Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

LOMBO002 - Hennie

Een personal narrative (boek), van maandag 01 september 1997 t/m maandag 01 juni 1998

220.jpg

Hoofdtekst

Hennie
De bevrijding, die heb ik niet op straat meegemaakt, maar in de gevangenis. Ik had het grootste gedeelte van de bezetting ondergronds gewerkt. Ik liep met illegale blaadjes. Ik kreeg er bij voorbeeld vijftig en dan had ik zo'n rieten tas, ik had een wijde jas en had ik ze op m'n buik gebonden net of ik zwanger was. Ik heb het een keer gehad in de bus, dat er een Duitse officier voor me opstond... Dat vond ik prachtig! Maar wél zo'n kop natuurlijk. Ik denk: Jezus, hij moest eens weten. Ik had al die blaadjes bij me. Drie weken voor de bevrijding hebben ze me nog net gepakt. Verraaierswerk. Iemand wist dat ik die blaadjes had en ze wilde me een hak zetten. Ze was zelf bevriend met Duitsers. Ik wist wie het was.
Opeens voelde ik een hand op mijn schouder. "Mitkommen!!" De tijd verzacht alles. Maar die dag, dat moment dat ik gearresteerd werd, hè, dat ik een hand op m'n schouder voelde... Ik heb er nog jaren last van gehad. Als iemand een hand op mijn schouder legde, dat een collegaatje jaren later nog zei: "Meid, wat heb je? Je wordt spierwit!" Het heeft heel lang geduurd voor dat gesleten is.
Ik werd gearresteerd en toen ben ik naar de Maliebaan gebracht, daar had je SD (Sicherheitsdienst) zitten, of Feldpolizei, dat weet ik niet meer. Ze brachten me in een grote kamer en daarvan heb ik alle vier de hoeken gezien. Ik had, het was toen mode, gebreide jurken en dan had ik een koordje door de hals, dat nam die kerel zo bij elkaar en zo werd m'n keel dicht geknepen. Om te bekennen. Ik heb het gelukkig niet gedaan, zo heldhaftig is het niet, maar ik heb 't gelukkig niet gedaan.

Toen werd ik in een cel gestopt, waar al vijf mannen in zaten, ja, moet je je voorstellen. Maar... keurig hoor! Keurig! Niks gebeurd of iets dergelijks. Er was maar één houten brits. En toen waren ze zo netjes. Ik liep te waggelen op m'n benen. Want ze hadden me bij het verhoor behoorlijk mishandeld. Ik mocht erop gaan liggen van hun.
Dezelfde nacht heeft in een andere cel een gevangene kans gezien de poten te nemen, want bij de Maliestraat had je allemaal van die grote villa's met grote tuinen en via die tuinen is die ontsnapt. Ik heb nog wel horen schieten. Was wel angstig, maar ja, je was jong, ik was een jaar of twintig, dat vond je ergens toch wel avontuurlijk. De volgende dag werd ik in een cel alléén gestopt. En daar heb ik een bepaalde claustrofobie aan overgehouden. Ruimtevrees. Nog. Want de eerste jaren van m'n huwelijk, als we naar Rotterdam gingen en we gingen de Maastunnel door, dan zat ik... zó gewoon. En dat is pas heel langzaam gesleten.
Daarna heb ik op het Wolvenplein gezeten. Op de binnenplaats achter werden we gelucht en dan moesten we onze kubels leeggooien. Waarop je gepoept en gepiest had in je cel. Die moest je leeggooien 's morgens. Dat noemden ze kubels. 's Avonds werd er op de buizen getikt, dan riepen de bewakers: "Maul halten!" en wij gingen toch door.
Ze zijn bij mijn moeder in huis geweest. Die zat er toen vreselijk over in, d'r dochter was weg en die kwam niet terug. Want er werd niet gezegd: we hebben uw dochter gearresteerd wegens dat en dat, nee, helemaal niks kreeg ze te horen.
Toen heb ik in een cel aan de straatkant gezeten. Ik herinner me nog: het was mooi weer en het raam ging open en ze hadden zo'n brede vensterbank, zat ik in de vensterbank. Ik was gearresteerd en ik zat in de vensterbank! Nou ja, er stonden wel wachtposten bij de deur, natuurlijk. En daar kwam een kennis van mij, ik wist dat zij ook ondergronds werk deed en die fietste voorbij, toen heb ik nog geprobeerd te roepen maar toen kwam er iemand van boven om me naar binnen te halen, dat mocht dus niet. Ze heeft het niet gehoord.
En toen gingen de geruchten, "we zijn bevrijd", maar ja, je dorst niks, want je zat achter die stalen deur. En de volgende morgen werden we naar de binnenplaats gebracht en daar stond Henry van Tuyl van Serooskerken, die is later nog burgemeester geweest hier. Die sprak ons toe, we moesten ons onthouden van vijandige maatregelen, nou ja het ging het ene oor in en het andere oor uit.
Toen was ie klaar en toen hebben we het Wilhelmus gezongen. Krijg ik nou nog kippenvel van, elke keer als ik het hoor. Komt daar vandaan! Nou toen ging ik naar huis. Met iemand van de Binnenlandse Strijdkrachten. Achterop de motorfiets hebben ze me toen naar huis gebracht. Mijn god, wat was ik opgewonden! Je was vrij, je kon weer doen en laten wat je wilde, tenminste tot op zekere hoogte. Maar mijn moeder heeft al die tijd in ontzettende ongerustheid gezeten want ze wist niet waar ik was. Echt een dubbele bevrijding inderdaad.

En toen we bevrijd waren, zat ik op het Domplein bij de Binnenlandse Strijdkrachten. Ik weet niet of ik hem heb, die band van de BS. Ik zal thuis kijken. Want ik werd toen te werk gesteld op 't Domplein, daar had je de staf van Binnenlandse Strijdkrachten en 's avonds of in de late namiddag moest ik met 'n paar van de KP (Knokploeg) naar de arrestantenlokalen. Om te kijken of de bewakers zich wel netjes gedroegen. En dat is een rotidee. Dat is vreselijk. Dan zie je echte dames, hè, vrouwen van NSB'ers enzo. Dat heeft toen ook wel indruk gemaakt.
Wij moesten kijken of ze niet geslagen werden of zoiets dergelijks. Mocht toen niet, maar ja, dat is wel eens gebeurd. Ik vond dat toch vreselijk. Want ik heb een NSB'er gekend, die erg goed was. D'r waren ook goeie bij hoor. Hij woonde op de Kanaalstraat. Hij was met een Duitse getrouwd. En aan de achterkant daar woonden Joden. Toen had hij in de gaten en z'n vrouw ook, dat die Joden aan het pakken waren om weg te komen, toen wilde zij daar werk van maken en toen heeft hij d'r tegengehouden. En ik heb meer goeie dingen van 'm gehoord.
Hij heeft in Amersfoort vastgezeten en toen heb ik voor het tribunaal wel getuigenis afgelegd, dat ie goed was geweest. Dat vond ik m'n plicht. Hij was goed geweest. Hij had nooit iemand verraden en toen mocht ie om vier uur meteen naar huis. Ik dacht altijd: het is niet allemaal zwart-wit. Je had er ook goeie tussen. Het was niet allemaal krengetuig.

Ja, en degene die me verraden heeft, die heb ik één keer gezien nog. Het was een zij. Het was er één van de lichte brigade, heb ik later gemerkt. Weten jullie niet wat de lichte brigade is? Een temeier. Ja! Een hoertje. Het was niet meteen na de oorlog, misschien een jaar daarna ongeveer. Ze had de brutaliteit om te vragen: "God, hoe is het met jou?" Ik zeg: "Nou, dat mag je wel vragen!" Of ik zin had om d'r 'ns even een flink pak slaag te geven? Nou, nee, daar voelde ik me te fatsoenlijk voor. Gek eigenlijk, want eh... ja. Misschien had ik wel een hele gekke gedachtengang.
Vanuit haar optiek gedacht, kijk: ze ging ook met Duitsers mee en zo. Ik heb gedacht, ja, je bent eigenlijk zielig! Idioot, want ik heb die drie weken ondervonden als iets vreselijks, hè. Maar toch, ja een gekke hersenkronkel. Nee, ik kon het er... Ik heb d'r wel gezegd: "In godsnaam, hoe ben je d'r bij gekomen!" Ze zei: "O, je deed toch iets wat niet mocht?" Tja. Zo dacht ze gewoon. Anders was ze ook nooit met Duitsers omgegaan. Als ze niet op hun hand was geweest.
Of ze gestraft is? Niet dat ik weet, niet dat ik weet. Het was een erg knap meisje, blond, waar de Duitsers zo gek op waren. Knap gezicht. Gek, ja achteraf zeg ik: ik ben gek, ik had 'r links en rechts om de oren moeten slaan. Maar dat dat... Op het moment voelde ik dat niet nee, later wel. Toen dacht ik, je bent toch hartstikke gek. Dat kan toch niet, iemand die je zo veel leed bezorgd heeft.
Ik heb wel via via gehoord, dat ze heel erg slecht terecht is gekomen. En dat heb ik 'r toen gegund. Sorry.
Nou, ja misschien heeft het zo moeten zijn dan, dat ik niks gedaan heb, ik weet het niet.
Uiteindelijk zijn we allemaal voorbestemd ergens voor, hoor. Is mijn idee.
("Als ik het vertel, zie ik het weer helemaal voor me" Verhalen uit Lombok. Deel 1. Utrecht 1998, p.12-16.)

Beschrijving

De vertelster vertelt over de Tweede Wereld Oorlog. Zij heeft in het verzet gezeten en verspreidde ilegale blaadjes. Ze is verraden door een hoertje en heeft drie weken, tot de bevrijding, vastgezeten. Ze is gemarteld en heeft nu nog lang last van claustrofobie. Er waren ook goede NSB'ers die niemand verraadden. Volgens haar is het leven voorbestemd.

Bron

"Als ik het vertel, zie ik het weer helemaal voor me" Verhalen uit Lombok. Deel 1. Utrecht 1998, p.12-16

Commentaar

tussen 1 september 1997 - 1 juni 1998
Onder beeld een foto uit de oorlog.

Naam Overig in Tekst

Tweede Wereldoorlog    Tweede Wereldoorlog   

Hennie    Hennie   

Duitsers    Duitsers   

Jezus    Jezus   

SD    SD   

Sicherheitsdienst    Sicherheitsdienst   

Maliebaan    Maliebaan   

Feldpolizei    Feldpolizei   

Henry    Henry   

Van Tuyl van Serooskerken    Van Tuyl van Serooskerken   

Wilhelmus    Wilhelmus   

BS    BS   

Binnenlandse Strijdkrachten    Binnenlandse Strijdkrachten   

KP    KP   

Knokploeg    Knokploeg   

NSB'er    NSB'er   

Joden    Joden   

Naam Locatie in Tekst

Maliestraat    Maliestraat   

Rotterdam    Rotterdam   

Maastunnel    Maastunnel   

Wolvenplein    Wolvenplein   

Domplein    Domplein   

Kanaalstraat    Kanaalstraat   

Amersfoort    Amersfoort   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20