Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

DIVTX059 - Afke's tiental

Een mop (boek), 1903

Hoofdtekst

"Nou," zei Heit, een beetje verlegen, "nou ja, plezier heb ik d'r wel in om 't te vertellen, dat wil ik wel bekennen, maar om zoiets te beleven, dat is heel wat anders! Ik weet 't nog best, hoe ons 'n koude rilling over de leden liep, als onze Heit ons met 'n holle grafstem vertelde hoe hij eens, op 'n stormachtige winteravond, van 't 'Goddeloos Tolhuis' waar 't - zoals de mensen zeiden - lang niet pluis was, lopen moest naar de 'Skilige Piip', waar 't ook altijd spookte. Daar zwierf alle nachten de geest van 'n reiziger rond, die daar eens, heel lang geleden, in net zo'n stormachtige nacht als 't toen was, vermoord was geworden...!"
"Marten, houd op!" riep Mem nu, terwijl ze haar breiwerk liet rusten, "nou wordt 't mij àl te mal!"
Maar Marten gaf haar een knipoogje en - vervolgde met doffe stem: "Ja, jongens, daar spookte 't zeiën de mensen - en daar, op die avond, - toen de wind zo vreselijk loeide en gierde, - daar werd - onze Heit..."
"Marten, houd toch op!" riep Afke nog eens. "Zie je dan niet, hoe bleek of de jongens worden van dat akelige verhaal?"
Maar Heit gaf haar alweer een knipoogje. "Wacht maar even."
"Was 't 'n spook?" gilde Jetse.
"Nee," zei Heit, "'t was geen spook. 't Was - Japik Engberts zelf!"
"Japik Engberts? Is 't waar, Heit?"
"Ja, 't is waar!"
"En wat deed-ie? - Wat zei Japik toen?"
"Wat-ie zei? Ja, zie je, 't was daar 'n eenzame weg - de 'Goddeloze weg' heette 't daar - en 't was dicht bij 't 'Goddeloos Tolhuis' - en daar niet ver vandaan was de 'Skilige Piip', waar die reiziger vermoord was, en de wind huilde zo akelig, en mijn vader schrok erg, dat begrijp je!"
"Wie ben je?" vroeg-ie.
"Ik ben Japik Engberts," antwoordde de zware stem.
"En wat wil Japik Engberts?" - hier hield Marten eventjes op. Een ondeugend lachje speelde om zijn mondhoeken, terwijl hij de jongens één voor één aankeek.
"Nou, wat wou-ie? Toe Heit, vertel gauw verder!" drong Klaas.
"Wat - hij - wou, jongens?" vroeg Heit, "wel, hij wou graag weten, hoe laat of 't was."
"En toen stal-ie zeker Pake's horloge?"
"Nee hoor, geen sprake van, want... hij was toen al 'n heel oud mannetje van bijna 80 jaar en onze Heit was 'n frisse, jonge kerel. En ze waren ook goeie kennissen, want ze woonden niet ver van mekaar, en - toen stapten ze met hun beiden rustig naar huis toe!"
Nu moest Mem toch lachen om de teleurgestelde gezichten van de vier jongens!
(Nienke van Hichtum: Afke's tiental. 31e druk. Alkmaar [z.j.], p.82-83)

Beschrijving

De vader van de (fictieve) verteller liep eens in een spookachtige omgeving. Toen ontmoette hij iemand die Japik Ingberts bleek te zijn. Hij werd echter niet beroofd: Japik was al 80 jaar oud, en de vader was een sterke jonge man. Japik en de vader zijn samen naar hun huizen gelopen.

Bron

Nienke van Hichtum: Afke's tiental. 31e druk. Alkmaar [z.j.], p.82-83

Commentaar

1903

Naam Overig in Tekst

Goddeloos Tolhuis    Goddeloos Tolhuis   

Skilige Piip    Skilige Piip   

Japik Engberts [Japik Ingberts]    Japik Engberts [Japik Ingberts]   

Marten    Marten   

Afke    Afke   

Klaas    Klaas   

Naam Locatie in Tekst

Goddeloze weg    Goddeloze weg   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20