buiten! - D'r valt een schaduw op 't bovengordijntje van 't zijraam. Nu hoort-ie wat bij de voorgevel! - De boer denkt: "Daar heb je 'm!" - Hij legt zelfs z'n pijpje weg. - Jawel, daar hoort-ie, hoe er een laddertje gezet wordt tegen 't onderste buitenluikje. 't Bovenlijf van 'n man wordt zichtbaar door de ruitjes van 't bovenraam. Luister, daar krast wat! - Heel voorzichtig, - bijna zonder dat je 't hoort, - wordt een van de ruitjes, vlak bij de schoorsteenmantel, d'r uit gesneden. Klaar is Kees! - Nou glijdt d'r 'n hand door 't gat en die tast naar de haak, waar 't horloge aan hangt. Maar - de boer is er ook nog! Vlug slaat-ie z'n spantouw met 'n lus om de hand van de dief, en bindt die vast aan 't haardijzer. Kijk, daar had-ie nou de oude deugniet bij levende lijve opgeknoopt!
Toen vlug met de tang naar buiten! - En ja, daar hing Japik-Om te spartelen en te schoppen! Wat zat-ie in de penarie, die oude vos!
"Ziezo," zei de boer, "daar heb ik je! - Nou zit je voor goed vast, baas!"
"Och, mijn goeie, brave buurman," jammerde Japik-Om met zó'n angstig stemmetje, dat de boer in de lach schoot: "och, klaag me toch niet an - Ik ben al zo oud en ze hebben me nog nooit eerder te pakken gekregen! - Mot me dat dan nou gebeuren, nou nog, in m'n zeventigste jaar? Och buurman, geef me maar liever 'n flink pak slaag en dan beloof ik je dat ik nooit meer 'n mens lastig vallen zal - jou niet en een ander ook niet!"
"Meen je dat echt?" vroeg de boer.
"Ja, dat meen ik, zeker, zeker waar!" kermde Japik.
"Nou, dan is 't goed," zei de boer, "dan zal ik me daar maar aan houden!" En hij sloeg er met de tang op los, - maar niet al te erg, vanzelf en ook niet al te lang, want de stumperd was al zo oud!
"Ziezo, nou is 't genoeg!" zei de boer, en toen ging-ie weer naar huis, en maakte 't spantouw los. Oude Japik tuimelde op de grond, en de boer riep: "Wel te rusten, buurman!" - Maar hij borg z'n 'raap' toch maar voor alle zekerheid op de beddeplank en kroop lekker onder de dekens. En ondertussen raapte Japik-Om daarbuiten zijn laddertje op en strompelde naar huis toe. Beiden hebben ze woorden gehouden: Japik heeft na die avond nooit weer gestolen en de boer heeft, zolang de man leefde, d'r nooit met 'n ander over gesproken."
(Nienke van Hichtum: Afke's tiental. 31e druk. Alkmaar [z.j.], p.71-74)

Beschrijving

Toen Japik Ingberts al 70 jaar was, is hij een keer gevangen. Op visite bij een boer, kan hij zijn oog niet afhouden van een mooi zilveren horloge. Die nacht keert hij terug om het te stelen, maar de boer zit op wacht. Als Japik via een ladder door het raam wil klimmen. maar de boer een touw aan zijn arm vast, en laat hem naar buiten bungelen. Japik smeekt om niet aangegeven te worden en ontvangt liever een pak slaag. De boer laat hem beloven om nooit meer te stelen.

Bron

Nienke van Hichtum: Afke's tiental. 31e druk. Alkmaar [z.j.], p.71-74

Commentaar

1903

Naam Overig in Tekst

Japik Engberts [Japik Ingberts]    Japik Engberts [Japik Ingberts]   

Marten    Marten   

Japik-Om    Japik-Om   

Gerrit Abes    Gerrit Abes   

Naam Locatie in Tekst

Kootstertille    Kootstertille   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20